nieuws

Adviseur werkt voor niks; adviesnota wijkt teveel af van eerdere indicatie

Branche 2006

Adviseur werkt voor niks; adviesnota wijkt teveel af van eerdere indicatie

Advieskantoor Peramaker uit Deil heeft heel wat uren voor niks gewerkt. In een eerste gesprek liet de adviseur de klant weten dat de totale advieskosten tussen de € 1.000 en de € 1.500 zouden uitkomen. Door extra werkzaamheden liep het bedrag echter op tot meer dan € 5.000. De klant hoeft van Kifid dat bedrag niet te betalen. De Geschillencommissie vindt dat de klant erop mocht vertrouwen dat het uiteindelijk te declareren bedrag niet ‘extreem’ zou afwijken van de indicatie.

De klant in kwestie stapt naar Peramaker omdat hij in een echtscheiding zit en een ontslagprocedure hoofdelijke aansprakelijkheid wil starten. In de uitspraak van Kifid is zeer uitgebreide documentatie en correspondentie over de zaak te vinden. Uiteindelijk belanden de partijen bij Kifid omdat de klant de opgemaakte nota van € 5.200 niet wenst te betalen, hij zegt dat een veel lager indicatief bedrag is genoemd: namelijk een bedrag van ongeveer € 1.000.

Indicatie
In de Dienstenwijzer van het kantoor staat dat een uurtarief van € 113,25 geldt. Ook staat er dat de tussenpersoon voorafgaand aan de dienstverlening schriftelijk met de cliënt afstemt welk aantal uur hij nodig denkt te hebben. Die schriftelijke indicatie ontbreekt, wel staat vast dat de advieskosten tijdens een eerste gesprek aan de orde zijn geweest. De klant stelt dat een bedrag van € 1.000 is genoemd, terwijl dit volgens de tussenpersoon een bedrag tussen € 1.000 en € 1.500 was. De tussenpersoon voert ook aan dat er wegens verschillende complicaties aanzienlijk meer tijd is besteed dan verwacht. Naast het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid, ging het ook om het omzetten van de hypotheek, afkoop van polissen en rentemiddeling en stagneerden deze werkzaamheden behoorlijk toen duidelijk werd dat de klant, zonder dat de tussenpersoon daarmee bekend was, een lening had afgesloten voor de aankoop van een auto. Verder voert de tussenpersoon aan dat van de geschreven tijd (78 uur) een aanzienlijk deel is afgeboekt en slechts de resterende 46 uur in rekening is gebracht.

Vertrouwen
De commissie vindt dat de klant had moeten begrijpen dat de kosten konden oplopen tot € 1.000 en, omdat een uurtarief was afgesproken, mogelijk nog een stuk hoger. Wel mocht hij de € 1.000 als een indicatie opvatten, hij mocht erop vertrouwen dat het uiteindelijk te declareren bedrag niet extreem daarvan zou afwijken.

De tussenpersoon had bij aanvang van het adviestraject duidelijk moeten maken, zegt de Commissie, dat de kosten zeer veel hoger dan € 1.000 konden uitvallen. Ook had de tussenpersoon tussentijds moeten wijzen op de stijgende advieskosten. Volgens de Commissie had de tussenpersoon in ieder geval in de loop van december 2014 de klant moeten melden dat de kosten inmiddels de € 1.000 ruimschoots hadden overschreden.

Extreme afwijking
De tussenpersoon zegt dat de kosten wel degelijk meermalen telefonisch aan de klant zijn doorgegeven en met hem besproken maar kan dat niet feitelijk onderbouwen. De Commissie vindt daarom dat de tussenpersoon over de periode na 31 december 2014 geen kosten in rekening heeft mogen brengen voor zover daardoor het totale gedeclareerde bedrag extreem is gaan afwijken van het bij aanvang genoemde bedrag van € 1.000. “Van een dergelijke extreme afwijking is sprake. Immers, afgaande op de urenlijst, is tot aan 31 december 2014 afgerond 20 uur aan het dossier van Consument besteed, wat uitgaande van een uurtarief van € 113,25 uitkomt op een bedrag van € 2.265. Na 31 december 2014 zijn de kosten nog veel verder opgelopen, namelijk tot een totaal bedrag van € 5.209,50.”

De Commissie vindt dat het kantoor niet meer dan € 2.265 in rekening heeft mogen brengen. Aangezien de klant al wel een bedrag van € 2.000 heeft betaald, betekent dit dat hij alleen nog een bedrag van € 265 aan de tussenpersoon verschuldigd is.

Eerdere zaak
Peramaker uit Deil verscheen eerder bij het Kifid in een zaak over een adviesnota. Ook toen oordeelde Kifid dat het kantoor tussentijds had moeten aangeven hoe hoog de nota inmiddels was.

Reageer op dit artikel