nieuws

Myrthe Soer (DNB): ‘Uitholling kapitaal bij autoverzekeraars gaat door’

Schade 5423

De Nederlandsche Bank uitte afgelopen jaren meermaals zijn zorgen over de verliezen die verzekeraars lijden op de automarkt. Inmiddels lijkt de dalende lijn afgevlakt, maar de branche is daarmee het probleem nog niet de baas, waarschuwt Myrthe Soer, toezichthouder specialist voor de automarkt bij DNB. “De uitholling gaat door.”

Myrthe Soer (DNB): ‘Uitholling kapitaal bij autoverzekeraars gaat door’
Foto: DNB.

Het zijn geen vrolijk makende cijfers: slechts 7 verzekeraars haalden in 2016 voor hun autoverzekeringen een combined ratio die onder de 100% lag. Gemiddeld lag die verhouding op 110,8% wat betekent dat verzekeraars voor elke binnenkomende euro premie bijna 11 cent interen op hun reserves. Kijk je alleen naar WA-polissen dan is de situatie nog somberder. De gemiddelde combined ratio is 120%.

Deze cijfers uit het laatste am:jaarboek zijn gebaseerd op de rapportages van verzekeraars aan DNB. Myrthe Soer, toezichthouder specialist bij de centrale bank en lid van het expertisecentrum financiële risico’s verzekeraars, ziet elk kwartaal de cijfers van alle verzekeraars. De afgelopen jaren waren die voor DNB al meermaals reden om de noodklok te luiden.

Hoe staat de automarkt er op dit moment voor?
“De markt is nog steeds erg concurrerend en zeer verlieslatend. Hoe schadelijk de verliezen zijn, is moeilijk te zeggen. Dat hangt af van de buffer die een verzekeraar heeft. Het is nog niet dusdanig ernstig voor de korte termijn, maar op langere termijn maken wij ons zorgen.”

Hebben jullie oproepen al geleid tot verbetering?
“De laatste twee jaar zijn de verliezen min of meer gelijk gebleven. De dalende lijn vlakt af. Dat wil niet zeggen dat het probleem daarmee is opgelost, want de uitholling van het kapitaal gaat gewoon door.”

De toezichthouder is geen probleemoplosser

Hoe komt dat?
“Verzekeraars zeggen ons dat ze vooral een toename van de buitengerechtelijke kosten zien en een groei van de schadelast door ander rijgedrag, bijvoorbeeld onder invloed van smartphones. Wij vinden het belangrijk dat verzekeraars zelf zien waar de oorzaken liggen, want ze moeten ook zelf de oplossing vinden. De toezichthouder is geen probleemoplosser. Maar we houden wel een vinger aan de pols. En als wij ons zorgen maken, gaan we ervan uit dat verzekeraars dat ook doen.”

Waar spreken jullie in dit verband met verzekeraars over?
“Wij hebben ze onder andere gevraagd of dit bewust beleid is. Is er een reden om verlies te maken? Worden de risico’s wel in voldoende mate beheerst? Dan blijkt dat het inderdaad bewust beleid is. Autoverzekeringen zijn een trekkersproduct vanwege het verplichte karakter van WA. Dat betekent een groot volume, én een ingang naar de klant. We hebben verzekeraars ook gevraagd of het mogelijk is te stoppen met autoverzekeringen. In de meeste gevallen luidt het antwoord nee. Auto vormt de kern van de schadeverzekeraar.”

Lang doorgaan met het opslurpen van reserves is voor verzekeraars evenmin een optie. Een van de middelen om autoverzekeringen winstgevender te maken, is het verhogen van de premies, iets wat veel maatschappijen de afgelopen twee jaar hebben gedaan, blijkt uit de autopremie-index die vergelijker Independer sinds augustus 2006 bijhoudt. De start van de index geldt als 100 en in de jaren erna liepen de premies fors terug, naar een index van 70 medio 2008. Pas in januari 2017 werden hogere premies gerekend dan bij de start in 2006. Afgelopen november bereikte de autopremie-index zijn voorlopige hoogtepunt:  113, wat betekent dat autoverzekeringen gemiddeld 13% duurder waren dan in augustus 2006.

Helpen die stijgende premies?
“Wij lezen ook in de media dat de prijzen zijn gestegen, maar tegelijkertijd horen we van verzekeraars dat de schadelast toeneemt.”

Betekent dat dat we binnenkort een nieuwe oproep kunnen verwachten om de premies te verhogen?
“DNB heeft nooit gezegd dat de premies omhoog moeten. Zo is het misschien vertaald, maar wij vertellen niet wat verzekeraars moeten doen. Wij letten alleen op financiële risico’s, we delen onze zorgen en we volgen de stappen die verzekeraars zetten om hun risico’s beter in de vingers te krijgen. Wij geven geen advies, zeggen niet ‘probeer dit eens’. Verzekeraars moeten zelf bepalen hoe ze een gezondere balans krijgen.”

Waarom gaat het eigenlijk zo slecht in jullie ogen? Waar zit het pijnpunt?
“De levenmarkt is geslonken en verzekeraars zijn daarom hun blik meer en meer gaan richten op schade. Dat leidt tot een zeer concurrerende markt. Voor consumenten is de WA-verzekering bovendien inwisselbaar. Het is haast een commodity product geworden. Dat maakt het voor verzekeraars zo lastig. Mensen gaan naar een vergelijkingssite en sluiten daar de goedkoopste verzekering af. Verzekeraars voelen zich gedwongen hun prijzen laag te houden wat weer bijdraagt aan de hevige concurrentie. Gevolg daarvan is dat ze moeilijk winst weten te maken.”

