nieuws

Restauranthouder verzweeg verkoopplannen, mag AOV-uitkering houden

Schade 4704

Verzwegen verkoopplannen ten spijt, de Goudse kan toch fluiten naar de AOV-uitkering die de verzekeraar jarenlang uitbetaalde aan een restauranteigenaar. Dit heeft de rechtbank Den Haag eerder deze maand besloten in een bodemprocedure. Volgens de rechtbank doet de al eerder voorgenomen verkoop van het restaurant niets af aan de arbeidsongeschiktheid van de man op dat moment en mag hij de uitkering houden. 

Restauranthouder verzweeg verkoopplannen, mag AOV-uitkering houden

De inmiddels voormalige restauranthouder sluit in 2006 een AOV bij de Goudse. Eind november 2011 meldt hij zich volledig arbeidsongeschikt bij de verzekeraar wegens pijn in benen, nek en armen. De verzekeraar verstrekt in eerste instantie direct een uitkering, mede op grond van het gegeven dat de man voor 80% actief meewerkt in de zaak.

Verhuur oldtimers

In januari 2012 informeert de man de Goudse dat hij zijn bedrijf wil verkopen, iets wat in juni van dat jaar daadwerkelijk gebeurt. Op grond van die melding en het gegeven dat hij per 1 januari 2013 een nieuwe zaak begint die onder meer oldtimers verhuurt, evenementen organiseert en horeca adviseert wordt de man tot twee keer toe herkeurd, waarbij het uitkeringspercentage per 22 mei 2013 zou worden bijgesteld naar 40%.

Verkoop bedrijf

De Goudse duikt echter verder in de ondernemersgeschiedenis en komt er in 2014 achter dat de man in oktober 2011, nog voor de ziekmelding al plannen had om zijn restaurant te verkopen. Op grond van deze verzwijging, in strijd met de polisvoorwaarden, beëindigt de verzekeraar de polis per 4 juni 2012, kort nadat het restaurant officieel wordt overgedragen aan de nieuwe eigenaar.

Verstrekte uitkering

De Goudse wil bovendien de verstrekte uitkering vanaf die datum tot en met 31 mei 2014 terug, vermeerderd met de ruim € 24.000 onderzoekskosten naar de verzwijging, in totaal een bedrag van meer dan € 78.000. Niet alleen heeft de restauranthouder volgens de verzekeraar verzwegen dat hij zijn zaak toch al wilde verkopen, ook zou de man anders dan hij zelf had aangegeven niet voor 80% uitvoerend in de zaak hebben gewerkt. Bovendien, zou de man de activiteiten van diens nieuwe bedrijf bewust zo klein mogelijk hebben gemaakt.

Gezondheidsklachten

De rechter gaat aan alleen mee in het eerst verwijt meer maar verbindt daar niet de consequentie aan dat de man de uitkering moet terugbetalen. “De rechtbank is echter met [eisende partij sub 2] van oordeel dat moet worden aangenomen dat de verkoop in ieder geval mede is ingegeven door de gezondheidsklachten van [eisende partij sub 2] . Alle geïnterviewde werknemers hebben verklaard dat [eisende partij sub 2] in toenemende mate klaagde over zijn fysieke klachten. (…)Uit het feit dat [eisende partij sub 2] zijn gezondheidsklachten bij de makelaar alleen zijdelings heeft genoemd en als hoofdreden voor de verkoop de gewenste gezinsuitbreiding noemde, kan evenmin worden afgeleid dat die gezondheidsklachten geen belangrijke rol speelden.”

Onjuiste voorstelling van zaken

De rechtbank vervolgt in haar vonnis: “In het licht van die omstandigheden kan tot geen andere conclusie worden gekomen dan dat [eisende partij sub 2] tegen beter weten in heeft volgehouden dat er vóór de door hem gegeven officiële verkoopopdracht geen activiteiten in het kader van de verkoop hebben plaatsgevonden. Deze handelswijze kan worden gekwalificeerd als het opzettelijk geven van een onjuiste voorstelling van zaken over “andere feiten of omstandigheden” in de zin van artikel 12.2 sub c van de toepasselijke polisvoorwaarden. Een en ander leidt ertoe dat Goudse op grond daarvan mocht overgaan tot beëindiging van de verzekering.”

Recht op uitkering

Dat betekent echter niet dat de verzekeraar de uitkering en de kosten kan terugvorderen. “Op grond van artikel 7:941 lid 5 BW vervalt het recht op uitkering, indien de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde niet voldoet aan zijn mededelingsplicht met het opzet de verzekeraar te misleiden, behalve voor zover de misleiding het verval van het recht op uitkering niet rechtvaardigt. Naar het oordeel van de rechtbank staat in dit geval een verval van het recht op uitkering niet in verhouding tot het verzwijging. “In dit verband acht zij van doorslaggevend belang dat de verkoop van de onderneming van [eisende partij sub 2] vooral het gevolg was van de gezondheidsproblemen van [eisende partij sub 2] . Dit betekent dat die verkoop, ook als het voornemen daartoe wel direct was gemeld, geen gevolgen zou hebben gehad voor het recht van [eisende partij sub 2] op een uitkering onder de polis.”

Vermelding frauderegister

De verzekeraar mag in de inschrijving van de man in het eigen incidentenregister wel handhaven. Een opname in het externe verwijzingsregister vindt de rechtbank te ver gaan.

 

Reageer op dit artikel