nieuws

Minister Koolmees over pensioen notarissen: ‘Verplichte deelname is aan beroepsvereniging of bedrijfsleven’

Pensioen 2114

“De principiële vraag of een verplichte deelname aan een pensioenregeling en/of in een pensioenfonds wenselijk is, behoort tot de verantwoordelijkheid van de beroepspensioenvereniging of het georganiseerde bedrijfsleven in een (deel van een) bedrijfstak”, zo meldt minister Koolmees van Sociale Zaken in de beantwoording op Kamervragen. Kamerleden Steven van Weyenberg en Maarten Groothuizen (beiden D66) stelden eind december vragen over het draagvlak voor een wettelijke verplichting tot deelname aan een bepaald pensioenfonds.

Minister Koolmees over pensioen notarissen: ‘Verplichte deelname is aan beroepsvereniging of bedrijfsleven’

De Kamerleden vroegen onder andere: “Bent u bekend met het artikel “Draagvlakonderzoek Notarieel Pensioenfonds” uit Pensioen en Praktijk?”.

Het vakblad Pensioen & Praktijk (evenals amweb een uitgave van Vakmedianet) publiceerde recentelijk een artikel over het draagvlakonderzoek voor een Notarieel Pensioenfonds. Per 1 maart 2017 zijn twee notariële pensioenfondsen gefuseerd tot Stichting Notarieel Pensioenfonds. Daarvoor was een wijziging van de Wet op het notarisambt nodig. Bij de behandeling van het wetsvoorstel hebben 326 deelnemers van het Notarieel Pensioenfonds een petitie ingediend bij de Tweede Kamer en is ‘verzocht te stoppen met een wettelijk verplichte deelname’. In de petitie werd gevraagd om een representativiteitstoets.’ Van de minister hoefde dat niet, maar de Koninklijke Notariële Beroepsorgansiatie was toch bereid om een draagvlakonderzoek te doen.

Draagvlak

De Kamerleden vroegen ook of het klopt dat bij de behandeling van de fusie van de voormalige notariële pensioenfondsen tot Stichting Notarieel Pensioenfonds aandacht is gevraagd voor het draagvlak voor de wettelijke verplichting. Koolmees antwoordt hier op: “Ja. Naar aanleiding van vragen van uw Kamer tijdens de parlementaire behandeling van de wijziging van de Wet op het notarisambt (Wna) in verband met de mogelijkheid tot herziening van pensioenfondsen voor het notariaat is in de nota naar aanleiding van het verslag ingegaan op het draagvlak voor de verplichte deelname van notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan de Stichting Notarieel Pensioenfonds (SNPF).”

Vergelijkbare pensioenfondsen

De Kamerleden stelden ook de vragen of er vergelijkbare pensioenfondsen zijn waarbij de deelname wettelijk verplicht is en niet voortvloeit uit afspraken in een algemeen verbindend verklaarde cao. Van Weyenberg en Groothuizen gaven aan dat ze het van groot belang vinden dat er voldoende draagvlak is voor een dergelijke verplichting. Ook vroegen ze zich af hoe groot een dergelijk draagvlak dan moet zijn. De Kamerleden refereerden aan het artikel in Pensioen & Praktijk en vroegen de minister of hij de gepubliceerde cijfers, waaruit blijkt dat de representativiteitsnorm van 60% niet wordt gehaald, herkent.

Volgens Koolmees geeft is verplichte deelname aan een pensioenregeling en/of in een pensioenfonds in bijna alle gevallen tot stand gekomen op basis van een eigenstandig verzoek daartoe door de beroepspensioenvereniging of het georganiseerde bedrijfsleven.

Hiervan is volgens hem sprake wanneer  de representativiteit 60 procent of hoger is en onder condities ook nog tussen de 55 en 60 procent. De minister meldt dat in het geval van een meerderheid tussen de 50 en 55 procent er geen verplichtstelling plaatsvindt, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Hij haalt daarbij ter onderbouwing de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb), het toetsingskader Wvb, de Wet verplichte deelname in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000) en het toetsingskader Wet Bpf 2000 aan. Wat betreft de verplichte deelname van notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen verwijst de minister naar artikel 113a van de Wna en de verplichte deelname in het ABP (op basis van de Wet Privatisering ABP).

