nieuws

40 jaar am: (3) – Nico van Peer: ‘Liever een afwijzing op kantoor dan dat iemand later omvalt’

Branche 794

am: bestaat in 2019 veertig jaar, een goede aanleiding om drie leeftijdsgenoten onder advieskantoren te interviewen over de branche. Vandaag in deel 3 (en slot) van deze serie: Nico van Peer. Schade stond in 1979 aan de basis van Assurantiekantoor Nico van Peer en dat zal in de toekomst nog meer de kurk zijn waarop het advieskantoor uit Steenbergen drijft. Voor de gevolgen van actieve transparantie op schadeprovisie is directeur Nico van Peer (69) niet bang. Provisie is volgens hem nooit uitgangspunt geweest, goodwill kweken wel.

40 jaar am: (3) – Nico van Peer: ‘Liever een afwijzing op kantoor dan dat iemand later omvalt’
Nico van Peer van Van Peer Assurantiën.

“Rutte heeft gelijk; je kunt best werken tot na je 65ste”, zegt Nico van Peer (69), al realiseert hij zich dat dat niet voor iedereen opgaat. Zelf maakt hij niet meer de werkdagen van 12 uur uit zijn beginjaren. “Ik heb nu een meer begeleidende rol in het kantoor”, vertelt de oprichter van het gelijknamige assurantiekantoor uit het Noord-Brabantse Steenbergen. Hij begon veertig jaar geleden op een slaapkamer, hield later kantoor in een verbouwde garage en zit sinds midden jaren tachtig in het centrum van het stadje. Hij heeft zeven medewerkers in dienst, onder wie zijn schoonzoon.

Nieuwsbrieven

Toen Van Peer in augustus 1979 begon met een kleine schadeportefeuille van AGO (een van de voorgangers van Aegon) en Zevenwouden gaf hij zichzelf anderhalf jaar de tijd om een gezond bedrijf op te zetten. “Die polissen hadden een provisie-inkomen van 18.500 gulden per jaar. Ik vond zelf dat ik op 1 januari 1981 een omzet van 100.000 gulden moest halen met vooral schadeverzekeringen, anders was de onderneming niet levensvatbaar. Het was hard werken en tussendoor studeren, maar het lukte en niet veel later kon ik de eerste collega aannemen.”

Kifid en AFM zijn belangrijk geweest om het kaf van het koren te scheiden

In de eerste jaren ondervond hij veel concurrentie van verzekeraar ZLM. “We moesten binnen zien te komen bij klanten om een autoverzekering te sluiten. Toen gold: als je auto hebt, dan kun je van iemand een totaalklant maken.” Om dat voor elkaar te krijgen verstuurde hij een jaar lang maandelijks een nieuwsbrief, in een oplage van 5.000 stuks. “Die liet ik door een student huis-aan-huis bezorgen. In het weekend, als er geen andere folders in de bus vielen. Dat zorgde voor naamsbekendheid. Stel dat 1% er aandacht aan zou besteden, dan hoopte ik dat dit 50 nieuwe klanten zou opleveren.”

Regeldruk

Van Peer noemt de toenemende regeldruk en de intrede van (voorgangers van) Kifid en de AFM als ontwikkeling die de afgelopen decennia een stempel heeft gedrukt op het assurantievak. “Daardoor zijn we veel tijd kwijt aan zaken die niet onze corebusiness zijn, zoals de laatste regelgeving en interne controles. Maar het is goed dat die instanties er gekomen zijn. Ze zijn belangrijk geweest om het kaf van het koren te scheiden.” Trots vertelt hij dat hij in veertig jaar nooit een klacht heeft gehad. “Ook niet over hypotheekadvies. We hebben nooit het risico willen lopen op overkreditering. Bij ons geldt: liever een afwijzing op kantoor dan dat iemand later omvalt.”

“Sowieso waren wij onze tijd vaak ver vooruit”, stelt Van Peer. “Jaren geleden vroegen we ter controle al woz-waarden op bij hypotheekrelaties. Ook kijken we al heel lang of klanten goedkoper uit zijn met een andere ORV door dalende premies. We vinden dat je zo hoort te werken. Dat heeft ons niet altijd provisie opgeleverd, maar wel een boel goodwill.”
De komende jaren wil Van Peer van schadeverzekeringen nog meer de kurk maken waar het kantoor op drijft. Dat is nodig voor een stabiele toekomst, zegt hij. “Inkomsten uit schade komen elke maand terug. Een nota voor een hypotheek is eenmalig. We gaan meer zoeken naar vaste inkomsten, al is provisie nooit ons uitgangspunt geweest.”

We hebben nooit een geheim gemaakt van wat we op schadeverzekeringen verdienen

Provisie niet leidend

De naderende transparantie op schadeprovisie gaat komende jaren een grote invloed hebben op het intermediaire landschap, verwacht hij. Zelf denkt de adviseur er niet veel hinder van te ondervinden. Provisie mag niet leidend zijn, het overgrote deel van zijn inkomsten komt nog wel uit die vorm van beloning, erkent hij. “Maar we laten klanten al heel lang de keus. We hebben in de jaren 90 iedereen aangeschreven. Het heeft behoorlijk wat geld gekost om alle klanten te benaderen en er opvolging aan te geven. We hebben moeten inleveren, want een totaalklant met meerdere auto’s en een inboedel- en opstalverzekering betaalt een lager bedrag voor een abonnement dan dat zo iemand aan provisie oplevert.”

Van Peer verwacht binnen nu en tien jaar nog veel meer transparantie. Hij ziet die ontwikkeling met vertrouwen tegemoet. “We hebben nooit een geheim gemaakt van wat we op schadeverzekeringen verdienen. Voor kantoren die nog helemaal geen abonnementen aanbieden, wordt dat een grote omschakeling.” Concurrentie van de online direct writers vreest hij niet. “Er blijft altijd behoefte aan goed advies. Ook jongelui lopen bij ons binnen. Boeken en sportschoenen kopen ze online, maar als ze schade hebben, willen ze niet alles zelf uitzoeken.”

Reageer op dit artikel