blog

Rijp

Archief

In de nacht van 19 op 20 februari viel het vierde kabinet Balkenende. Een dag eerder was een ‘position paper’ van het Verbond van Verzekeraars verschenen over “een toekomstbestendig, onafhankelijk intermediairsysteem”. Een causaal verband ontbreekt, maar de val van onze regering had wel invloed op de publiciteit rond het stuk.

Het Verbond zag af van brede verspreiding, bijvoorbeeld via de eigen website. Ook nadat AM het in selecte kring verspreide document op zijn website had geplaatst, hielden de verzekeraars zich lang stil. Pas op vrijdag 5 maart werd er op www.verzekeraars.nl iets over het ‘paper’ gezegd, nadat de Consumentenbond het Verbond was bijgevallen in het streven naar een structurele verandering van het beloningssysteem van assurantietussenpersonen.

 

Wellicht is de terughoudendheid te verklaren als een vorm van respect voor díe leden van het Verbond die bij zorg- en schadeverzekeringen helemaal geen afscheid willen nemen van het provisiesysteem. In de kern is de Verbondsroep om het beloningssysteem CAR namelijk niet nieuw. Maar het recente document bevat wel weer enkele opmerkelijke uitspraken van het Verbond van Verzekeraars. Zo wordt gesteld dat provisie op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling in zich draagt: “Provisie wordt betaald door de verzekeraar: wie betaalt, bepaalt”. En het Verbond herhaalt nog maar eens expliciet: “verzekeraars hebben geen rol meer in de beloning van het intermediair”.

 

De reactie van intermediairfederatie Fidin is defensief: “Voor het CAR-model is de tijd nog niet rijp”. Geld halen bij de klant ziet Fidin niet zitten; verzekeraars moeten blijven betalen voor diensten die intermediairs voor hen verrichten, is de redenatie. Maar in de praktijk komt het er toch nu ook al op neer dat de klant daar feitelijk voor betaalt?

 

Het intermediair zal moeten uitrekenen wat de huidige inkomsten per klant en/of post zijn. Dat zal bijvoorbeeld binnen een particuliere schadeportefeuille vertaald moeten worden in een maandelijkse bijdrage. Dan betaalt de klant net zo veel als voorheen en de verdiensten van het intermediair blijven gelijk, evenals de aard en omvang van de inspanningen. De klant moet alleen overtuigd worden een abonnement aan te gaan met zijn verzekeringsadviseur.

 

Het argument dat alleen die klant voortaan de opdrachtgever is, zal helpen. Dat zou ook moeten helpen het geloof in eigen kunnen onder het intermediair te versterken. De beroepsgroep komt eindelijk los van de greep van verzekeraars. Maar veel bevrijdingsfeesten staan er in het intermediaire veld vooralsnog niet gepland.

 

hdrost@kluwer.nl

Reageer op dit artikel