Pensioendeelnemer laat zich door grote getallen verleiden tot opnemen bedrag ineens

Een pensioendeelnemer is eerder geneigd om te kiezen voor het opnemen van een bedrag ineens bij pensionering als daar een concrete som aan gekoppeld is. In dat geval kiest ruim de helft voor die zogeheten lumpsum, blijkt uit onderzoek van Insurance Europe.
Delen:

Ongeveer een op de vijf Europese werknemers zou kiezen voor uitkering van een bedrag ineens op pensioendatum. Wanneer bedragen worden gekoppeld aan de keuzes, stijgt de animo voor zo’n lumpsum sterk: als de keuze wordt gegeven tussen een jaarlijkse uitkering van € 2.500 of € 50.000 ineens, kiest 54% voor het bedrag ineens. “Dat verschil toont aan hoe het tonen van bedragen mensen in bepaalde richtingen kan sturen. Het laat ook zien dat mensen een sterke voorkeur hebben voor grotere bedragen.” Daar voegt de koepel aan toe dat het waarschijnlijk ook bewijst dat mensen onrealistische denkbeelden hebben over de kosten van het afdekken van het langlevenrisico.

Een op drie Nederlanders kiest lumpsum

Netspar bekeek in een recent onderzoek eveneens de voorkeuren van pensioendeelnemers op het gebied van uitkeringspatronen. Een constante pensioenuitkering blijkt bij Nederlanders het meest populair, maar een hoog/laag-uitkeringsprofiel en de lumpsum-optie worden elk door bijna 30% als voorkeursscenario gekozen. Wel veranderen die keuzes bij de meerderheid als er wisselende scenario’s worden gepresenteerd. “Onze regressieresultaten (waarbij diverse variabelen worden veranderd, red.) laten zien dat de interesse in een lumpsum hoger is wanneer een hoger percentage van het pensioenvermogen als lumpsum kan worden opgenomen en lager wanneer de rente of de vervangingsratio van het pensioen hoger is. De belangstelling voor een hoog/laag uitkeringsprofiel is hoger wanneer de hoge uitkering korter duurt.” Hoe hoger het inkomen, hoe lager de voorkeur voor een constante pensioenuitkering.

Kwart geen interesse in pensioensparen

Het tweede Pan-European Pension Survey van Insurance Europe (onder 16.000 mensen) laat verder zien dat meer dan een derde van de werknemers in de EU (38 procent) zelf geen geld opzij zet voor hun pensioen. Wie geen pensioen opbouwt, doet dat in 30% van de gevallen naar eigen zeggen omdat er geen geld voor is. Opmerkelijk is dat een kwart van de niet-pensioenspaarders aangeeft niet geïnteresseerd te zijn in het opzij zetten van geld voor later. Ruim een op de vijf respondenten geeft aan dat de coronapandemie een negatieve invloed heeft op de pensioenpot. Bij pensioensparen is zekerheid het belangrijkste aspect, zo geven de respondenten aan.

Kloof wordt groter

De pensioenkloof, tussen landen onderling en tussen verschillende bevolkingsgroepen, is gegroeid, zo concludeert Insurance Europe. Die beveelt aan om in Europees verband meer werk te maken van het vergroten van het pensioenbewustzijn en van financiële geletterdheid. “Er is duidelijk behoefte aan de bescherming die garanties en uitkeringen van verzekeraars bieden. Regelgeving, en meer specifiek Solvency II, zou verzekeraars daarom niet moeten weerhouden van het verkleinen van de pensioenkloof.”