blog

Hoofdpijnochtend

Archief

De vervelendste schades zijn de schades die niet gedekt zijn. En het rare is: die schades komen nooit alleen. Het lijkt wel alsof ze elkaar aantrekken! Soms gaat het wekenlang goed, handel ik met succes de ene claim na de andere af en opeens gaat het roer om: alsof het potje ineens leeg is. Neem nou een dag als gisteren. Ik was nog niet binnen of ik werd gebeld over een verkeerschade: een klant had een paaltje geraakt. Helaas had diezelfde klant twee maanden geleden zijn polis omgezet van allrisk naar beperkt casco. Vervelend, vooral omdat de klant zich de omzetting in eerste instantie niet meer kon herinneren. Resultaat: teleurstelling.

De tweede schade werd gemeld door een klant wier tas was ‘verdwenen’. Ze had met de tas in de bus gezeten met de tas naast zich op een stoel. “Ik lette even niet op, en weg was hij”, aldus de klant. Geen sprake van gewelddadige beroving en dus niet gedekt. Mopperend, en met de tekst ‘waar ben ik dan eigenlijk wél voor verzekerd?’, hing de klant op.

Terwijl ik een lichte hoofdpijn voelde opkomen boog ik me over het derde geval van die dag: een claim op een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Het betrof hier een barbecue georganiseerd (en betaald) door een vereniging. Achteraf vond één van de leden dat het geld nooit door de vereniging betaald had mogen worden. Het geld moest worden terugbetaald en het bestuur werd aansprakelijk gesteld.

 

De claim werd door de maatschappij afgewezen om een aantal redenen; om te beginnen was het bestuur helemaal niet aansprakelijk (de barbecue was een ‘verenigingsbesluit’), er was geen schade aan derden en bovendien was de claim ook nog eens (veel) te laat ingediend. Kortom: kansloos. Mijn hoofdpijn werd erger en het was nog niet eens elf uur!

 

Vlak voor de lunch werd ik gebeld door een schadebehandelaar inzake een brandschade: de betreffende inboedelverzekering was opgeschort in verband met wanbetaling en dus was er, u raadt het al, geen dekking. De hoofdpijn was op weg om een hamerende migraine te worden. Mijn collega, van het verzorgende soort en mét gevoel voor humor, gaf me een aspirientje en zei dat ik eerst maar eens een broodje moest eten voordat ik weer verder ging met mijn monnikenwerk. “Want”, zei hij, “zo te horen is de lunchtafel hier het enige dat wél gedekt is!”

Reageer op dit artikel