nieuws

Rechtbank: besteding belastingvrije ton mocht ook in het verleden liggen

Financiële planning 3473 PA

Een vrouw die in december 2013 van haar ouders 100.000 euro geschonken kreeg om een verbouwing te bekostigen, hoeft daar niet alsnog schenkingsbelasting over te betalen. De Belastingdienst legde haar een naheffing op, omdat een groot deel van de facturen van de verbouwing al voldaan was voordat haar ouders het geld schonken. De rechtbank in Arnhem zag in de voorwaarden van de belastingvrije schenking geen verplichting dat de kosten gemaakt moeten worden na ontvangst van het geld.

Rechtbank: besteding belastingvrije ton mocht ook in het verleden liggen

De vrouw kreeg in 2013 tweemaal een groot bedrag van haar ouders. In juli 118.000 euro en in december nog eens 100.000 euro voor de verbouwing van haar woning. Rekening houdend met de vrijgestelde bedragen, blijft er volgens de vrouw een belastbaar bedrag over van 132.717 euro. De Belastingdienst vraagt daarop de facturen op die horen bij de verbeteringen aan de woning. De vrouw stuurt elf nota’s in, de eerste uit december 2012 en de laatste uit januari 2014.

Bezwaar

De Belastingdienst accepteert echter alleen de bedragen die zijn uitgegeven na schenking in december 2013, omdat de rest niet met het geschonken bedrag is bekostigd. In totaal blijft er een bedrag over van 28.040 euro. De resterende 79.333 euro was volgens de fiscus al betaald uit haar eigen vermogen. De vrouw maakt daar bezwaar tegen.

De verbouwing was volgens haar eerder begonnen vanwege planningsproblemen van de aannemer. De termijnbetalingen die zij deed aan de aannemer, zijn daarom niet meer dan voorschotten. Bovendien vindt zij dat het feit dat er al facturen waren betaald, niets afdoet aan de intenties van haar ouders bij de schenking: het betalen van de verbouwing.

Voorwaarden

Ten tijde van de schenking golden er drie voorwaarden waaraan een ontvanger moest voldoen voor een belastingvrijstelling. De schenking moest plaatsvinden tussen 1 oktober 2013 en 1 januari 2014 (a). De schenking moest besteed worden aan verbetering en onderhoud van de eigen woning (b). De betaling van de schenking en de besteding moest schriftelijk kunnen worden aangetoond (c). Volgens de rechtbank volgt uit deze voorwaarden niet de verplichting dat de besteding in tijd moet volgen op de schenking.

Vonnis

“De datum van de schenking is in dit geval uitsluitend van belang omdat dat een voorwaarde voor de toepasselijkheid van de vrijstelling is (a). Dat wil echter nog niet zeggen dat de datum van de schenking ook relevant is voor de beoordeling of is voldaan aan voorwaarde (c). In voorwaarde (c) gaat het uitsluitend om de vraag of de betaling van de schenking kan worden aangetoond en de betaling van de kosten voor de eigen woning kan worden aangetoond. Daarin wordt verder geen volgtijdelijk verband voorgeschreven tussen die betalingen”, schrijft de rechtbank in het vonnis.

“In het besluit is een beperkte terugwerkende kracht verleend. Dit heeft volgens de rechtbank tot gevolg dat feiten en omstandigheden van vóór 1 oktober 2013 geen rol kunnen spelen bij de beoordeling van de vraag of aan de voorwaarden van de tijdelijke vrijstelling is voldaan. Voor het onderhavige geval maakt dat echter geen verschil, omdat de facturen van ná 1 oktober 2013 optellen tot een bedrag van € 103.007.”

Naheffing vernietigd

De rechtbank stelde de vrouw in het gelijk. De naheffing van 16.705 euro is vernietigd. Ook de proceskosten zijn voor rekening van de Belastingdienst.

Reageer op dit artikel