nieuws

Assurantiebemiddeling door en voor ambtenaren

Archief

Het is veel zelfstandige tussenpersonen altijd al een doorn in het oog dat tal van ambtenaren en onderwijzers in hun vrije tijd schnabbelden in verzekeringen. Maar als men dat ook nog eens in de baas z’n tijd gaat doen, wordt de tolerantie écht op de proef gesteld. Het gebeurt immers “allemaal van onze belastingcenten”. Dergelijke emoties laaiden hoog op in de loop van 1980 naar aanleiding van verzekeringsactiviteiten binnen het ministerie van Onderwijs.

Het was Tweede-Kamerlid Maarten Engwirda (D66) die in februari 1980 in het geweer kwam tegen de opzet en de activiteiten van de Stichting Collectieve Verzekeringen O. en W. (het ministerie heette toen nog ‘Onderwijs en Wetenschappen’). Genoemde stichting was kort voor de jaarwisseling binnen het ministerie opgericht om de ambtenaren via collectiviteiten aan voordelige verzekeringen te helpen op de terreinen van ziektekosten, ongevallen, motorrijtuigen en aansprakelijkheid. Het ging daarbij niet alleen om ambtenaren van het ministerie, maar ook onderwijzers van rijksscholen en gepensioneerde ambtenaren.
Oneerlijke concurrentie
Tijdens het ‘mondelinge vragenuurtje’ in de Tweede Kamer stelde Engwirda vragen aan de toenmalige minister Pais van Onderwijs. Dat had eigenlijk minister Andriessen van Financiën moeten zijn, maar deze was net afgetreden. Engwirda wilde om te beginnen weten of het waar was, dat ongeveer 35 ambtenaren een volledige dagtaak zouden krijgen aan werkzaamheden voor de stichting. “Bent u niet van mening, dat door de activiteiten van genoemde stichting op oneerlijke wijze concurrentie wordt bedreven ten opzichte van particuliere assurantiebemiddelaars, van wie de salarissen niet uit gemeenschapsgelden worden betaald.”
Pais wees erop, dat de gewraakte stichting allerminst een novum was in Haagse kringen. Vrijwel alle andere ministeries kenden er al langer eentje. Pais: “Ik mag hierbij opmerken, dat in Nederland de verzekeringnemer de vrijheid heeft om al dan niet gebruik te maken van de diensten van een tussenpersoon. Die vrijheid is in ons land, mijns inziens terecht, een hoog gewaardeerd goed”. Maar als diplomaat voegde hij er meteen aan toe, dat de werkwijze van de stichting het inschakelen van tussenpersonen “in de toekomst bepaald niet zonder meer uitsluit”.
Dat zich bij het ministerie van onderwijs 35 ambtenaren met verzekeringen zouden bezighouden verwees hij naar het rijk der fabelen. Er zou veel in eigen tijd worden gedaan. “In concreto komt het erop neer, dat een beroep werd gedaan op één medewerkster, die door omstandigheden tijdelijk niet in de eigen werksituatie kon functioneren, en tijdelijk op twee uitzendkrachten”.
Pais bracht een eerdere discussie in het parlement ter sprake. “Op 26 maart 1975 antwoordde de toenmalige minister van Justitie op een desbetreffende vraag van het Kamerlid Kruisinga, dat werkzaamheden ten behoeve van een stichting collectieve verzekering nauw verwant werden geacht aan het terrein van de secundaire arbeidsvoorwaarden. Op die grond werd en wordt aan die stichting bij dat ministerie onder andere ambtelijke bijstand verleend.” Hij ging nog verder terug in de tijd. “Ik wijs er nog op, dat het al sinds 1953 voor ambtenaren van Onderwijs en Wetenschappen mogelijk was op collectieve wijze deel te nemen aan een ziektekostenverzekering.”
Inventarisering
Vervolgens legde Engwirda het verzoek neer om inzicht te krijgen in het totale aantal ambtenaren dat via eigen stichtingen verzekeringen heeft gesloten, niet alleen bij de ministeries maar ook bij gemeenten.
In mei 1980 was het de nieuwe minister van Financiën, Van der Stee, die in het mondelinge vragenuurtje door Engwirda werd gevraagd naar de stand van zaken rond de inventarisering van de assurantiebemiddelingsactiviteiten van ambtenaren bij ministeries en gemeenten. Van der Stee: “Er moet rekening mee worden gehouden, dat het nog wel enige tijd zal duren alvorens een antwoord kan worden gegeven. Bij het onderzoek is een enorm groot aantal instanties betrokken waar informatie moet worden ingewonnen”.
Dat ambtenaren in hun diensttijd activiteiten mogen ontplooien ten behoeve van verzekeringen voor hun collega’s moest volgens Van der Stee worden gezien in het kader van een verantwoord sociaal personeelsbeleid. “Het is vanzelfsprekend beslist ontoelaatbaar, dat ambtenaren zich in diensttijd bezighouden met commerciële assurantiebemiddeling (dus waar een beloning tegenoverstaat).”
Tweespalt NVA-NBVA
Uit de berichtgeving in AssurantieMagazine van die dagen blijkt, dat de NBVA en de NVA in dit dossier elk hun weg gingen, nadat het aanvankelijk de bedoeling was geweest om samen op te trekken in Uvat-verband. De NVA was ontstemd dat D66’er Engwirda de minister alleen gevraagd had om een gesprek met de NBVA aan te gaan.
Volgens de NVA was de kern van de zaak of de minister instemt met het in diensttijd (en dus op kosten van de gemeenschap) door ambtenaren verrichten van activiteiten die verband houden met het tot stand komen van en de schadebehandeling in verband met verzekeringsovereenkomsten ten behoeve van hun collega’s. “En dus ook zou instemmen met andersoortige activiteiten van ambtenaren, zoals reis- en hypotheekbemiddeling en inkoop van bepaalde goederen. Een gemiste kans helaas! Des te meer is dit te betreuren, omdat niet aangenomen mag worden dat hetzelfde onderwerp op korte termijn wederom in de Kamer aan de orde gesteld kan worden.”
1980
– SVV onderzoekt kansen voor assurantiedagschool- Ministerie van Onderwijs in assurantiebemiddeling- Budget Polis wapen tegen vergrijzing- Via erkend diploma bescherming expert- Consumentenbond eist staatstoezicht op natura-begrafenisverzekeraars- Intermediair in noorden eist actie verzekeraars- Nieuwe beurs klaar in 1983- Nieuw stelsel voor autoverzekeringen- Nederlandse Beurs Brand Polis definitief- A-diploma straks in vijf stappen te halen

Reageer op dit artikel