blog

Da’s niet zo mooi

Archief

Het was vlak voor kerst toen ik een verontrustend telefoontje kreeg. Eén van onze zakelijke klanten zat in de problemen. Hij had een bloedhond van een advocaat achter zich aan en hij zat te springen om juridisch advies. Gelukkig hadden wij hem destijds een rechtsbijstandverzekering geadviseerd. De site van de verzekeraar stelde ons gerust; de verzekerde had recht op direct juridisch advies.

Aldus belde ik, namens de klant, de advieslijn. Die was overbelast. Ik koos voor de optie ‘terugbelafspraak’. Inderdaad, na enige tijd werd ik teruggebeld. Dat gesprek was van korte duur; men wilde éérst de brief van de advocaten zien. Begrijpelijk. Ik kreeg een e-mailadres, stuurde de papieren door en kreeg een ontvangstbevestiging. “Binnen vierentwintig uur nemen we contact op”, zei de dame aan de telefoon.

Na vierentwintig uur wachten ging ik weer bellen. Nee, de zaak van mijn klant was daar niet bekend. Nee, er was niets binnengekomen via de mail. Ja, het mailadres klopte en het was inderdaad raar dat ik een ontvangstbevestiging had gekregen. Afijn. Ik vroeg of ik alsnog iemand van ‘direct advies’ kon spreken. Er moest nu écht een brief naar de advocaat van de tegenpartij.

Vanuit het hoofdkantoor van de rechtsbijstandverzekeraar (in Amsterdam) werd ik doorverbonden. Met een jurist in Groningen. Die jurist had met me te doen maar kon me niet helpen. Ik moest écht in Amsterdam zijn. “Weet u wat”, zei de Groninger. “Ik geef u de naam van de teamleider in Amsterdam.” En zo kwam ik telefonisch weer terug in de hoofdstad. Helaas bleek daar dat de teamleider op vakantie was. Ik kon wél teruggebeld worden door een vervanger.

De volgende dag werd ik inderdaad teruggebeld. Door een dame van ‘intake’. “U dient een verzoek tot rechtsbijstand via e-mail aan te leveren”, zei ze streng. Van frustratie had ik inmiddels bijna het dossier opgegeten. Ik vroeg hoelang het zou duren voor er iemand op terug zou komen. “Een dag of drie.” Ik zuchtte. “En als het spoed is?” “Vierentwintig uur.”

Afijn. Ik was me al psychisch aan het voorbereiden op de genadeklap in deze zaak (“ons hoofdkantoor is afgebrand”) toen ik de volgende dag zowaar door een jurist gebeld werd. Deze bleek snel, correct en zeer ter zake kundig. “Nou”, zei ik, nadat ik had opgehangen. “De juristen daar zijn goed, maar je hebt welhaast een advocaat nodig om er één te bereiken!”

 

evuijsters@kluwer.nl

Reageer op dit artikel