nieuws

Budgetpolis reddingsboei ziektekostenverzekeraars

Archief

De tweede helft van de jaren zeventig werd onder meer gekenmerkt door veel strijd op de markt van particuliere ziektekostenverzekeringen. De ontwikkelingen in de concurrentie leidden tot aantasting van de solidariteit. Bovendien hadden de intermediairverzekeraars met name op dit terrein te kampen met de opkomst van direct-writers. Om zich niet van deze markt te laten drukken, moest de ‘gevestigde orde’ wel met een stevig antwoord komen.

In de ziektekostenbranche kwam in de jaren zeventig de solidariteit in twee opzichten onder druk te staan:
– leeftijdssolidariteit (van de jongeren met de ouderen). Doordat enkele verzekeraars met succes zgn. leeftijdsgebonden tarieven invoerden, werd de leeftijdssolidariteit steeds sterker uitgehold;- risicosolidariteit (van de gezonden met de zieken). Deze stond onder druk door stijgende verkoop van verzekeringen met een hoog eigen risico (veelal duizend gulden).Een derde belangrijk aspect voor de commerciële intermediairverzekeraars werd gevormd door de succesvolle opkomst van enkele grote direct-writers.
Genoemde drie aspecten leidden tot een zodanige verschraling van de markt voor de commerciële verzekeraars, dat door enkele maatschappijen het initiatief werd genomen om het tij te keren. Dat gebeurde in het daarvoor aangewezen platform, de Contactcommissie Ziektekosten.
Ad Bouwmeester, destijds topman van De Goudse, had zitting in die Contactcommissie. Hij stelde: “Dat initiatief was hoognodig, want zonder voldoende groei dreigden verzekeraars in dit marktsegment in een vergrijzingsspiraal te raken, die zelfs tot deconfitures had kunnen leiden”.
Met ‘vergrijzingsspiraal’ doelt hij op de volgende kettingreacties: onvoldoende aanwas van jongere verzekerden leidt tot (relatief) hogere uitkeringen; dat leidt tot hogere premies; hiervan is het gevolg een uitstroom van gezonde verzekerden; de dan optredende verdere vergrijzing leidt tot onvermijdelijke verliezen, enzovoort.
Het nieuwe tarief
Het initiatief resulteerde in een leeftijdsafhankelijk premietarief onder de naam Budgetpolis. Het was gebaseerd op een tweeledige doelstelling: de instroom van nieuwe verzekerden moest worden veiliggesteld en tevens moest worden voorkomen dat de leeftijdssolidariteit te ver zou worden uitgehold. De Budgetpolis kende een gematigd doch met de leeftijd geleidelijk stijgend eigen risico om de solidariteit van de gezonden met de zieken zo goed mogelijk te waarborgen. Het premietarief kende een met de leeftijd – tot 40 jaar – stijgende premie die bij de jongeren nog een behoorlijke marge voor solidariteit met de ouderen bevatte. Voorts werd in verband met de concurrentie met de direct-writers een provisie van 10%, in plaats van de voordien gebruikelijke 12,5% tot 15%, gehanteerd.
Teneinde elkaar niet voor verrassingen te plaatsen die tot tegenacties zouden kunnen leiden met een verdere aantasting van de solidariteit als gevolg, werden alle tot de Contactcommissie Ziektekosten behorende verzekeraars tevoren over het initiatief geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld ook de Budgetpolis met het daarbij behorende premietarief in te voeren. Veel maatschappijen gingen daartoe over.
Was men het al gauw eens over de naamgeving van het nieuwe tarief?
Bouwmeester: “Over de naam is niet lang gesteggeld. Het was de tijd dat de Consumentenbond veel aandacht gaf aan de verschillen in de ziektekostenpremies (en daarmee indirect – onbedoeld overigens – een bijdrage leverde aan het verminderen van de leeftijdssolidariteit). Ik herinner me dat bij de marketingafdelingen, die toen nieuw waren bij verzekeraars, de term ‘budget’ nogal populair was. De naam dekte de lading van het nieuwe ziektekostenproduct goed”.
Naar onze herinnering zijn jullie heel lang met de ontwikkeling van het product bezig geweest. Het ging immers niet alleen om verzekeringstechniek, maar vooral ook om maatschappelijke aanvaarding?
“De ontwikkeling van de Budgetpolis heeft in mijn herinnering inderdaad vrij lang geduurd. Dit kwam vooral voort uit de grote aarzeling bij de initiatiefnemers om de bestaande premiestructuur ingrijpend te wijzigen en de kans te lopen om veel kritiek over zich heen te krijgen. In de loop van de tijd werd echter het besef steeds sterker dat niets doen veel grotere – en ook sociale – problemen met zich zou brengen dan een serieuze poging om met enige marktordening de dreigende vergrijzingsspiraal te stoppen. Toch kostte het veel moeite om ons verhaal duidelijk over het voetlicht te krijgen. Een enkele vooraanstaande concurrent die reeds jarenlang met leeftijdsgebonden premies werkte, maar dit wegens het desolidariseringsaspect buiten de publiciteit had weten te houden, viel het Budgetpolis-initiatief zelfs hard aan in uitingen naar tussenpersonen en de pers!”
En de lager dan gebruikelijke provisie voor het intermediair?
“Ook de provisie van 10% leverde de nodige weerstand op. Weliswaar betrof het een nieuwe product, maar wel werd gebroken met het gebruik om aanmerkelijk hogere provisies voor ziektekostenverzekeringen te betalen. Oorspronkelijk bestond het voornemen om 7,5% provisie te verlenen.”
Bouwmeester herinnert zich dat er intensief overleg is gevoerd met de Unie van Assurantie Tussenpersonen (Uvat), het samenwerkingsverband van NBVA en NVA. “De 7,5% werd door hen van tafel geveegd, maar overeenstemming over l0% werd niet bereikt. Uiteindelijk achtten verzekeraars het juist op eigen verantwoording 10% door te voeren. Ik herinner me dat hierover toentertijd behoorlijk harde woorden zijn gevallen. Maar ook dat zowel in zakelijk als in persoonlijk opzicht het wederzijds respect tussen de bij het overleg betrokken personen van beide partijen goed overeind is gebleven.”
Hadden jullie achteraf gezien bepaalde zaken anders moeten doen?
“Beter ware het geweest als verzekeraars meer tijd voor overleg met de Uvat over de provisie zouden hebben genomen. De tijdsdruk bleek schadelijk voor de sfeer ervan. Overigens denk ik ook na vijfentwintig jaar nog oprecht dat de invoering van de Budgetpolis met de daarbij behorende tariefstructuur een goede zaak is geweest. Omdat de invoering ervan remmend heeft gewerkt op het verder uithollen van de solidariteit. Hetgeen zowel voor verzekerden als voor verzekeraars van betekenis is geweest.”
Bouwmeester: “Oorspronkelijk bestond het voornemen om 7,5% provisie te verlenen”.

Reageer op dit artikel