blog

Scheiding

Archief

Van tafel en bed kun je scheiden. Van de bank niet. En dat is soms een probleem. Zoals in het geval van de familie Teunissen. “Mijn vrouw en ik gaan uit elkaar”, deelde meneer Teunissen mij onlangs telefonisch mede. “Spijtig”, zei ik meelevend. We maakten een afspraak om één en ander op een rij te zetten.

Al snel bleek dat meneer en mevrouw Teunissen alles al hadden geregeld. In hun ijver hadden ze daarbij óók al voor de bánk nagedacht. “Het is heel simpel,” meende meneer Teunissen. Ik fronste mijn wenkbrauwen bij het woord ‘simpel’ maar dat leek mijn klant niet te merken.“Mijn aanstaande ex-vrouw blijft in het huis wonen.” (Ex) mevrouw Teunissen knikte instemmend. “We vragen geen ontslag van hoofdelijke aansprakelijkheid aan. We laten de hypotheek stilzwijgend op haar overgaan.”
Ik moest het puntje van mijn tong afbijten om de klant niet te onderbreken. En toen nam mevrouw het woord. “Mijn vader betaalt een stuk van onze lening (destijds afgesloten om de bruiloft te financieren, red.). De rest moet op mijn ex-man zijn naam.” Ik keek meneer Teunissen aan. Ik wist niet beter of hij had momenteel een uitkering. Alsof ze mijn gedachten raadde, voegde mevrouw Teunissen hier aan toe: “Zijn opa en oma kunnen borg staan.”
Ten slotte werd mij uitgelegd dat ik de lening vooral moest ‘los zien’ van de hypotheek. Op die manier zou niets elkaar in de weg staan. Niets nee. Behalve dan dat het plan in strijd was met zo ongeveer alle punten van de algemene hypotheek- en kredietvoorwaarden.
Afijn, toen ze klaar waren met hun verhaal (ze keken me triomfantelijk aan, alsof ze wilde zeggen: “Zo. Dat hebben we mooi bedacht hè?), schraapte ik mijn keel. Advocaat van de duivel spelen is niet leuk, maar soms is het noodzakelijk. “Ik denk dat het iets gecompliceerder ligt dan jullie denken,” begon ik voorzichtig. “Misschien moeten we kijken naar een andere oplossing.” Maar halverwege mijn uitleg over het echtscheidingsbeding bij hypotheken werd ik al onderbroken. “Die scheiding is toch ónze zaak,” illustreerde meneer Teunissen de denkfout. “En alles komt in het convenant te staan!”
Aha. Het convenant. Ik vroeg me al af wanneer hij op tafel zou komen. Het duurde even voordat ik het standpunt van de gemiddelde bank had toegelicht. En toen het kwartje uiteindelijk viel, keek mevrouw Teunissen me verslagen aan. “De bank heeft dus het laatste woord,” zei ze mismoedig. Waarop haar man vervolgens schamper opmerkte: “Ja. Het lijkt wel een vrouw.”

Reageer op dit artikel