nieuws

Rechter: Bestemming hotel niet aangepast, geen schadevergoeding voor afgebrand Polenpension

Schade 11219

De eigenaar van een voormalig hotel dat twee jaar geleden door brand volledig verwoest werd, kan fluiten naar een schadevergoeding. Op het moment van de brand werd het pand verhuurd aan een uitzendorganisatie die er Poolse seizoenarbeiders onderbracht. De exploitant had verzuimd die bestemmingswijziging door te geven aan de verzekeraars. Volgens de rechtbank Rotterdam had dat wel gemoeten.

Rechter: Bestemming hotel niet aangepast, geen schadevergoeding voor afgebrand Polenpension

Het hotel dat eind mei 2017 afbrandde werd tot 2010 geëxploiteerd als hotel en was ook als zodanig verzekerd bij een pool van acht verzekeraars. Dertien weken per jaar werd het hotel, de Purmer Eend in het Noord-Hollandse Kwadijk, verhuurd aan stichting De Zonnebloem, die daar vakanties organiseerde voor mensen met een beperking.

Werklieden Noord-Zuidlijn

Eind 2010 verandert het gebruik van het hotel. Het Duitse aannemersbedrijf Max Bögl huurt voor ruim 4 jaar 28 kamers en het bedrijfsappartement dat boven de kamers is gebouwd. De huurder zorgt voor de schoonmaak en het linnengoed. Max Bögl huisvest er werklieden die aan de Noord-Zuidlijn in Amsterdam werken.

Vanaf januari 2016 komt er een nieuwe huurder, NL Jobs. Die uitzendorganisatie huisvest er seizoenarbeiders. Volgens het Noord-Hollands Dagblad zijn er 51 Poolse arbeidskrachten in het hotel aanwezig als het pand op 27 mei 2017 afbrandt.

Verzekerd belang komt niet overeen met polis

De acht verzekeraars weigeren nadien om de schade te vergoeden. Volgens de maatschappijen kwam het verzekerd belang ten tijde van de brand niet meer overeen met de beschrijving van de polis. Bovendien staat in de polisvoorwaarden dat als de bestemming wijzigt, dit binnen twee maanden moet worden doorgegeven. Dat is niet gedaan en daardoor is het recht op schadevergoeding komen te vervallen.

Onduidelijke keuzeopties

De exploitant vecht die beslissing aan bij de rechtbank Rotterdam. In eerste instantie lijkt de rechter op de hand van de hoteleigenaar. De verzekeraars mogen schadevergoeding namelijk niet weigeren om de enkele reden dat het feitelijke gebruik van het pand niet in overeenstemming is met de omschrijving daarvan op de polis. Bij het invullen van het aanvraagformulier koos de eigenaar onder de hoofdactiviteit ‘Hotel, Vakantieoord, Conferentiecentrum’ voor de subsector ‘Hotel-café-restaurant’. Een andere keuzemogelijkheid was ‘Pension, kamerverhuurbedrijf (Geen studenten)’. Het verschil tussen die opties is volgens de rechter echter niet voldoende kenbaar gemaakt.

Exclusieve verhuur

Toch krijgt de hoteleigenaar het deksel op de neus. De rechter rekent hem aan dat vanaf het moment dat het pand langdurig werd verhuurd aan eerst Max Bögl en later NL Jobs, dit niet is doorgegeven aan de verzekeraars. Volgens de eigenaar was het pand echter altijd een hotel, aangezien er sprake was van verhuur van kamers en bedden. Ook de gemeente en de brandweer beschouwden het zo, betoogt hij.

Voor de rechter is dat echter niet belangrijk. Door exclusief te verhuren aan bedrijven die er werknemers onderbrengen, is geen sprake meer van een hotel, aldus de uitspraak. De eigenaar wist van de huurovereenkomst en de bestemmingswijziging, want er is een gesprek met de gemeente geweest of werklieden van Max Bögl zich op het adres van het hotel konden inschrijven.

Expliciete uitsluiting

Door dat niet door te geven aan de verzekeraars, vervalt ook het recht op schadevergoeding. De verzekeraars zouden bij tijdige melding de polis niet hebben voortgezet, omdat zij niet bereid zijn het risico te accepteren van schade aan een gebouw waar arbeidsmigranten zijn gehuisvest. “Dit alles onder meer als gevolg van zeer intensief gebruik van de kamers door meerdere personen tegelijk, de installatie van huishoudelijke apparatuur op de kamers en het gebruik door de bewoners van gemeenschappelijke ruimtes zoals de keuken.”

In de poolovereenkomst stond bovendien expliciet dat pensions voor gastarbeiders niet geaccepteerd mochten worden als risico. De rechter wijst de vorderingen van de hoteleigenaar dus af. De acht verzekeraars hoeven niet de portemonnee te trekken.

Reageer op dit artikel