nieuws

Europese Raad neemt PEPP-verordening aan

Pensioen 2046 PA

De Raad van de Europese Unie heeft de verordening voor het pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) formeel aangenomen. Nederland had zich eerder tegen invoering van het nieuwe derdepijlerproduct uitgesproken.

Europese Raad neemt PEPP-verordening aan

In april had het Europees Parlement al ingestemd met het nieuwe product voor vrijwillige pensioenopbouw in de derde pijler. Het product kan worden aangeboden door banken, beleggingsondernemingen, vermogensbeheerders, verzekeraars en zogenaamde Institutions for Occupational Retirement Provision (IORP’s). Voor die laatste groep geldt wel de voorwaarde dat de IORP volgens de nationale wet derdepijlerproducten mag aanbieden. Daarmee is de Nederlandse verplichtstelling van bedrijfstakpensioenfondsen en de daarmee samenhangende risicosolidariteit geborgd, liet minister Hoekstra (Financiën) eerder al weten. Zij mogen geen producten in de derde pijler aanbieden.

Nederland tegen

Als het aan Nederland had gelegen, was het PEPP er niet gekomen: het kabinet sprak zich in februari uit tegen invoering van het product. Minister Hoekstra (Financiën) en een Kamermeerderheid zien er geen meerwaarde in. Het PEPP moet de nu nog grote verschillen tussen de lidstaten op het gebied van het derdepijlerpensioen gladstrijken. Bovendien kunnen aanbieders het product ook in andere lidstaten aanbieden.

Het Verbond van Verzekeraars en de verenigde PPI’s zijn wel voorstander van het PEPP. Dat biedt betere kansen voor individuele pensioenopbouw in landen met een minder goed ontwikkeld pensioenstelsel, maar ook voor zzp’ers, menen zij.
Het PEPP heeft geen fiscale component. Dat komt er in de praktijk op neer dat een klant alleen belastingvoordeel heeft als dat past binnen het bestaande fiscale stelsel van de lidstaat.

Vervolg PEPP-traject

De verordening wordt donderdag ondertekend en vervolgens gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Twintig dagen later treedt de PEPP-verordening in werking. De Europese overkoepelende toezichthouder Eiopa heeft dan een jaar om de lagere Europese regelgeving te ontwikkelen. “Die regelgeving gaat over onder meer het Essentiële Informatiedocument, risico-mitigerende technieken voor beleggingen en invulling van de kostenmaximering”, aldus het Verbond van Verzekeraars.

Keurt de Europese Commissie die lagere regelgeving goed, dan buigen het Europees Parlement en de Raad zich erover. Eventuele bezwaren moeten binnen drie maanden kenbaar worden gemaakt; bij geen bezwaar volgt ook publicatie van de latere regelgeving.

Reageer op dit artikel