nieuws

Aegon kan hennepschuur niet bewijzen en betaalt 6 ton brandschade

Schade 1885

Een bittere pil voor Aegon. Het gerechtshof in Den Haag heeft de verzekeraar in hoger beroep alsnog veroordeeld tot het vergoeden van een brandschade in een vermeende hennepschuur. De schade bedraagt ruim 600.000 euro. De verzekeraar kon niet bewijzen dat in de schuur een hennepfabriek was gevestigd. Noch lukte het Aegon de geldende polisvoorwaarden als bewijs op te voeren.

Aegon kan hennepschuur niet bewijzen en betaalt 6 ton brandschade

In augustus 2013 deed de politie een inval in de schuur. Daarbij werden onder meer voorraden hasj, voorgedraaide joints, assimilatielampen, koolstoffilters, luchtafzuigers, groeimiddel, weegschalen en hasjpersen in beslag genomen. De klant van Aegon werd daarop veroordeeld voor het in bezit hebben van grote hoeveelheden softdrugs, maar kreeg geen straf opgelegd omdat de aanwezigheid van de drugs verband hield met de bevoorrading van gedoogde coffeeshops.

Brand

Enkele maanden na de inval brandde de schuur tot de grond toe af. Een exacte oorzaak van de brand werd niet gevonden. Wel vond het expertisebedrijf opnieuw materialen en gereedschappen die benodigd zijn voor het telen van hennep. Aegon besluit daarom de claim van 601.200 euro af te wijzen op grond van een gewijzigde bestemming van de schuur.

Een hennepfabriek levert volgens Aegon een verhoogd risico op en zou niet meer verzekerd worden als de klant daar wel melding van had gemaakt. Bovendien legde hij tegenstrijdige verklaringen af, waarop Aegon hem aanmeldde bij het externe verwijzingsregister CIS. Ook informeerde Aegon het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit. De rechtbank ging in haar vonnis van september 2016 mee in de handelswijze van Aegon.

Vonnis vernietigd

Het gerechtshof vernietigt dat oordeel hoofdzakelijk om twee redenen. De polisvoorwaarden waarop Aegon zich beroept, zijn pas in januari 2014 van kracht geworden. Hoewel Aegon beweert dat de bepaling over het vermelden van een bestemmingswijziging altijd al in de voorwaarden gestaan heeft, kon dat door het gerechtshof niet geverifieerd worden. Aegon was niet in staat de juiste voorwaarden aan te leveren. Het polisblad uit 2009 was onvindbaar.

Bovendien kon Aegon niet aannemelijk maken waarom de opslag van softdrugs een verhoogd risico op brandgevaar opleveren. Het gerechtshof schrijft in zijn vonnis: “Aegon – op wie hier de stelplicht en bewijslast rust – stelt ook geen (voldoende) concrete feiten die dat met zich brengen en biedt op dit punt evenmin bewijs aan. Zij stelt enkel dat een bedrijfsactiviteit een groter risico op schade oplevert, dat er goederen bij de schuur werden aangeleverd en/of afgehaald, en dat sprake was van een (illegale) drugsgerelateerde activiteit die criminaliteit aantrekt en daarmee een groter risico meebrengt op schade in het algemeen. Zonder nadere toelichting, die op dit punt niet is gegeven, volgt uit die omstandigheden echter niet dat er als gevolg van de opslag vermeerderd brandgevaar bestond als hiervoor bedoeld.”

Het hof bepaalde ook dat de aanwezigheid van materialen voor de hennepteelt, de schuur niet meteen tot een fabriek maken. Aegon moet daarom alsnog dekking verlenen en de proceskosten van alle partijen vergoeden.

Reageer op dit artikel