nieuws

Hypotheekadviseur moet beducht zijn voor fiscale gevolgen nieuw huwelijksvermogensrecht

Financiële planning 6315

Hypotheekadviseurs moeten extra oppassen bij het bepalen van de hypotheeksom waarvoor hypotheekrenteaftrek geldt. Dit stelt financieel adviseur en blogger Jos Koets. Volgens Koets is het bepalen van de eigenwoningreserve een stuk lastiger geworden door het nieuwe huwelijksvermogensrecht en dreigt vanaf volgend jaar bij een naheffing voor de kopers ook aansprakelijkheid voor de adviseur.

Hypotheekadviseur moet beducht zijn voor fiscale gevolgen nieuw huwelijksvermogensrecht

Vanaf dit jaar geldt het nieuwe huwelijksvermogensrecht. Waar voorheen alle eerder persoonlijk opgebouwde schulden en bezittingen bij een huwelijk in gemeenschap van goederen automatisch tot de ‘gemeenschap’ behoorden, valt deze individuele geschiedenis er nu buiten.

Maximale aftrekduur

De gevolgen van de nieuwe wetgeving zijn ook voelbaar voor partners die voor hun huwelijk al een koopwoning hadden. Vanuit dat verleden hebben ze een eigenwoningreserve opgebouwd en hebben ze al een x-aantal jaren hypotheekrenteaftrek genoten van de maximaal 30 jaar die geldt sinds de Wet inkomstenbelasting 2001 (IB 2001).

Opnieuw trouwen

Door het nieuwe huwelijksvermogensrecht blijft het eigen woning verleden persoonlijk als er opnieuw wordt getrouwd. Dit kan volgens Jos Koets, eigenaar van het Vlaardingse advieskantoor Groenoord en blogger voor Iex.nl flinke gevolgen hebben voor heel wat huizenkopers die vanaf begin dit jaar een huis hebben gekocht. “Je zit nu heel snel in een situatie waarbij er sprake is van een eigenwoningreserve die niet overeenkomt. Neem alleen het gegeven dat meer dan 1 op de 3 huwelijken spaak loopt. Of het feit dat de ene partner, bijvoorbeeld door een gift van ouders, een paar jaar geleden net wel een huis heeft kunnen kopen en de andere door de hoge huizenprijzen niet.”

Gezamenlijke hypotheekrenteaftrek

Concreet zorgt de standaard afwezigheid van boedelmenging (vanuit het verleden van de partners) ervoor dat de eigenwoningreserve persoonlijk blijft, net als het aantal jaren dat nog hypotheekrenteaftrek kan worden genoten. Op basis daarvan kan bij een hypotheek die vanaf 2018 wordt gesloten de gezamenlijke hypotheekrenteaftrek beperkt worden. Zeker als er bijvoorbeeld ook nog sprake is van een schenking.

Veertien casussen

Samen met collega Paul Muskens dook Koets in de materie en kwam hij tot 14 verschillende casussen waarbij de maximale som waarover hypotheekrenteaftrek mag worden genoten wordt gedrukt. “Deze berekeningen laten zien dat voor zeer veel adviseurs het onmogelijk is geworden om de juiste berekening te maken voor hun klanten”, aldus Koets. “Laat staan dat een consument zijn eigenwoningreserve zelf moet berekenen bij execution only.”

Goedkeurend besluit

Met het zogeheten goedkeurend besluit, begin dit jaar geïntroduceerd door staatssecretaris Snel, kan het nieuwe huwelijksvermogensrecht op het terrein van de eigen woning omzeild worden. De partners tekenen er dan voor dat de helft van het eigenwoningverleden van de partners naar elkaar wordt overgeheveld. Dit leidt, bijvoorbeeld in het geval van een eerdere schenking tot een box 3-schuld bezitting voor de een en een box 3 aanspraak voor de ander.

Complete afschaffing

Volgens Koets loopt het kabinet met het Goedkeurend Besluit verder vooruit op een uiteindelijke complete afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. “Alle stappen die sinds 2001 zijn gezet, bijvoorbeeld de verplichte aflossing per 2013 of de recente aftopping, hebben er toe bijgedragen dat de aftrek is verminderd. Ik denk dat voor 2031, als de maximale termijn waarvoor de renteaftrek geldt is verstreken voor de eerste huizenkopers, al is aangekondigd dat de eigen woning volledig verhuist naar box 3.”

Aangifte IB 2018

Het probleem rondom de eigenwoningreserve wordt nu volgens hem manifest omdat het eerste fiscale jaar na de invoering van het nieuwe huwelijksvermogensrecht erop zit. “Consumenten moet komend voorjaar belastingaangifte gaan doen, met inbegrip van de aftrekbare hypotheekrente. Een te hoge opgegeven aftrekpost, omdat de eigenwoningreserve niet goed is berekend, kan leiden tot een naheffing. De kans dat dat direct gebeurt is niet zo heel groot, maar wordt wel steeds groter gelet op het feit dat de belastingdienst tot 5 jaar mag terugkijken.”

Kifid-uitspraak

Ook hypotheekadviseurs zijn volgens Koets niet gevrijwaard van eventuele gevolgen gelet op hun zorgplicht. Hij wijst op een uitspraak van de geschillencommissie van Kifid in oktober waarbij een adviseur € 1.500 moest terugbetalen. Weliswaar had deze in de onderhavige kwestie wel een passend hypotheekadvies geleverd, het onderliggende rapport klopte onder meer niet op het punt van de eigenwoningschuld. Omdat de adviseur deze te hoog had ingeschaald, viel het fiscale voordeel uiteindelijk lager uit voor de klant dan hem was voorgespiegeld.

Reageer op dit artikel