nieuws

Klaverblad moet ruim 175 mille uitkeren na foutieve aanmaning

Financiële planning 34234

Klaverblad Levensverzekering moet een weduwe ruim € 175.000 uitkeren omdat ze de overlijdensrisicoverzekering ten onrechte premievrij heeft gemaakt. In de aanmaning die in 2010 aan de vrouw en haar in 2016 overleden echtgenoot is gestuurd, had moeten staan dat de premie binnen een maand betaald moest worden. Er werd echter een termijn van dertig dagen gehanteerd. Te kort volgens de geschillencommissie van Kifid.

Klaverblad moet ruim 175 mille uitkeren na foutieve aanmaning

Begin 2006 sloten de vrouw en haar man een ORV bij Klaverblad op beider levens met een verzekerde som van € 198.000. De maandelijkse automatische incasso werd in september 2010 gestorneerd, waarna de verzekeraar diverse aanmaningen verzond. In een van de aanmaningen stond dat de verzekering zou stoppen wanneer niet binnen 30 dagen betaald zou worden.

Premievrij

Omdat de betaling over september uitbleef, werd die per 1 november 2010 beëindigd. Eind die maand volgde een nieuw schrijven van de verzekeraar waarin werd gemeld dat de dekking weer van kracht zou worden zodra de premie binnen was. Medio 2013 volgde nogmaals een brief, waarin werd gemeld dat de verzekering premievrij wordt voortgezet met een verzekerde som van € 14.188.

Verhuisd

In 2016 overleed de man. Pas in januari 2018 kreeg de verzekeraar daar kennis van, omdat de nieuwe bewoners van het huis waar de vrouw woonde meldden dat de vrouw was verhuisd. Via de hypotheekadviseur van de vrouw kreeg de verzekeraar het nieuwe adres door, waarna een nieuw polisblad is verstuurd. De vrouw berichtte de verzekeraar vervolgens dat haar man is overleden. Klaverblad keerde daarop € 14.188 uit.

Aanmaningen

De vrouw vond echter dat ze recht had op bijna € 200.000. Ze is van mening dat Klaverblad de verzekering niet had mogen beëindigen en stapte naar Kifid. De premie was namelijk tot en met augustus 2010 en van oktober tot en met december 2010 wel voldaan via automatische incasso. Hieruit had de verzekeraar kunnen opmaken dat het echtpaar de verzekering niet had willen beëindigen. Bovendien waren de aanmaningen nooit binnengekomen, omdat die naar een oud adres zijn gestuurd. Pas enkele jaren later werd het de vrouw duidelijk dat de verzekering was beëindigd. Haar man was toen ziek, waardoor de verzekering niet meer hersteld kon worden.

30 dagen

De geschillencommissie van Kifid stelde de vrouw in het gelijk, waarbij als reden werd aangevoerd dat de aanmaning niet correct is gedaan. Verzekeraar meent dat een periode van 30 dagen als een maand kan worden uitgelegd. De Commissie van Beroep van Kifid deed in mei een uitspraak in vergelijkbare zaak. Daarin is bepaald dat met een maand niet dertig dagen wordt bedoeld. Verzekeraar moet daarom het verzekerde bedrag van € 198.000 uitkeren. Wel minus de niet-betaalde premie die tussen eind 2010 en het overlijden van de man in betaald had moeten worden. Ook de uitkering die is gedaan mag in mindering worden gebracht. De uitspraak is niet-bindend.

Duiding bij uitspraken in de am:kifid-uitsprakenbank

In de am:kifid-uitsprakenbank voorzien advocaten van drie kantoren de Kifid-uitspraken die op am:web zijn gepubliceerd van een juridische toelichting. Dat kan een duiding zijn van het vonnis, of een praktijkles die eruit getrokken kan worden. De database wordt wekelijks aangevuld met nieuwe uitspraken plus duidingen. Ga naar https://kifiduitspraken.amweb.nl/.

Reageer op dit artikel