nieuws

Interpolis-kantoor is meer dan flexibele inrichting

Archief

door Ank Weideman

In wat voor omgeving zullen medewerkers van verzekeraars het komende decennium werken? Wie een antwoord op die vraag zoekt, doet er goed aan een kijkje te nemen bij Interpolis in Tilburg. Daar kunnen de medewerkers sinds kort kiezen waar zij hun dag doorbrengen: op de voor hen traditionele flexplek op de eigen afdeling, of in een door kunstenaars ontworpen ‘decor’ waar mensen van diverse afdelingen neerstrijken om te werken, te vergaderen, te eten en te ontspannen.
Interpolis heeft een on-Hollandse kijk op werken. Niks prikklokken, vaste kantooruren, eigen werkplekken, en chefs die de ondergeschikten op de vingers kijken. Zeven jaar geleden lanceerde Interpolis de flexibele werkplek, een experiment waar destijds in verzekeringsland nogal lacherig over werd gedaan.
Ook vele Interpolis-medewerkers waren sceptisch. Het leek hen onmogelijk lekker te kunnen werken zonder de eigen bureaulade met rommeltjes en zonder het eigen kastje met paperassen en dachten dat ze zich niet happy zouden voelen zonder de eigen kalender aan de muur en zonder de foto van partner en kroost op het bureau. In plaats van de bureaulade en het kastje kregen ze een zogenoemde flexkoffer en verder kregen ze een draadloze telefoon.
Het viel mee. Zelfs meer dan dat. Na twee weken wilde het overgrote deel van het personeel al niet meer terug naar het systeem van vaste werkplekken. De ommezwaai bleek niet kortstondig. Het genoegen waarmee mensen werken, wordt in het algemeen vertaald in het ziekteverzuim en dat ligt bij Interpolis bijzonder laag. “Ons verzuimpercentage ligt net boven de 5%, terwijl dit landelijk 5,4% is en in de verzekeringsbedrijfstak zelfs 6,1%.” Volgens de verzuimcijfers steekt de Interpolis-medewerker dus lekker in zijn vel. (hier 2 x foto’s met teksten)
Open werkstructuur
Niet alleen voor Nederland is de aanpak van Interpolis revolutionair. De afgelopen jaren kwamen onder meer Britse en Duitse bedrijven naar Tilburg om de nieuwe manier van werken met eigen ogen te aanschouwen. Toch zijn er maar weinig bedrijven die het ‘Interpolis-model’ als voorbeeld hebben genomen of waar dit een succes is gebleken. Kick van der Pol, topman van Interpolis, verbaast dat niks. “Flexibele werkplekken maken immers op zich nog geen flexibele organisatie”, zegt hij. “Experimenten met flexplekken mislukken daarom nogal eens. Het gaat immers niet slechts om het anders neerzetten van meubeltjes. Er moet een open werkstructuur zijn, die een integraal onderdeel is van het bedrijf. Zonder dat creëer je individualisme zonder verantwoordelijkheid of verbondenheid.” (hier 2 x foto’s met bijschriften)
Werken in een clubhuis
Vanuit de filosofie van de open bedrijfsstructuur ging Interpolis onlangs nog een stap verder. In een nieuwe vleugel aan het hoofdkantoor aan de Spoorlaan werd het Tivoligebied gecreëerd, een ‘gebied’ van 7.000 m2 dat is opgedeeld in diverse multifunctionele ruimtes oftewel ‘clubhuizen’. In zo’n clubhuis kunnen de personeelsleden werken – zo nodig in speciale stilteruimtes – en vergaderen, maar ook eten, drinken en zich ontspannen. Bij (vrijwel) elke zitplaats kan de laptop, die iedere Interpolis-medewerker heeft, worden ingeplugd. Tot nu toe zaten de werknemers op flexplekken op een eigen afdeling, maar in de clubhuizen zit iedereen door elkaar. Een Interpolis-medewerker staat dus nu ’s ochtends voor de keus: ‘Ga ik op een flexplek op mijn eigen afdeling zitten of zoek ik een plekje in een clubhuis?’ Al naar gelang zijn stemming van die dag, kan hij een passende entourage kiezen. Die zijn zeer verschillend en lijken in niets meer op een traditionele kantoor. De clubhuizen zijn namelijk ontworpen door kunstenaars die hiervoor steeds een bepaald thema hebben gekozen. Er is onder meer een Boshuis, een Steenhuis en een Weefhuis. Sommige ruimten hebben een museaal karakter. Je kijkt er je ogen uit.
