nieuws

Hoge Raad vernietigt arrest in slepende bijrijderszaak Allianz

Schade 5808

Bijna 17 jaar nadat de aanrijding daadwerkelijk plaatsvond moet een vrouw alsnog beter bewijs leveren dat ze als bijrijder in een bestelbusje zat. De Hoge Raad vernietigde vorige week een arrest van het Gerechtshof Den Haag in de kwestie waarbij Allianz vorig voorjaar nog werd veroordeeld tot het vergoeden van alle letselschade die de vrouw bij het ongeval zou hebben opgelopen. Het Gerechtshof Amsterdam moet het geleverde bewijsmateriaal nu opnieuw beoordelen.

Hoge Raad vernietigt arrest in slepende bijrijderszaak Allianz

Het gaat in de zaak om een vrouw die op 17 september 2001 rond vier uur ’s middags als bijrijder van haar zoon in een busje door het centrum van Rotterdam rijdt. Na het afslaan klapt er een achterligger op het busje. De vrouw heeft in eerste instantie geen pijnklachten, maar wel de dag erop, waarna ze zich ook meldt bij haar huisarts. Deze constateert whiplashklachten na een aanrijding. De klachten worden sindsdien alleen maar erger waarna de vrouw arbeidsongeschikt raakt.

Verklaring achterligger

De Zwolsche Algemeene, rechtsvoorganger van Allianz en op dat moment de verzekeraar van de achterligger, weigert echter over de brug te komen. De verzekeraar betwist dat de vrouw op het moment van het ongeval in de wagen zat en baseert zich daarbij mede op een verklaring van de achterligger. Die stelt na het ongeval naar het busje te zijn gelopen en daarbij de vrouw niet te hebben aangetroffen. De zoon van het slachtoffer verklaart echter dat zijn moeder direct na het ongeval het busje heeft verlaten om Chinees te gaan halen.

Bekentenis valse verklaring

Het slachtoffer voert ook vier andere getuigen op die aangeven dat ze de vrouw na het ongeval hebben zien uitstappen. Getuige nummer 6 bekent echter in 2005 dat zij een valse verklaring heeft gelegd. Op grond daarvan worden de andere drie getuigen, de zoon en het slachtoffer veroordeeld wegens oplichting, valsheid in geschrifte en meineed. De vrouw en haar zoon een van de getuigen tekenen hier hoger beroep tegen aan. Deze getuige en de zoon worden in de strafzaak later in hoger beroep (deels) vrijgesproken.

Chinees om 4 uur ’s middags

In de civiele zaak oordeelt het Gerechtshof Den Haag echter dat zij wel de overtuiging heeft dat de vrouw als passagier van haar zoon in het busje zat. Het feit dat het volgens Allianz vreemd is dat de vrouw, direct na het ongeval om vier uur ’s middags al Chinees ging halen, deed volgens het Gerechtshof niet ter zake.

Consistente whiplashklachten

Het hof stelde in februari 2017: “Bij deze overtuiging is voor het hof met name van belang dat appellante zich al de volgende dag bij de huisarts heeft gemeld met letsel dat passend is bij een aanrijding en daar ook over de aanrijding heeft verteld. (…) Er zijn geen aanknopingspunten gesteld of gebleken om van dit scenario, waarbij dus sprake is van een uitgewerkt, vooropgesteld plan om schadevergoeding te verkrijgen, uit te gaan. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat uit de medische stukken voldoende blijkt dat sprake is van consistente whiplash-gerelateerde klachten.”

Verval recht op schadevergoeding

Allianz legt zich echter niet neer bij de uitspraak van het Hof en stapt naar de Hoge Raad. Volgens Allianz heeft het Hof ten onrechte niet aan de eerdere opzet tot misleiding van Allianz een volledig verval van het recht op schadevergoeding verbonden. Daarnaast stelt Allianz dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is voorbijgaan aan de valse verklaring.

Eigen aanspraak op WAM

De eerste klacht wijst de Hoge Raad in cassatie van de hand. De vermeende verzekeringsfraude van de vrouw kan haar eigen aanspraak op grond van de WAM niet stuiten. “Bij personenschade veroorzaakt door een motorrijtuig heeft een benadeelde jegens de verzekeraar door wie de aansprakelijkheid voor de schade van de benadeelde wordt gedekt op grond van de WAM, ingevolge art. 6 WAM een eigen recht op schadevergoeding. Bij gebreke van een contractuele verhouding tussen de benadeelde en de verzekeraar is van rechtstreekse toepasselijkheid van art. 7:941 lid 5 BW geen sprake.”

Geheel andere aard

Ook voor analoge toepassing van deze bepaling is volgens de Hoge Raad geen plaats. “Art. 7:941 lid 5 BW is geschreven voor een specifieke contractuele rechtsverhouding. De rechtsverhouding tussen de WAM-verzekeraar en de benadeelde is van geheel andere aard dan die rechtsverhouding en hangt bovendien samen met een andere (niet-contractuele) rechtsverhouding, te weten die tussen de benadeelde en de verzekerde.”

Onvoldoende gemotiveerd

De tweede klacht van Allianz slaagt wel. Het Gerechtshof heeft volgens de Hoge Raad onvoldoende gemotiveerd dat de onder meer door Allianz aangevoerde bewijslast dat de vrouw niet in de auto zat niet klopte. De bewijslast rust in dit geval op [verweerster] . Naar het hof heeft vastgesteld, zijn, behoudens de verklaring van haar zoon [betrokkene 1] , alle naast de partijverklaring van [verweerster] gebezigde bewijsmiddelen terug te voeren op de eigen verklaringen van [verweerster] . Wat betreft de verklaring van [betrokkene 1] heeft het hof in rov. 19 overwogen dat hij niet strafrechtelijk is veroordeeld waar het zijn verklaringen omtrent de aanwezigheid van [verweerster] in de Nissan betreft. Tegen de achtergrond van gebleken onwaarheden in zijn verklaringen op andere punten, volgt hieruit nog niet dat de getuigenverklaring van – de wel op andere punten ter zake van valsheid in geschrift en meineed veroordeelde – [betrokkene 1] op dit punt voldoende betrouwbaar is om daaraan bewijskracht toe te kennen (vgl. rov. 2.14 van het eindvonnis van de rechtbank).”

Reageer op dit artikel