Principiële vraag

Op de vraag of een wettelijk verplichte deelname wenselijk is zegt de minister: “De principiële vraag of een verplichte deelname aan een pensioenregeling en/of in een pensioenfonds wenselijk is, behoort tot de verantwoordelijkheid van de beroepspensioenvereniging of het georganiseerde bedrijfsleven in een (deel van een) bedrijfstak. Gezien de verstrekkende gevolgen van de verplichtstelling voor de deelnemers geldt in algemene zin dat een bepaalde mate van draagvlak voor de verplichte deelname wenselijk is.”

Notarissen

Voor de specifieke casus van de verplichte deelname van notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen worden volgens Koolmees geen voorwaarden gesteld met betrekking tot de vereiste representativiteit. Het gaat volgens hem om een verzoek tot verplichtstelling op basis van de Wvb waarbij de representativiteit van
belang is, maar juist om de situatie dat de verplichte deelname rechtstreeks uit de Wna voortvloeit.

Onderling

Koolmees stelt dat ook bij de verplichte deelname op basis van de Wna een verzoek van de betrokken partijen nodig is, hoewel destijds geen eensgezindheid hierover bestond. Koolmees: “Hoewel dus sprake is van een aparte wettelijke verplichtstelling, past deze wel in de algemene uitgangspunten dat de wenselijkheid van een verplichtstelling en de vraag wie daar onder valt tot de verantwoordelijkheid van de beroepsgenoten in het notariaat zelf behoort. Gezien deze verantwoordelijkheid van de beroepsgenoten in het notariaat zelf, ben ik van mening dat de cijfers die uit het draagvlakonderzoek naar voren komen, de interpretatie daarvan alsmede eventuele conclusies naar aanleiding daarvan een zaak van de beroepsgenoten in het notariaat onderling is. Om die reden laat ik mij daar niet over uit.”

Loslaten

Op de vragen of onderzocht is of er meer draagvlak is voor verplichte deelname aan een bepaalde regeling, in plaats van aan een vast pensioenfonds en of het klopt het dat door verplichte deelname aan een regeling ook concurrentie op de arbeidsvoorwaarde pensioen kan worden voorkomen, terwijl de deelnemer meer vrijheid heeft dan bij een wettelijk verplichtgesteld pensioenfonds antwoordt de minister: “Het is mij op dit moment niet bekend of de beroepsgenoten ten aanzien van de verplichte deelname van notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaatnotarissen hebben overwogen de verplichte deelname in een pensioenfonds los te laten maar wel de verplichte deelname aan de pensioenregeling te behouden en of er daarbij ook onderzocht is wat het draagvlak daarvoor zou zijn”.

Nader onderzoek

Over de mogelijke concurrentie meldt de minister dat over het algemeen verplichte deelname in een pensioenregeling concurrentie op de arbeidsvoorwaarde pensioen in een beroepsgroep of in een bedrijfstak voorkomen kan worden. Alle deelnemers en eventuele werkgevers zijn volgens hem juist dan verplicht deel te nemen. Hij plaatst daarbij de kanttekening dat de aanvragers van de verplichtstelling beslissen bij welke pensioenuitvoerder de verplichte beroepspensioenregeling wordt ondergebracht, en niet de deelnemer. Wat betreft de toekomst zijn volgens hem in theorie scenario’s denkbaar waarbij de deelnemer aan een verplichte pensioenregeling in een beroepsgroep of in een bedrijfstak zelf de vrijheid heeft een pensioenuitvoerder te kiezen. Hij wil dan ook de effecten en wenselijkheid van een dergelijke andere systematiek van verplichtstelling uitgebreider onderzoeken.

 

Reageer op dit artikel