“Ik krijg vaak te horen dat dit allemaal weel erg luxueus is”, zegt topman Kick van der Pol. “Maar ruimte kost geld en in een traditionele opstelling zouden wij zo’n 30% tot 40% meer ruimte nodig hebben. Als ik bijvoorbeeld bij Philips kom en ik zie een kantine van vijftienhonderd zitplaatsen die slechts anderhalf uur per dag gebruikt wordt, dan denk ik: dit is pas luxe. Bij ons wordt elke meter intensief gebruikt.” (hier 2 x foto’s met bijschriften)
Inspireren
“Wij beoordelen onze medewerkers niet op hun aanwezigheid, maar op hun prestatie”, zei Van der Pol onlangs bij de presentatie van het baanbrekende kantoorconcept. “Wanneer en waar ze hun werk doen, hier of thuis, dat laten we aan hen over. Als het werk maar af komt. We hebben dus ook geen registratie van vakantiedagen en van werkuren. De medewerkers kunnen met deze verantwoordelijkheid uitstekend omgaan. Daar selecteren we ze op. Onze medewerkers maken met hun leidinggevenden afspraken over het resultaat dat zij willen bereiken en over de richting waarin zij zich willen ontwikkelen. Op basis hiervan worden regelmatig coaching-gesprekken gevoerd. Aan het eind van het jaar wordt getoetst of de doelen zijn gerealiseerd. Dit systeem vraagt ook een ander soort manager. Ondernemende mensen moeten immers niet worden aangestuurd door het ouderwetse type baas. Leidinggevenden worden daarom bij ons getraind om medewerkers te inspireren en hen een klimaat te bieden waar zij zich kunnen ontplooien.” (hier 2 x foto’s met bijschriften)
Terwijl zelfs vanuit Japan mensen naar het ‘Tivoligebied’ komen kijken, denkt Interpolis al na over de manier waarop in het komende decennium ‘het kantoor van de toekomst’ er moet gaan uitzien. “Misschien is de volgende stap, dat we vinden dat werknemers net zo goed thuis kunnen blijven”, zegt topman Kick van der Pol. “Als mensen thuis goed en geconcentreerd kunnen werken of daardoor bijvoorbeeld de zorg voor kinderen beter kunnen combineren, waarom zouden we dan eigenlijk willen dat ze hier elke dag komen?” (hier 2 x foto’s met bijschriften) ======================================================================= (hierna bijschriften, zie voor foto’s de voorbeelden) (1.)
Het Tivoligebied biedt plaats aan 500 – van de circa 2.500 aan de Spoorlaan gevestigde – werknemers. De favoriete ruimte van topman Kick van der Polis is het ‘Steenhuis’ (ontwerp Marcel Wanders). Dit ‘clubhuis’ is geïnspireerd op zwerfkeien. Grote en kleine ruimten in voornamelijk grijze tinten, en met bijzondere verlichtingsornamenten, wisselen elkaar af. Vooral de kleine ‘keien’ zijn een oase van rust. Voor het contrast met al dat grijs, is één grote ‘kei’ beschilderd. Vanwege de kleurige bloem- en paddestoelachtige motieven heeft deze vergaderruimte de bijnaam ‘Kabouter Plop-huisje’. (2.)
Wie graag zicht heeft op de komende en de gaande man, kan werken, vergaderen of ‘niksen’ op de aan het Steenhuis grenzende balkons (ontwerp Marcel Wanders). Van daaruit is er zicht op de imposante centrale ontvangsthal en de roltrappen die de hele dag door medewerkers en bezoekers aan- en afvoeren. (3.)
