Van Bruggen: ‘Minister De Jonge moet vergrijzing meenemen in woonbeleid’

De toenemende vergrijzing van de bevolking leidt tot andere woonbehoeften. Als de nieuwe minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting in zijn woonbeleid daar niet nadrukkelijk rekening mee houdt, dan kan wellicht de woningnood over tien jaar opgelost zijn, maar komt er een structureel probleem voor in de plaats: een woningmarkt die niet aansluit bij de wensen van een belangrijk een groeiende groep van de bevolking. Dit meldt Van Bruggen Adviesgroep in hun woonspecial.
Delen:

Uit cijfers van het CBS blijkt dat de leeftijdsgroepen 75 tot 85 jaar en 85 jaar en ouder de komende decennia een forse groei doormaken. Tot en met 2040 groeit ook de groep 65 tot 75 jaar hard. Een oudere bevolking betekent ook dat de woonbehoeften veranderen. “Mede door overheidsbeleid wonen ouderen steeds langer op zichzelf. Maar we zien ook steeds meer scheefwoners ontstaan; ouderen die niet meer in een woning wonen die bij hen past. Dat is gedeeltelijk een bewuste keuze van ouderen, vooral omdat ze graag in een voor hen vertrouwde woning willen wonen. Maar in toenemende mate komt het ook doordat er onvoldoende en niet op de juiste locatie passende seniorenwoningen zijn te vinden. Overigens is dat een aanname, omdat er onvoldoende diepgaand onderzoek is gedaan naar de echte woonbehoeften van senioren. Dat zou wat ons betreft ook een belangrijke suggestie zijn aan de nieuwe minister: onderzoek hoe en waar senioren zouden willen wonen”, aldus de adviesgroep.

Senioren wonen steeds vaker in een koopwoning

Een trend is dat de bevolking steeds ouder wordt én die ouder wordende bevolking woont ook steeds vaker in een koopwoning. Uit CBS-cijfers blijkt dat in de periode 2010 tot en met 2020 het eigenwoningbezit (zowel absoluut als relatief) in de leeftijdscategorieën 25-35 jaar en 35-45 jaar is gedaald, iets dat aantoont dat starters steeds moeilijker een woning kunnen vinden. Het eigenwoningbezit (zowel absoluut als relatief) is fors gestegen bij alle leeftijdscategorieën vanaf 55 tot 65 jaar. Met de grootste absolute groei in de leeftijdscategorie 65 tot 75 jaar; het aantal huishoudens in die leeftijdscategorie steeg met 260.000 naar 744.500 (een stijging van bijna 54 procent in 10 jaar). Ook de leeftijdscategorie 75 tot 85 jaar zag een stijging van 54 procent, maar de grootste relatieve stijger was in de leeftijdscategorie 85 jaar en ouder, met bijna 75 procent.

Onderzoek hoe en waar senioren zouden willen wonen

Behoefte aan 600.000 woningen voor senioren tot 2040

Volgens de adviesgroep is er tot 2040 behoefte aan 600.000 extra woningen voor senioren. Een deel van de bestaande koopwoningen voldoet aan de behoeften van senioren. “Maar met de stijgende leeftijd zal steeds vaker behoefte zijn aan woningen die nog specifieker gericht zijn op senioren. Denk aan zaken als drempelvrij, gelijkvloers, onderhoudsvriendelijk en zorgvriendelijk.” Van Bruggen ziet tot slot ook een oplossing in het ombouwen van kantoorpanden tot seniorengemeenschappen waarbij er ook extra voorzieningen zijn voor de vitale senioren. Of de optie van het verruimen van de mogelijkheden om een recreatiewoning als volwaardige woning te gebruiken.