nieuws

Toekomst APF ligt open, maar niet voor iedereen

Geen categorie 723

Zo’n vijf  jaar na  de introductie van de PPI’s kreeg de pensioenwereld twee jaar  geleden opnieuw  met een nieuwkomer te maken:  Het algemeen pensioenfonds, kortweg APF. Vijf verzekeraars hebben er een opgericht. Am: maakte de balans op. De nieuwe pensioenuitvoerders doen het vooral goed bij grotere werkgevers, maar op de lange termijn lijkt een aantal van 16  PPI’s en APF’s te veel voor de Nederlandse markt. 

Toekomst APF ligt open, maar niet voor iedereen

Aegon had in oktober 2016 de primeur: het eigen Stap keerde als eerste APF pensioen uit. Het was een bescheiden stap, want het ging om zeventig gepensioneerden van chemiebedrijf Eastman Chemical. Een jaar later staat de teller op een beheerd vermogen van meer dan € 2 miljard en 18.500 deelnemers. Boven-dien zijn er overeenkomsten gesloten met een aantal partijen die toetreden tot collectieve pensioenkringen, laat Stap weten. “Deze toetredingen zijn nog onder voorbehoud van het ontvangen van een verklaring van geen bezwaar van DNB. Het gaat hierbij om een belegd vermogen van in totaal circa € 600 miljoen voor circa 8.000 deelnemers.” Daarnaast worden met diverse pensioenfondsen en werkgevers gesprekken gevoerd over toetreding. “We verwachten tot en met 2020 te groeien naar een deelnemersbestand van circa 50.000 deelnemers en een beheerd vermogen van ruim € 6 miljard. We liggen goed op koers om deze doelstellingen te realiseren.” Stap steekt daarmee de andere door verzekeraars opgezette APF’en voorlopig de loef af.

Snel uit de startblokken

Behalve Stap is ook Centraal Beheer APF, geïnitieerd door Achmea, snel uit de startblokken geschoten. Eind mei 2017 stonden er ruim 150 werkgevers in de boeken, goed voor meer dan 7.000 deelnemers. De toetreders bestaan uit enkele fondsen, grote corporates en diverse mkb-bedrijven. Centraal Beheer APF heeft vier standaardkringen gedefinieerd. Twee voormalige pensioenfondsen hebben een eigen kring: RBS en Bavaria. Business development director Jop Versteegt is vanaf het begin betrokken geweest bij het APF. “We hadden niet gedacht dat het zo snel zou gaan, met inmiddels een beheerd vermogen van nu al meer dan een miljard en 7.000 deelnemers. Wij focussen enerzijds op de corporate en mkb-werkgevers en anderzijds op de pensioenfondsen. Daarvan hebben we er nu twee en we verwachten op korte termijn nieuwe aan te sluiten.”

Tweedeling

In de werkgeversmarkt ziet Versteegt dat de grote bedrijven de APF’en eerder omarmen dan het mkb. “Bij adviseurs zien we ook een tweedeling. Een kleine groep is er actief mee aan de slag. Wij delen onze kennis met de adviesmarkt, onder andere via ronde tafels en publicaties. Daarnaast zijn we als eerste met een DB-oplossing in de Pensioennavigator opgenomen. ” Inmiddels zijn alle kringen van het APF, waaronder ook de DC-kring, geactiveerd. “Elke kring telt tientallen werkgevers.”

De groei van het Centraal Beheer APF gaat snel omdat Achmea honderd procent inzet op het APF. Veel werkgevers met een verzekerde regeling bij Achmea zijn benaderd om naar het APF over te stappen, want voor de toekomst biedt het concern geen opbouw meer in verzekerde regelingen. “Achmea ziet het APF als toekomstbestendige oplossing en maakt bewust geen combinatie met het neerzetten van een PPI, een APF en het bieden van verzekerde pensioenregelingen. We merken dat het DB-aanbod vanuit een APF wel een hele omslag is voor de adviseur. Die zit met de klant opeens over dekkingsgraden te praten.”

Emotionele kant

Versteegt ziet dat governance het belangrijkste onderwerp is bij ondernemingspensioenfondsen die een overstap naar een APF overwegen. “Er is een grote behoefte om het fonds toekomstbestendig te maken. Governance is daarin belangrijk. In het begin praat je voornamelijk over financiële ratio’s, daarna is de emotionele kant een belangrijke factor. Het fondsbestuur moet durven loslaten, de uitvoering uit handen geven. Dat doet iets en vraagt vertrouwen.”

Als Achmea-man gelooft Versteegt vanzelfsprekend in de toekomst van het APF, maar hij ziet wel een splitsing ontstaan. “Er zijn nu drie algemeen pensioenfondsen die boven het miljard beheerd vermogen zitten en drie die er een stuk onder zitten. Dat speelt voor werkgevers en fondsen ook mee: welk APF is toekomstbestendig? Want ze willen niet over vijf jaar gedwongen veranderen. En dan speelt mee voor wie het opzet-ten van een APF echt een strategische keuze is geweest en voor wie het een kwestie is van wedden op meerdere paarden.”

