nieuws

Graafsma in beroep tegen woekerpolisuitspraak Kifid

Financiële planning 4173

René Graafsma gaat in beroep tegen een uitspraak van de Geschillencommissie van klachteninstituut Kifid in een woekerpolisdossier. Hij is het niet eens met de stellingname van de commissie dat verzekeraars contractvrijheid hebben bij het toerekenen van kosten aan de ingelegde premie. Graafsma wordt bij zijn zaak gesteund door Vereniging Woekerpolis.nl en Stichting Geldbelangen.

Graafsma in beroep tegen woekerpolisuitspraak Kifid

Volgens Graafsma is een uitspraak van de Commissie van Beroep essentieel voor het denken over woekerpolissen. Hij legt de Commissie in essentie de vraag voor of het redelijk en billijk is dat een verzekeraar -achteraf gezien- een derde van het geld  van wat de consument heeft ingelegd en voor beleggen bestemd was, te eigen bate heeft aangewend. Dit onder de noemer ‘kosten’.

In de casus, waarin Graafsma twee consumenten uit één huishouden bij staat, hebben deze consumenten in 2014 aan Nationale Nederlanden gevraagd wat er door hen tot dan toe was ingelegd, welk deel van die inleg als premie voor het overlijdensrisico was besteed en wat er vervolgens door de verzekeraar aan kosten is afgehaald voordat het geld aan ‘beleggen’ besteed werd.
Volgens opgave van Nationale-Nederlanden had de man (tot 2014) in totaal €39.760 naar NN over gemaakt. Daarvan besteedde NN €139 aan premie overlijdensrisicoverzekering. Van de rest (€39.621) ging €11.525 naar NN als kosten. Dat is 29% van het geld dat voor beleggen bestemd was. Bij de polis van mevrouw was er €15.588 betaald, ging er €37 naar premie ORV en ging er van de rest (€15.551) een bedrag van €5.549 naar NN. “Dat was dus 35%”, zo stelt Graafsma vast.

‘Niet voldoende concrete feiten en omstandigheden’
Een verre van billijk percentage meent Graafsma maar de Geschillencommissie wijst de klacht van de consumenten van de van de hand en stelt dat er ten principale sprake is van ‘contractvrijheid’. Bovendien hebben volgens de commissie “Consumenten niet voldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat en waarom in dit specifieke geval het door Aangeslotene in rekening brengen van overeengekomen kosten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.”

Graafsma wil bij de Commissie van Beroep de opstelling van de Geschillencommissie aan de kaak stellen. Hij baseert zich op een uitspraak van het Kifid van begin 2015, waaruit blijkt dat de Geschillencommissie een ‘kostenpercentage van 24’ veel te hoog vond. Het Kifid heeft de consument toen een extra compensatie toegekend. Bij terugrekenen blijkt de Geschillencommissie een kostenpercentage van 5 à 6 redelijk te vinden. “In de casus die ik de Geschillencommissie in oktober heb voorgelegd toonde ik aan dat het met de polissen van deze consumenten nog erger gesteld was. Een derde is immers meer dan een kwart! Maar – zo vond de commissie – in die andere zaak had de verzekeraar vooraf gemeld dat de kosten verwaarloosbaar waren en in onze casus niet” zegt Graafsma.

NN bevestigde tijdens de hoorzitting dat er niets over die een derde inhouding was verteld aan de klant. “Dus”, vult Graafsma aan, “als je als verzekeraar maar niets van te voren zegt, dan mag je gewoon een derde van de inleg naar je toerekenen? Het kan er bij mij niet in dat we dát in Nederland normaal vinden.”

Van foute voorlichting naar toetsing achteraf
Graafsma: “Iedereen is maar bezig te stellen hoe slecht men vooraf -zelfs twintig, dertig jaar geleden- is voorgelicht en dat men daarom meer gecompenseerd moet worden. We zien daarin een juridische strijd die zijn weerga niet kent. Nationale-Nederlanden heeft zelfs het Europese Hof er bij geroepen. Maar dat Hof vond het een te Nederlandse zaak zodat het nu weer op de bordjes van Nederlandse rechters ligt. Ik ben eind 2015 al begonnen met een andere insteek. Ik kijk met de consument achteraf wat er met zijn geld gebeurd is. En als dat volgens ons niet deugt, gaan we claimen.”
Vereniging Woekerpolis.nl (Ab Flipse) steunt deze beroepszaak van Graafsma omdat ze niet alleen de rechtszaken wil steunen waarin de consument stelt vooraf niet goed geïnformeerd te zijn over de beleggingsverzekeringen, maar nu ook hoe arbiters er tegen aan kijken als de consument achteraf vindt dat de verzekeraar hem tekort heeft gedaan.

‘Nationaal overleg om woekerpolisschandvlek tot einde te brengen’
De Stichting Geldbelangen (Rob Goedhart) stelt al twee jaar te propageren dat er een nationaal overleg moet komen om deze “woekerpolisschandvlek in de Nederlandse geschiedenis” eindelijk een keer tot een einde te brengen. Geldbelangen stuit daarbij naar eigen zeggen echter steeds op verzekeraars, die zich hebben ingegraven in hun schuttersputten en zeggen dat er al voldoende gecompenseerd is. “Als de zaak van Graafsma daarin een bres kan slaan, zal Geldbelangen dat sterk toejuichen.”

Reageer op dit artikel