blog

Een ander spel

Archief

Intermediairorganisatie Adfiz heeft in een document haar visie geopenbaard op eerlijke concurrentie tussen banken en verzekeraars enerzijds en onafhankelijke financiële adviseurs anderzijds. Na enkele dagen bedenktijd gaf het Verbond van Verzekeraars zijn opvattingen prijs.

In een ‘statement’ over een ‘level playing field’ stelt het Verbond, dat alle functionarissen die in de wereld van financiële diensten contacten onderhouden met klanten, aan dezelfde eisen zouden moeten voldoen, waar het gaat om integriteit, deskundigheid en transparantie. Tot zover moeten gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Wanneer echter het onderwerp beloning en kosten (of marge) van een financieel product aan de orde komt, verandert de zaak. “Voor een ander spel gelden andere regels”, is dan het adagium.

 

Hoezo, een ander spel? Het is hetzelfde spel, alleen anders gespeeld. En de vraag is hoe ver ‘anders’ verwijderd is van ‘vals’. Het Verbond van Verzekeraars weet dit drommels goed. Immers, hoe luidt zijn formulering? “Veelgehoorde kritiek is dat met de nadere eisen aan de beloning voor het onafhankelijk intermediair deze beroepsgroep concurrentieel wordt benadeeld ten opzichte van de adviseurs die in loondienst zijn bij banken en verzekeraars.” Hé, adviseurs (die in loondienst zijn)? Dan is het dus toch hetzelfde spel? Of zijn dergelijke adviseurs in de kern toch verkopers?

 

De productaanbieders ambiëren een situatie waarin een product een prijs heeft en de externe adviseur daarop zijn beloning moet zetten. Voor de eigen adviseur (o nee, verkoper) geldt diezelfde prijs en geen beloning daarbovenop. Die zit namelijk al in de productprijs verwerkt. Bij het intermediair betaalt de klant dus veel meer. Het intermediair als onbetaalbaar advieskanaal en aanbieders als verkoop- en geldmachines. Is dat de beoogde klantgerichtheid van VerzekeraarsVernieuwen?

 

Waar moeten we wel naar toe? Naar een situatie waarin de klant inzicht krijgt in drie elementen: wat betaalt hij aan vermogensopbouw en/of rente en aflossing, wat betaalt hij aan premies of opslagen voor bepaalde risico’s en wat betaalt hij voor de diensten van de instelling(en) waarmee hij zaken doet. Of dat nu een aanbieder alleen is, of een intermediair en aanbieder of een adviseur, dienstverlener en aanbieder.

 

Adfiz wijst er zeer terecht op dat de AFM geen limiet kan opleggen voor intermediaire beloningen, zonder ook een maximum te stellen aan de marges van banken en verzekeraars. Het recente verleden heeft uitgewezen dat beteugeling daarvan niet overbodig is. Colporteurs van Yarden en stedentripjes van DAS onderstrepen dat.

 

hdrost@kluwer.nl

Reageer op dit artikel