Versteegt ziet ook de consolidatie bij PPI’s, die qua volume al zijn ingehaald door de APF’en. “Er valt met een APF ook meer schaalvoordeel te behalen. Omvang is heel belangrijk: daar-mee kun je de kosten laag houden.” Daarnaast kan een APF bijvoorbeeld doorbeleggen ‘default’ aanbieden, geeft Versteegt aan. “Een verzekeraar en PPI kunnen dat niet. Werkgevers en adviseurs gaan ook daar toch steeds meer naar kijken.”

Vermogen als maatstaf

Of er wel ruimte is voor zo veel PPI’s en APF’en, moet de tijd uitwijzen, vindt chief broking officer Hans Rutten van Aon. “Je ziet bij de PPI’s al wel consolidatie. NN PPI gaat op in BeFrank en i-PensionSolutions stopt ermee. Maar de PPI’s zijn de oorsprong van de veranderingen in de DC-markt en APF’en gaan daar op door. Of ze toekomst hebben, hangt ervan af of ze op termijn voldoende vermogen hebben.” Volgens Rutten moet een APF groeien tot een beheerd vermogen van zo’n € 6 miljard om quitte te spelen. “Bij € 10 miljard kun je spreken van een gezonde situatie. Maar daar zitten alle APF’en nog ver vandaan.”

Een interessante vraag is wat voor werkgevers een argument is om over te stappen naar een APF. Rutten heeft daar al enige ervaring mee. Aon was een van de eersten die een klant bij een APF onderbrachten. Inmiddels hebben twaalf ondernemingspensioenfondsen de oversteek naar een APF gewaagd. Wat opvalt, is dat ze alle twaalf voor een eigen kring hebben gekozen. “Daar voelen ze zich wat meer senang bij”, zegt Rutten. “Het zorgt voor identiteitsbehoud en binnen je eigen kring houd je meer inspraak. Voor werkgevers met een verzekerde middelloonregeling is het nadeel van een gedeelde kring dat het APF daar momenteel een kostendekkende premie moet vragen en die wijkt niet veel af van de premie voor een verzekerde middelloonregeling met garantie. De vraag is dan: ga ik 40% meer premie betalen voor een ‘zacht’ pensioen of 50% meer premie voor een gegarandeerd pensioen? Veel werkgevers kiezen dan voor het laatste.”

Gedeelde kring

Voor grote ondernemingen is een gedeelde kring alleen aantrekkelijk als er al geld in zit, zegt Rutten. “Als je instapt, betaal je nu een kostendekkende premie. Pas als er enig volume is bereikt, kan de premie worden gedempt. Stapt een bedrijf als eerste in een gedeelde kring, dan profiteren de bedrijven die erna instappen.”Jop Versteegt (Centraal Beheer APF): “Het fondsbestuur moet durven loslaten.”Hans Rutten (Aon): “Voor een werkgever met een DB-regeling blijft het toch de vraag: waar stap ik in?”

Default doorbeleggen

De meeste werkgevers kiezen voor een DC-regeling, zegt Rutten. “Een APF heeft als voordeel boven verzekeraars dat ze als default mogen doorbeleggen en richting pensioendatum ‘zachte’ pensioenen kunnen bieden. Bovendien heb je een pensioenaanbieder die nieuw is gestart met een nieuw plat-form en meer innovatieve ideeën in vergelijking met traditionele uitvoerders. Een APF is bijvoorbeeld innovatiever in de lifecycles. Die zijn meer persoonlijk gestuurd.” De innovatievere kijk op pensioenen is met de marktintroductie van de PPI’s al gekomen, zegt Rutten. “Die hebben de grootste verandering teweeggebracht, ook wat betreft het accent op lagere kosten.”Werkgevers moeten wennen aan een nieuwe pensioeninstelling, ziet ook Rutten. “Over de PPI waren ze eerst ook sceptisch, maar nu zijn ze gewend. Het APF is een complexe uitvoerder, mede vanwege de governancestructuur. Er moet een belanghebbendenorgaan zijn dat inspraak heeft en zicht op de beslissingen over de premie en de beleggingen. Dat heb je bij een PPI niet. En voor een werkgever met een DB-regeling blijft het toch ook de vraag: waar stap ik in?”

Een goede zaak

Maar de komst van het APF is volgens Rutten een goede zaak. “Wel is het afwachten of ze toekomstbestendig zijn. Zeker nu bedrijfstakpensioenfondsen hun werkingssfeer gaan uitbreiden. De vraag is of daardoor wel sprake is van een level playing field aangezien bedrijfstakpensioenfondsen een lagere premie kunnen vragen ten opzichte van een gedeelde kring bij een APF. Daarmee kunnen ze de APF’en uit de markt drukken.”Zo opende zorgverzekeraarsfonds SBZ begin dit jaar opeens de deuren voor werkgevers buiten de bedrijfstak. Dat leverde al zeker 16 nieuwe werkgevers op. De BPF’en hebben de laatste twintig jaar het aantal vrijwillig aangesloten actieve deelnemers verdubbeld en hebben in het niet-verplichte deel van de pensioenmarkt nu 11% marktaandeel. Verzekeraars nemen 44% voor hun rekening. PPI’s zijn goed voor 18%.

