nieuws

Rechtbank vindt 9% rente op onzakelijke ‘hypotheek’ te gortig

Financiële planning 10533

Een vrouw die in verweer kwam tegen een naheffing van de belastingdienst voor teveel opgevoerde hypotheekrente hoeft niet te rekenen op teruggave. De rechtbank Den Haag oordeelde eind vorige maand dat de 9% hypotheekrente die de vrouw opvoerde bij haar belastingaangifte op dat moment niet gangbaar was. Een rentepercentage van 4,5% acht de rechtbank redelijker.

Rechtbank vindt 9% rente op onzakelijke ‘hypotheek’ te gortig

Het draait in de zaak om de woning waar de vrouw sinds eind 2015 met haar partner woont. Die heeft begin dat jaar voor de aankoop van de woning een annuïtaire geldlening van ruim € 271.000 bij zijn ouders gesloten met een looptijd van 30 jaar. Voor de lening is de door de partner geen zekerheid gesteld, wel geldt een jaarlijks rentepercentage van 9% met een rentevastperiode van 15 jaar.

Gezamenlijke aangifte

Bij de gezamenlijke aangifte IB over het jaar 2015 wordt een bedrag van € 24.365 aan betaalde ‘hypotheekrente’ in aftrek gebracht, waarvan 58% (€ 13.010) aan de vrouw wordt toegekend en € 9.402 aan de partner.

Forse aanslag

De inspecteur van de belastingdienst is het hier echter niet mee eens en legt vrouw een forse aanslag op. Volgens de belastingdienst heeft het stel slechts recht op een aftrek van € 12.183 zakelijke rente. Anders dan de vrouw beweert gaat het volgens de fiscus niet om een lening die op zakelijke gronden is verstrekt. Voor een onzakelijke lening vindt de belastingdienst een rentepercentage van 9% te gortig. Voor het jaar 2015 zou een gehanteerde rente van 4,5% eerder zakelijk en marktconform zijn.

Geen zekerheidstelling

Bij de discussie over het gehanteerde rentepercentage stelt de vrouw dat een hoger rentepercentage gerechtvaardigd was omdat er geen zekerheidstelling werd verlang door de vader van de partner. Die wilde dat niet omdat hij met het oog op inkomensvorming mede in het kader van pensioen, de voorkeur gaf aan een hogere rentevergoeding dan aan een overeen te komen zekerheidstelling.

Geen groter risico

Voor de rechtbank staaft dit echter mede de visie van de belastinginspecteur dat er juist geen sprake was van een groter risico dat zo’n hoog rentepercentage rechtvaardigde. “Alsdan moet ervan worden uitgegaan dat de ouders van de partner de geldlening onder de overeengekomen voorwaarden hebben verstrekt vanwege de familierelatie met hun zoon. Gelet op het voorgaande is de rechtbank daarom van oordeel dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat het rentepercentage van 9% onzakelijk is.”

Gangbaar rentepercentage

Bij het bepalen wat wel een gangbaar rentepercentage is, sluit de rechtbank in haar uitspraak aan bij rentepercentages voor een hypothecaire lening met zekerheid en een rentevaste periode van vijftien jaar. “Verweerder heeft in dit verband stukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat de gemiddelde hypotheekrente in het jaar 2015 ongeveer 3% bedroeg voor een looptijd van vijftien jaar. Rekening houdend met de omstandigheid dat de geldlening van de partner niet door zekerheid is gedekt, is verweerder uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%, hetgeen de rechtbank redelijk acht.”

‘Interessante uitspraak’

Financieel coach Kitty van Gemert spreekt van een “hele interessante uitspraak”, “Met name ook omdat het teveel betaalde ook nog eens als (belaste) schenking aan pa is gehanteerd”, aldus Van Gemert. “Voor de duidelijkheid, er is een periode geweest dat de rente veel hoger stond en een percentage van 9% wel acceptabel was geweest na opslag. Kijkend naar de uitspraak lijkt er ook in dit dossier te zijn verwezen naar 9% als reëel percentage, waar daar in 2015 geen reële link meer voor was vanwege de lage rente.”

Reageer op dit artikel