De geborgenheid van vroeger wordt gesymboliseerd in de ‘Huyskamer’ (ontwerp Jurgen Bey). In de grijs met blauw getinte ruimte staan fauteuils met grote, beschutting biedende, ‘oren’ en hangen moderne versies van de huiskamerlamp uit de jaren vijftig. Zoals bij (vrijwel) alle zitplaatsen kunnen ook hier laptops worden ingeplugd. De wand is bekleed met panelen, die net als de tapijten op vloer, een motief tonen dat is geïnspireerd op blauwe Friese tegeltableaus. (4.)
Sinds de invoering van de ‘flexplekken’ in 1996 beschikken de Interpolis-medewerkers over een rijdende ‘flexkoffer’, een artikel dat in de kofferbranche tegenwoordig een documententrolley heet. De flexkoffer, die is uitgerust met een cijferslot, vervangt het bureau. Een los inzetbakje voor pennen, markeerstiften, en nietapparaatje, vervangt de bureaulade. Wie de koffer niet mee naar huis wil nemen kan die achterlaten in een flexwand, een wand met kofferkluisjes. (5.)
Wie van hout houdt, kan terecht in het ‘Boshuis’ (ontwerp Piet Hein Eek). Er zijn houten ‘chambres separées’ die doen denken aan Weense cafés uit de jaren veertig en er zijn een soort lessenaars gemaakt van sloophout. Makkelijk zitten kun je er in rustig getinte zithoeken die zijn afgescheiden met gordijnen. (6.)
In elk clubhuis zijn eetcounters waar van 11.30 tot 13.30 kan worden geluncht en waar de rest van de dag snacks en drankjes kunnen worden genuttigd. Hier is de bar/eetgelegenheid in het Weefhuis te zien. Het vertrouwen van Interpolis uit zich ook in de manier waarop de hapjes en de drankjes worden afgerekend. Wie wat haalt, toetst dat in op zelfbedieningskassa en rekent af met een chipcard. Binnenkort wordt in het Tivoligebied bovendien ‘De Stijl’ geopend, een eetcafé waar medewerkers de hele dag terecht kunnen. Zij kunnen er ontbijten, lunchen, of aan het begin van avond een uitgebreidere maaltijd gebruiken. (7.)
Wie rustig wil vergaderen, kan dat onder meer doen in ‘Horizon’ (ontwerp Kho Liang Ie Associates), een cirkelvormige glazen ruimte met een ronde tafel en intieme verlichting. Zeer bijzonder is (van het hetzelfde ontwerpbureau) de ‘Speeltuin’, een ronde ruimte die van binnen en van buiten is bekleed met staalplaten waarin gedichten zijn ingegraveerd. In ‘Wijsheid’ (ontwerp Ellen Sander) staat een vierkante tafel die is bekleed met zachte vloerbedekking. (8.)
Het ‘Spoorhuis’ (ontwerp Irene Fortuyn) biedt zicht op een spoorlijn en heeft qua opstelling en stijl veel weg van een trein. De meeste werkplekken zijn gesitueerd aan een raam en zijn gescheiden door glaswanden. (9.)
‘Zon’ (ontwerper Joep van Lieshout) heeft een museale uitstraling. Witte tafels en krukjes van kunststof vormen een eenheid met witte mensfiguren. Toen AM het ‘Tivoligebied’ bezocht werd hier nog niet gewerkt. Wel nestelden zich tegen lunchtijd groepjes mensen tussen al dit wit. De reden dat er nog niet werd gewerkt, was niet dat men de plek niet aantrekkelijk zou vinden, maar dat er geen mogelijkheden zijn om de laptop in te pluggen. Een dezer dagen gaat Interpolis over op een geheel draadloos computersysteem, zodat ook hier kan worden gewerkt. Op de andere foto is ‘Zon’ te zien vanuit de ruimte die ‘Bron’ te wordt genoemd (ontwerp Ellen Sander). (10.)
De relatie met textielstad Tilburg wordt benadrukt in het ‘Weefhuis’ (ontwerp Bas van Tol), een ruimte die aan één kant wordt begrensd door dikke zijde-achtige koorden. In de ruimte zijn als scheidswandjes panelen aangebracht met weefselmotieven. Een grote achterwand wordt in beslag genomen door een sterk uitvergroot detail van een gobelin. Op de vloer ligt een speciaal voor deze ruimte gefabriceerd tapijt.

Reageer op dit artikel