‘Geloof in toekomstbestendigheid’

De toekomstbestendigheid is volgens ASR-vehikel Het Nederlandse Pensioenfonds (Hnpf ) wel in orde. Francis van Bergenhenegouwen, directeur van het bestuursbureau, is tevreden over waar Hnpf nu staat. “We ontmoeten veel bedrijven die vanuit de gedachte van goed werkgeverschap een op solidariteit gerichte pensioenregeling overwegen. We zien ook een duidelijke toename in de belangstelling voor het APF. Daar waar het APF zich vorig jaar nog moest bewijzen lijkt het erop dat diverse partijen geloof hebben in de toekomst-bestendigheid van het APF.”

Van Bergenhenegouwen twijfelt er niet aan dat het pensioenstelsel steeds meer van individuele regelingen zal uitgaan. “Maar collectieve regelingen hebben nog steeds grote voordelen. Collectief beleggen is bijvoorbeeld veel goedkoper.”Hnpf ging in januari van start met de pensioenregelingen van de Efteling, DAS en de verkeersvliegersvereniging VNV. Die zitten alle drie in dezelfde collectiviteitskring. Ook Arcadis heeft zich bij Het Nederlandse Pensioenfonds aangesloten: daarvoor wordt een eigen kring opgetuigd. Als Arcadis er volgend jaar bij komt, stijgt het beheerd vermogen naar € 1,3 miljard.

NN-APF De Nationale zit qua deelnemers en beheerd vermogen op hetzelfde niveau als Centraal Beheer. Ook De Nationale ziet een voorkeur voor eigen kringen, zegt uitvoerend bestuurder Arnout Korteweg. “Pensioenfondsen geven op dit moment de voorkeur om bij overgang naar ons APF een eigen kring te kiezen. Het gevoel van ‘sleutels overdragen’ en afstand nemen, blijft daarmee nog iets meer in control door de eigen backoffice.” Volgens Korteweg hebben de meeste fondsen echter wel de intentie om op termijn over te gaan naar een zogeheten ‘multi client’-kring. Hij voorziet “een gezonde groei in 2018”. “De partijen die belangstelling tonen, worden steeds groter en omvangrijker, waarmee de pipeline goed gevuld is. Naast groei in bezetting verwachten wij in 2018 tenminste drie nieuwe klanten te kunnen aansluiten bij ons APF.”

Nog  veel beweging

Versteegt (Achmea) verwacht dat er de komende vijf jaar nog veel ondernemingspensioenfondsen in beweging komen. “En we merken dat ook steeds grotere fondsen het gesprek voeren met een APF.” Versteegt denkt dat de andere concerns, die nog steeds én verzekerde regelingen én een PPI én een APF in de gelederen hebben, binnen afzienbare termijn gaan evalueren en uiteindelijk ook keuzes gaan maken in welke van de drie pensioenvehikels zij blijven investeren.Onder het mkb lijkt de nieuwe loot aan de pensioenstam nog niet te leven.

Edwin van Anraad, pensioenadviseur en mede-eigenaar van Van Anraad Assurantiën in Nieuwegein, heeft er in elk geval nog geen warm gevoel bij. “Voor sommige bedrijven is een APF nuttig, maar dan gaat het vooral om de grotere bedrijven met een ondernemingspensioenfonds. Zo’n fonds is tegenwoordig lastiger overeind te houden. Voor het mkb, waar wij ons op richten, zie ik de toegevoegde waarde van een APF niet zo.”Verzekeraars zullen wel last krijgen van de APF’en, denkt Van Anraad. “Tien jaar geleden kwam een liquiderend pensioenfonds bijna automatisch bij een verzekeraar terecht. Dat is met de komst van de PPI en het APF wel veranderd. Maar ik denk niet dat het APF een bedreiging is voor de beschikbarepremieregeling. En ten opzichte van een verzekerde middelloonregeling biedt het minder zekerheid.”

Mooi alternatief

Voor een DB-regeling biedt het APF een mooi alternatief voor ondernemingspensioenfondsen, denkt Van Anraad. “Voor DC-regelingen zie ik niet waarom ze zouden concurreren met PPI’s of verzekeraars. Daarin bieden ze te weinig toegevoegde waarde.”Van Anraad heeft afgelopen jaar een paar keer een APF betrokken in zijn advisering. “Maar eerlijk gezegd zag ik voor de klant dan geen voordelen.” Werkgevers vragen zelf ook niet naar de mogelijkheden van een APF. “Toen de PPI’s een paar jaar geleden de markt op kwamen, kwamen bedrijven er wel zelf mee. Nu is het stiller. Het is ook ingewikkelder met al die collectiviteitskringen. Een werkgever wil gewoon zijn beroep uitoefenen en niet te veel tijd besteden aan het regelen van zijn pensioen.”

 

Reageer op dit artikel