blog

Passend

Archief

Recente boetebesluiten van de AFM geven het maar weer eens aan: de financieel adviseur moet alles vragen, verklaren en vastleggen tijdens het adviesgesprek. Wie geen vergunning voor bankspaarproducten heeft, moet die producten wel noemen en wie een garantieverzekering adviseert, mag de kosten van die garantie niet onvermeld laten.

Dat is heel logisch, maar een passend advies lijkt tegenwoordig onmogelijk als je geen WFT-vergunning voor spaarrekeningen hebt:

 

Klant: “Ik wil graag iets aan mijn pensioengat doen.”

Adviseur: “Wilt u een volledig advies of een
beperkt advies?”

Klant: “Pardon?”

Adviseur: “Ik kan alleen advies geven over
bepaalde producten. Ik heb bijvoorbeeld geen vergunning voor bankspaarproducten.”

Klant: “Eh… banksparen? Hoe zat dat ook
alweer?”

Adviseur: “Dat mag ik niet zeggen. Ik mag niet adviseren over bankspaarproducten. Laten we eerst maar eens kijken welk product bij u past. Uit uw beleggingsprofiel blijkt dat u liever niet te veel risico neemt.”

Klant: “Nee, een woekerpolis is niks voor mij.”

Adviseur: “Er zijn ook verzekeringen met een ingebouwde garantie.”

Klant: “Ja, een garantie lijkt me wel fijn.”

Adviseur: “Ik moet u er wel op wijzen dat zo’n garantie geld kost.”

Klant: “Hoeveel kost me dat dan?”

Adviseur: “Moeilijk te zeggen, want die kosten zitten in het product ingebouwd. Maar u houdt in ieder geval wel ongeveer hetzelfde rendement over als bij een bankspaarproduct. Tenminste, dat denk ik, want ik mag dus geen banksparen adviseren.”

Klant: “Maar zo’n bankspaarrekening is dan misschien wel goedkoper.”

Adviseur: “Over de kosten kan ik niks zeggen, daar heb ik geen vergunning voor. Wilt u meer weten, dan moet ik u doorverwijzen naar iemand die wel zo’n vergunning heeft.”

Klant: “Maar u adviseert dus eigenlijk bank­sparen?”

Adviseur: “Nee, ik mag niet adviseren over die producten.”

Klant: “Nou bedankt, dan ga ik wel even langs bij de Rabobank.”

 

rvdlaar@kluwer.nl

Reageer op dit artikel