blog

Met het strotje omhoog

Archief

Op kantoor zijn de gevolgen van de kredietcrisis inmiddels goed merkbaar. De telefoon is stil, er zijn weinig hypotheekaanvragen en de levenproductie is op sterven na dood. De schadeproductie is stabiel, maar groei zit er zeker niet in. (Een klant: “Als je de vakanties niet meer kan betalen, heb je zéker geen doorlopende reisverzekering nodig!”) Eigenlijk is ‘puinruimen’ het enige waar ons kantoor deze dagen druk mee is. Klanten op hun betaalgedrag wijzen, werkloosheidsclaims in behandeling nemen en veel, heel veel praten.

Steeds vaker krijgen wij wanhopige klanten aan de lijn die, door toedoen van bepaalde maatschappijen en grote intermediairs, in de problemen zijn gekomen. Tophypotheken, dikke koopsommen en absurde provisies hebben mensen op de rand van faillissement gebracht. Of óver de rand zelfs. “We zitten nogal met het strotje omhoog”, zoals een gedupeerde het onlangs zo mooi verwoordde.

We zijn op het punt gekomen waarop we een potentiële klant vaker níet dan wel kunnen helpen. En zelfs nu de economie kraakt aan alle kanten gaat het sluiten van dergelijke wurgcontracten gewoon door. Boetes en onderzoeken van de AFM ten spijt. Toen Cardif zijn producten (en provisies) aan de tijd ‘aanpaste’ had dat een rigoureuze daling van hun marktaandeel tot gevolg. Een groot aantal tussenpersonen stapte namelijk zonder gene over naar andere aanbieders van kredietverzekeringen, waar de torenhoge provisies nog wél in de aanbieding waren. Treurig om te zien dat de hebzucht geen grenzen kent, ondanks alle schrijnende verhalen. Het leed dat crisis heet, heeft inmiddels een menselijk gezicht gekregen (getuige programma’s als Radar, Nova, Dubbeltje op zijn kant en Uitstel van executie), maar voor sommige bedrijven is dat geen reden om met hun malafide praktijken te stoppen.

De ellende van de mensen die wij aan de telefoon krijgen is bijna tastbaar. “Als ik mijn huis voor twee ton verkoop, houd ik anderhalf ton hypotheekschuld over.” Hoe kan het dat er nog steeds (over de) tophypotheken worden afgesloten op gemiddelde inkomens? En dat de veel te hoge koopsommen (moeilijk zichtbaar voor de klant want de polissen worden netjes achtergehouden tot de bezwaartermijn is verstreken) nog steeds voor tachtig procent uit provisie bestaan? Steeds vaker moet ik het woord ‘schuldsanering’ in de mond nemen. Waarna ik zo’n gesprek afsluit met een bijzonder ontevreden gevoel. Financiële moord – met voorbedachte rade! – is aan de orde van de dag. En kennelijk voelt niemand zich schuldig.

 

evuysters@kluwer.nl

Reageer op dit artikel