Manege verstrikt in clausules, schade schrikkend paard voor eigen rekening

Manege verstrikt in clausules, schade schrikkend paard voor eigen rekening
Afbeelding met AI gegenereerd

Een manegehouder die met zijn shovel onbedoeld het paard van zijn dochter liet schrikken, met fatale afloop, kan de schade van ruim een ton niet claimen op zijn ToplandPolis van Achmea. Er is sprake van schade aan een derde en een geval van opzicht. Die zijn beide in een specifieke clausule uitgesloten van dekking, concludeert de rechtbank.

De eigenaar van een manege/paardenpension en een winkel in ruitersportartikelen heeft een ToplandPolis bij Achmea. Zijn dochter, die meewerkt in de manege, heeft haar paard gestald in diezelfde manege.

Begin 2020 mest de man met een shovel, oftewel laadschop, de stallen uit. Een vriendin van zijn dochter loopt met het paard van zijn dochter achter de shovel langs. Het paard schrikt zo van de machine dat het valt en ernstig gewond raakt. Twee weken later moeten ze het paard laten inslapen.

Wel vergoed, maar niet gedekt

De WA-verzekering van de shovel valt onder de ToplandPolis van Achmea. Via de adviseur van de manege laat Achmea weten dat er geen dekking is voor de schade die de dochter heeft geleden, maar dat die schade op grond van de WAM wel aan haar wordt vergoed: de WAM stelt eerst en vooral het slachtoffer (lees: de dochter) schadeloos.

Daarbij vermeldt Achmea dat het misschien verstandiger is als vader en dochter de schade onderling afhandelen, omdat Achmea op haar beurt de schade zal verhalen op de managehouder (lees: de vader). De man besluit anders en Achmea keert het bedrag van 110.000 euro uit aan de dochter.

Een half jaar later verzoekt Achmea de manegehouder om de schade te betalen. Omdat de verzekerde ervan overtuigd is dat zijn ToplandPolis de schade wél dekt, start Achmea een bodemprocedure. Daarin stelt de man dat, mocht Achmea gelijk krijgen, zijn adviseur hiervoor aansprakelijk is, omdat die dan een verkeerd advies heeft gegeven.

Is de dochter een derde?

Op de polis staat een clausule die vermeldt: 'Niet gedekt zijn de verliezen en beschadigingen van paarden van derden die op het bedrijf aanwezig zijn'.

De vraag is of de dochter van de manegehouder als een' derde' geldt. Dat is het geval, oordeelt de rechter. Alleen de verzekeringnemer en expliciet genoemde medeverzekerden vallen niet onder die noemer. 'Dat [de dochter] werknemer zou zijn van [de manege], zoals door [de manege] bepleit, maakt dit oordeel niet anders. Een werknemer is immers ook niet de verzekeringnemer of een van de eerdergenoemde medeverzekerden en wordt dus als een derde aangemerkt'.

Dat de clausule onduidelijk is, onderbouwt de manege verder niet. Net als de op zichzelf interessante stelling dat de systematiek van de polisvoorwaarden het standpunt van Achmea - dat met ‘derden’ alles en iedereen behalve de verzekerde zelf bedoeld wordt - in de weg staat.

Opzichtclausule

Daarmee lijkt de zaak snel afgedaan. De rechter gaat echter nog wel in op de discussie over de dekking zoals het vierde hoofdstuk uit de polisvoorwaarden, ‘Verkeer’, die mogelijk biedt. Het gaat om een WAM-verzekerd voertuig dat in principe verzekerd is. Maar er geldt ook een zogeheten 'opzichtclausule' voor 'de aansprakelijkheid voor schade die veroorzaakt is aan zaken die een verzekerde – of iemand namens hem – vervoert, bewerkt, behandelt, bewoont, huurt, leent, gebruikt, bewaart of om welke reden dan ook onder zich heeft. Dit geldt ook voor de schade die daaruit voortvloeit'.

Het paard stond gestald bij de manege. Daarmee had de manegehouder het paard 'onder zich' in de zin van de opzichtclausule. Dat een vriendin van de dochter op het moment van het ongeluk met het paard aan het stappen was, maakt dat niet anders, oordeelt de rechtbank.

Ook andere tegenwerpingen falen

Dan gooit de manegehouder het nog op de werkgeversaansprakelijkheid, zoals gedekt in hoofdstuk 5 van de polisvoorwaarden. Zijn dochter is werknemer en aan te merken als een ondergeschikte. Het uitgesloten opzichtrisico zou wel zijn verzekerd als het níét om een WAM-schade was gegaan, zo staat in de polisvoorwaarden.

Maar het betreffende artikel (in hoofdstuk 5) maakt geen deel uit van de afgesloten ToplandPolis en is dus niet relevant voor de discussie over de verzekeringsdekking, zo stelt de rechter vast. Die voegt daar wel aan toe: “Als dit wel het geval was geweest, dan legt [de manege] met haar argument precies de vinger op de zere plek.” In het artikel wordt namelijk duidelijk gesteld: “Deze verzekering geldt niet als vervanging van of aanvulling op een motorrijtuigenverzekering, een werkmaterieelverzekering of welke andere verzekering dan ook.”

Een laatste troef van de manegehouder is nog een clausule met een uitzondering op de opzichtclausule: daarin staat dat de aansprakelijkheid is meeverzekerd tot een bedrag van tienduizend euro per paard. Maar die uitzondering geldt alleen voor de voorwaarden die zijn omschreven in hoofdstuk 5 en telt daarom in dit geval ook niet mee.

Adviseur niet tekortgeschoten

Achmea mag de schade van 110.000 euro dus wel verhalen op de manegehouder. Die kan evenmin verwijzen naar zijn verzekeringsadviseur. Die zou hem er tijdens een bezoek in 2018 niet op hebben gewezen dat de gewraakte clausule tot gevolg heeft dat verliezen en beschadigingen van paarden niet gedekt zijn.

Maar de adviseur stelt dat de polis toen al liep en dat bij het bezoek alle voorwaarden en clausules zijn besproken, zoals blijkt uit een e-mailbericht. De manegehouder sloot alle gebruikelijke verzekeringen af, plus de uitzondering op de opzichtclausule, op basis waarvan schade aan paarden toch (beperkt) gedekt wordt. Het afsluiten van een uitzondering op de opzichtclausule op een WAM-verzekering is volgens de adviseur in het geheel niet mogelijk. Ook bij Klaverblad en Nationale-Nederlanden kan dat niet.

Die argumentatie is voldoende voor de rechter om te oordelen dat de adviseur zijn taak naar behoren heeft vervuld. Bovendien zijn er aanwijzingen dat de manegehouder wel degelijk van de opzichtclausule wist. Hij heeft namelijk met alle eigenaren van de gestalde pensionpaarden een overeenkomst gesloten, inclusief een beperking van de aansprakelijkheid voor schade door de manege én een verzekeringsplicht voor de pensiongast tegen brandschade, diefstal of andere schade.

“Het lijkt erop dat [de manege] vergeten is met [zijn dochter] dezelfde overeenkomst te sluiten als met de overige pensiongasten gesloten wordt.” De eigenaar vroeg bij Achmea bovendien nog na of hij met de overeenkomst zijn aansprakelijkheid zo afdoende heeft afgeschermd. Achmea liet daarop weten: "In deze stallingsvoorwaarden staan geen zaken die onze verzekeringsvoorwaarden schaden."

Rechtbank Utrecht, 23 juli 2025

Rob van de Laar

Rob van de Laar

redacteur AM

Onderwerpen beheren

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.