Vijfentwintig paar nieuwsgierige ogen kijken me aan. Ik sta, samen met drie andere 'mzungu's (witneuzen) voor een lagere schoolklas midden in de sloppenwijken van Nairobi. Tussen de 'how are you's' en 'what's your name?' door fluisteren ze in hun eigen taal en wordt er veel gegiecheld. Op onze vraag wat ze later willen worden, komen antwoorden als dokter, brandweerman, juf, chauffeur en beroemd. Dat is dus over generaties en breedtegraden grofweg hetzelfde. Verder is hier niets hetzelfde en weet ik me nauwelijks een houding te geven.