nieuws

Afgewezen: partnerkorting bij verzekeraar, maar ongehuwd voor AOW

Pensioen 1027

Een interimmanager die zijn partner een commercieel contract gaf voor kost, inwoning en zakelijke diensten, heeft volgens de Sociale Verzekeringsbank (Svb) toch een gezamenlijke huishouding. Zijn AOW voor ongehuwden wordt daarom omgezet in de lagere uitkering voor gehuwde partners. De man ging in beroep, maar ook dat werd afgewezen. Onder meer vanwege de partnerkorting de hij bedong bij zijn verzekeraar.

Afgewezen: partnerkorting bij verzekeraar, maar ongehuwd voor AOW

De interimmanager en zijn ‘contractant’ wonen op hetzelfde huisadres. In de overeenkomst die ze sloten, werd vastgelegd dat hij een vast bedrag per maand zou betalen voor gebruik van de woning en enkele ondersteunende activiteiten voor zijn werk als manager, zoals het aannemen van de telefoon. Daarbij werd een maandbedrag afgesproken voor het gebruik van ‘faciliteiten’ zoals koken en wassen.

Huisbezoek

De afdeling Bijzonder Onderzoek van de Svb besloot na de AOW-aanvraag een onaangekondigd huisbezoek te brengen bij het zakenduo. Uit het onderzoek waar Aegon Adfis over berichtte, bleek dat de partners continu samen op hetzelfde adres verblijven en dat de volledige zorg door de partner wordt uitgevoerd. De interimmanager betaalt daarvoor 3.000 euro per maand. De twee eten samen en ontvangen samen bezoek aan huis van vrienden en kennissen.

Op de beslissing om de uitkering van de interimmanager terug te zetten naar het niveau van gehuwde partners, maakte de man bezwaar. Die klacht werd door het Svb afgewezen omdat zowel aan het criterium van hoofdverblijf als het criterium van wederzijdse zorg werd voldaan. Het Svb concludeert dus dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding.

Commerciële prijs

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) bekrachtigt die visie. “Om het bestaan van een kostgangersrelatie aan te nemen, dient de economische verhouding tussen kostgever en kostganger beheerst te worden door zakelijke elementen. De prestaties die over en weer worden verleend dienen te zijn vastgesteld in een contract en voor de kost en inwoning die wordt verschaft zal een commerciële prijs moeten worden betaald waarvan controleerbare betaalgegevens kunnen worden overgelegd.”

Omdat in de overeenkomst niet gespecificeerd werd wat de vergoeding is voor de verschillende onderdelen, kan niet worden beoordeeld of er een commerciële prijs werd betaald voor kost en inwoning. Bovendien bleek dat de verzekeringen van de twee betaald werden van dezelfde bankrekening en dat zij bij de verzekeraar een partnerkorting hadden bedongen. Het hoger beroep werd afgewezen.

Reageer op dit artikel