nieuws

Jos Baeten (ASR): ‘Eén zwaluw maakt nog geen zomer op Nederlandse schademarkt’

Schade 7476

“De Nederlandse schademarkt gaat de goede kant op, maar we zijn er nog niet”, meent ASR-bestuursvoorzitter Jos Baeten als hij de eigen jaarcijfers en die van concurrenten beschouwt. Hij zegt te worstelen met de balans tussen het terugdringen van de kosten en de maatschappelijke verantwoordelijkheid om ook bijzondere risico’s te dekken. “Je wilt niet als enige het afvoerputje worden van moeilijke risico’s.”

Jos Baeten (ASR): ‘Eén zwaluw maakt nog geen zomer op Nederlandse schademarkt’

Waar verzekeraars NN en Allianz hun combined ratio afgelopen jaar zagen dalen, steeg bij ASR deze thermometer om de gezondheid van de schadeportefeuille te peilen licht. Dat blijkt uit de jaarcijfers die de verzekeraar uit Utrecht vanochtend presenteerde. ASR komt uit op 96,5%. Dat is onder de eigen norm van 97% en dus is ceo Jos Baeten tevreden. “De januaristorm heeft vorig jaar een behoorlijke impact gehad. Als je die er aftrekt, komen we op 95,5% en dat is in lijn met de cijfers die we vorig jaar hebben gepresenteerd.”

Zou je, nu meer verzekeraars onder die grens van 97% duiken, kunnen stellen dat de Nederlandse schademarkt gezonder wordt? Normaliseert?
Baeten: “Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar als die ene zwaluw een indicatie is, dan gaat het de goede kant op. Brand stond vorig jaar gemiddeld onder water, al komt dat door de stormschade. De automarkt zou ik nog niet gezond willen noemen. We zijn wel op weg naar een gezonde schademarkt, maar we zijn er nog niet.”

Hoe zijn de verschillen in jullie eigen schadeportefeuille?
“Storm komt uit onder de 100%, auto ook, maar dat is marginaal. Met andere schades zitten we daar ruim onder. We hadden vorig jaar wel meer grote schades dan een jaar eerder: € 54 miljoen tegenover € 33 miljoen. Dat was niet in één specifieke markt maar over de hele linie. We hadden grote letselschades, maar ook een grote brand in een botenloods. Maar de bulk in onze portefeuille is gewoon heel gezond.”

Is dat ook te danken aan het integreren en uitkleden van Europeesche Verzekeringen?
“In de schademarkt is het kostenspel heel belangrijk. Wij hebben ervoor gekozen in de particuliere markt iets meer te standaardiseren. Dat houdt de kosten laag, ook voor de klant. Van allerlei losse verzekeringen hebben wij gekeken hoe groot het volume is. Als ze te klein zijn, zijn ze niet meer rendabel. Niet voor iedere exoot kan ik een productlijn in stand houden.”

Is het denkbaar dat als de schademarkt verder aantrekt en die ene zwaluw gezelschap krijgt, ASR dit soort specialistische verzekeringen wel weer gaat aanbieden?
“We maken ons met de markt zorgen over hoe we capaciteit kunnen houden voor kleinere risico’s. Voor drie oldtimerverzekeringen kan ik niet een hele administratie overeind houden. Toch willen we kijken hoe we ook dit soort producten kunnen verzekeren.”

Je zou ook kunnen zeggen: die laat ik aan nicheverzekeraars.
“De facto is dat ook wat ik zeg. Een nicheverzekeraar heeft vaak wel een grote portefeuille en kan die producten rendabel aanbieden. Tegelijkertijd vind ik dat wij als grote verzekeraars een maatschappelijke taak hebben om ook naar deze risico’s te kijken. We moeten met elkaar die verantwoordelijkheid nemen.”

Hoe kunnen jullie dat doen?
“Binnen het Verbond zijn we ook bezig met de houdbaarheid van risico’s, vooral ook moeilijke zakelijke risico’s. Hoe houden we die op lange termijn verzekerbaar? Daar willen we echt aan bijdragen, maar wel met goede premies en voorwaarden. Hoe wij dat kunnen doen? Dat antwoord heb ik nog niet. Ik voel die maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar het is niet gemakkelijk. Je wilt ook niet als enige het afvoerputje worden van moeilijke risico’s.”

Reageer op dit artikel