Wat is het ultieme gevaar daarvan?
“Een deconfiture, een faillissement waardoor een verzekeraar afgewikkeld moet worden. Dan moeten polishouders worden gekort op hun uitkeringen, iets wat we te allen tijde willen voorkomen. Vandaar dat we verzekeraars oproepen tot actie.”

Pakken verzekeraars die handschoen op?
“We zijn steeds dieper in gesprek. Dat betekent niet dat we elke week met een verzekeraar praten, dat heeft geen zin, maar we zitten zeker ieder jaar om tafel. En elk kwartaal krijgen we nieuwe cijfers. Dat zijn momenten om goed in de gaten te houden hoe partijen ervoor staan. We zien dat ze steeds meer bezig zijn met verbeteringen. Ze proberen processen te optimaliseren, zodat de bedrijfsvoering efficiënter verloopt en ze sneller kunnen ingrijpen bij een hoge schadelast. Ook zien we steeds meer de inzet van data. Verzekeraars verrijken polisdata met externe gegevens van bijvoorbeeld het rijgedrag van bepaalde groepen chauffeurs. Dat helpt om risico’s beter in te schatten. Hieruit blijkt dat verzekeraars de problemen onderkennen en er iets aan proberen te doen. Dit juichen wij toe.”

Ik zie verzekeraars worstelen. Er is geen eenvoudig antwoord op dit probleem

Zorgen deze maatregelen al voor een opleving? Komen de zwarte cijfers al iets dichterbij?
“Dat is heel moeilijk te zeggen. Ik zie verzekeraars worstelen. Ze zijn in hoge mate afhankelijk van autoverzekeringen en tegelijk is het een heel concurrerende markt. Er is geen eenvoudig antwoord op dit probleem.”

Zijn er marktontwikkelingen die het tij kunnen keren?
“Zelfrijdende auto’s zouden kunnen leiden tot minder botsingen en dus minder cascoschades, wat met zich meebrengt dat de risico’s afnemen. Dat kan overigens ook een nadeel hebben. Portefeuilles kunnen gaan krimpen, en als dat rommelig gaat, kan dat tot hoge kosten leiden. Daarnaast krijgen verzekeraars bij autonome auto’s te maken met een andere aansprakelijkheid. Daar horen ook andere risico’s bij.”

Verzekeraars spelen met het idee dat de verzekering moet verschuiven van het voertuig naar de mens. Wat vindt DNB daarvan?
“De zogenaamde firstpartyverzekeringen. In Zweden hebben ze daar veel ervaring mee, maar de situatie daar is echt anders dan hier. Zweden heeft een lage verkeersdichtheid en zeker niet de verkeersdrukte die wij kennen. Dat dit in Zweden werkt, wil niet zeggen dat het in Nederland ook een goede vorm is.

Een voordeel van een firstpartyverzekering is dat je makkelijker op iets anders kunt concurreren dan op de prijs. Degene die de uitkering krijgt, is ook de polishouder. Ik kan me voorstellen dat consumenten bij het afsluiten van zo’n verzekering beter letten op dekking en service. Verzekeraars kunnen zich proberen te onderscheiden met iets als een A++-dekking. Maar bij zo’n verzekering zijn ook veel vragen. Wat doe je bijvoorbeeld met fietsers en voetgangers?”

Een ander 21ste-eeuws fenomeen: de deeleconomie. Hoe beïnvloeden deelauto’s de financiële sores van verzekeraars?
“Ook daar geldt dat het risico zou kunnen afnemen als de dekking niet altijd loopt, maar enkel als je rijdt. Maar ook hier bestaat een transitierisico: er ontstaan nieuwe aansprakelijkheidsvraagstukken. Verzekeraars zijn zich overigens bewust van deze risico’s.”

Is de automarkt een voorloper in de zin dat andere markten eenzelfde ontwikkeling wacht?
“We verwachten niet dat andere markten ook last krijgen van de problemen waarmee autoverzekeraars kampen. Auto heeft heel specifieke kenmerken, je zou moeten kijken of je die terugziet bij andere producten. De markt voor WIA/WGA houden we op dit moment nauwgezet in de gaten, want ook daar zijn verliezen, maar die zijn van heel andere aard. Het zou erg voorbarig zijn om te zeggen dat wat we bij autoverzekeringen zien, ook in andere markten gaat gebeuren.”

Baken Adviesgroep suggereerde afgelopen jaar dat er in de huidige automarkt eigenlijk maar plaats is voor twee of drie verzekeraars. Zouden daarmee de problemen opgelost zijn?
“Voor DNB is de markt een gegeven. Wij gaan niet over de marktsamenstelling. Wij horen van verzekeraars hoe belangrijk WA voor hen is vanwege het grote volume. Zij kunnen daar niet een-twee-drie mee stoppen, want ze zijn er in hoge mate van afhankelijk. Met de risico’s zijn ze bezig, en ze zetten stappen. Nog niet genoeg, want onder de streep maken ze nog steeds verlies. Het is aan de markt zwarte cijfers te laten zien.”

Myrthe Soer (29) studeerde econometrie en actuariële wetenschappen in Groningen en Amsterdam. Ze werkte ruim drie jaar als consultant bij Towers Watson voor ze in september 2015 bij De Nederlandsche Bank begon als toezichthouder specialist voor de automarkt. Soer is tevens lid van het Expertisecentrum financiële risico’s verzekeraars van DNB.

Reageer op dit artikel