blog

Een boze klant

Archief

Meneer Meulendijk is nét lekker onderweg als zijn Ducati het begeeft. Pech. Vervolgens valt de tweewieler – onderweg naar de garage- van het bergingsvoertuig: dubbel pech! En dan blijkt de (tien jaar oude) motor óók nog eens alléén maar WA-verzekerd te zijn. Meneer Meulendijk richt zich desalniettemin tot zijn assurantietussenpersoon; de schade aan de Ducati moet immers verhaald worden. Dat het aansprakelijke bergingsbedrijf de zaak traineert, daar spreekt hij vervolgens óók zijn eigen tussenpersoon op aan. Waarom niet? Die man (vrouw) verdient genoeg aan hem.

Helaas blíjft het ongeluk meneer Meulendijk achtervolgen. Het geld van schade aan de Ducati is nog maar nét binnen, of iemand rijdt tegen de geparkeerd staande auto van meneer Meulendijk aan. “Daar is toch het waarborgfonds voor,” zegt hij, als hij weer een schadeformulier komt brengen. Of hij getuigen heeft, vraagt zijn tussenpersoon. Natuurlijk niet, wat een stomme vraag. De schade is toegebracht ergens midden in de nacht. Als vervolgens blijkt dat de reparatiekosten niet verhaald kunnen worden, is de klant boos. Het is maar een kras, maar toch.
Erg lang de tijd om zich druk te maken heeft hij echter niet, want er volgt wéér een schade. Opnieuw de auto. Meneer Meulendijk rijdt op de snelweg als hij een klapband krijgt. De knal is zó hard dat het de bumper ontwricht. Direct belt hij zijn tussenpersoon, hij zal wel moeten. Maar weer wordt hij teleurgesteld. De schade is dit keer wel gedekt (met uitzondering van de geklapte band), maar de reparatie gaat ten koste van zijn no-claim. “Maar ik betáál die verzekering toch,” roept hij boos uit. “Waarom gaat mijn premie dan omhoog?” De tussenpersoon legt uit dat meneer Meulendijk destijds geen no-claimbeschermer wilde, omdat hij dat ‘onzin’ vond. “Die verzekering is al duur genoeg,” had hij geroepen. Maar ja, dat was toen. Toen wist hij toch nog niet dat hij nu met de gebakken peren zou zitten. En aan zijn verzoek of die beschermer er dan met terugwerkende kracht alsnog opgezet kan worden, wil natuurlijk niemand meewerken.
Meneer Meulendijk voelt zich ernstig benadeeld. De vlot afgehandelde schade, het verlaagde eigen risico en gratis leenauto werpen voor hem geen ander licht op de zaak. Als de zaak is afgehandeld, valt er bij de tussenpersoon een opzegbrief op de mat. “Ik zoek wel een ander,” vermeldt het addendum. “Een die meer moeite voor me doet.” En daarmee is voor meneer Meulendijk de kous af. En de tussenpersoon? Die legt de polissen af en bedenkt zich dat werken op declaratiebasis per uur vast zo gek nog niet is.

Reageer op dit artikel