Auto lenen: ben je aansprakelijk voor de schade aan een derde?

Veel mensen zijn zich niet bewust van de risico’s die ze nemen bij het lenen of uitlenen van een motorvoertuig. Eén van deze risico’s bij het lenen van bijvoorbeeld een auto, is het onbewust rijden in een onverzekerd voertuig. In dit artikel behandelt De Vereende het verhaalsrecht van het Waarborgfonds motorverkeer (hierna Waarborgfonds) aan de hand van een fictieve casus.
Delen:
Veel mensen zijn zich niet bewust van de risico’s die ze nemen bij het lenen of uitlenen van een motorvoertuig.

Pieter gaat verhuizen. De ouders van een goede vriend van Pieter hebben een bus en stellen voor dat hij deze kan gebruiken bij zijn verhuizing. Harstikke fijn want Pieter hoeft nu geen verhuisbus te huren. Op de eerste dag van de verhuizing gaat het al mis. Pieter veroorzaakt een aanrijding met de bus omdat hij geen voorrang heeft verleend aan een ander motorvoertuig. Achteraf blijkt dat de bus niet verzekerd is omdat de premie niet tijdig is betaald.

Na het afhandelen van de schade neemt het Waarborgfonds contact op met Pieter. Het Waarborgfonds wil de uitgekeerde schade bij hem verhalen. Pieter is het hier niet mee eens. Hij wist niet dat de bus onverzekerd was en als hij dat had geweten, dan had hij de bus nooit geleend.

Pieter verwijst het Waarborgfonds door naar de eigenaar van het voertuig.

Welk verhaalsrecht heeft het Waarborgfonds?

In artikel 27 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) staat het verhaalsrecht van het Waarborgfonds. In dit artikel staat opgenomen dat het fonds een recht van verhaal heeft tegen:

  • Alle aansprakelijke personen
  • Degene die zijn verplichting tot verzekering niet is nagekomen met betrekking tot het motorrijtuig waarmee de schade is veroorzaakt
  1. In bovenstaande casus heeft de bestuurder van het voertuig schade veroorzaakt aan een motorvoertuig van iemand anders. Om te beoordelen of iemand aansprakelijk is voor de schade moet de gedraging getoetst worden aan de criteria van artikel 6:162 jo. 6:163 BW. Indien vast staat dat de bestuurder aansprakelijk is voor de schade op grond van onrechtmatige daad kan het Waarborgfonds de schade bij de bestuurder verhalen.
    Kenmerkend voor artikel 27 WAM is dat het niet uitmaakt of iemand te goeder trouw of te kwader trouw is. Het maakt in de casus dus niet uit of de bestuurder wel of niet op de hoogte was van het feit dat het voertuig onverzekerd was.
  2. De wet regelt wanneer iemand verplicht is tot het afsluiten van een verzekering. De verzekeringsplicht is geregeld in artikel 2 van de WAM. De kentekenhouder is, in tegenstelling tot de bezitter, altijd verplicht om een verzekering af te sluiten voor zijn voertuig. In bovenstaande casus kan het Waarborgfonds dus ook de schade verhalen op de kentekenhouder.

Welke onderlinge verhouding bestaat er tussen de bestuurder en de kentekenhouder?

Zoals u hierboven hebt kunnen lezen kan het Waarborgfonds haar schade verhalen bij de bestuurder en kentekenhouder van het voertuig. De bestuurder en kentekenhouder zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade (6:102 BW). Dit betekent dat ze beide volledig aansprakelijk zijn voor de schade. Hierin bestaat geen rangorde. Indien één van de schuldenaren de volledige vordering heeft voldaan aan het Waarborgfonds vervalt de aansprakelijkheid op beide partijen.

Conclusie

Het Waarborgfonds mag de schade dus op Pieter en de kentekenhouder verhalen.

Wij raden dan ook altijd aan om bij het lenen van de auto te informeren over de verzekering. U kunt ook altijd contact opnemen met de verzekeraar die vermeld staat op de groene kaart.

Dit artikel wordt aangeboden door partner De Vereende