blog

Opleiders moeten advieswerk weer als ambacht gaan zien

Branche 3894

Onlangs bezocht ik het Openluchtmuseum in Arnhem. Een mooie reis terug in de tijd. Van dat bezoek draag ik nog steeds een specifiek beeld bij mij: de smid die de paarden van nieuwe hoefijzers voorzag. Vroeger, als kind vond ik het zielig. Die grote sterke man die met een mes stukken hoef weghaalde. Dat moest toch pijn doen bij het paard? Het heeft even geduurd voordat ik geloofde dat het net zoiets was als nagels knippen. Ik ruik nog de kolen waarin het roodgloeiende hoefijzer lag. Ik hoor nog de klappen van de hamer op het hoefijzer. Met vakmanschap werd het hoefijzer passend gemaakt.

Opleiders moeten advieswerk weer als ambacht gaan zien

Veel van die oude smeden zijn verdwenen. Verdwenen? Het is aardig om landelijk eens te onderzoeken wat er van deze ondernemers is geworden. Een deel heeft het “uitgezongen” en op enig moment het vuur definitief gedoofd. Een ander deel zag dat de paarden werden vervangen door fietsen en auto’s. Zo langzaamaan verlegde de smid zijn activiteit naar fietsspecialist of autodealer. En weer anderen besloten om gewoon smid te blijven. Tot op de dag van vandaag maken zij de oude reclame van het biermerk waar: vakmanschap is meesterschap.

Dankbare taak voor adviseurs

Wat zie ik in onze branche? Veel veranderingen bij consumenten. Op steeds meer gebieden krijgt de consument behoefte aan onafhankelijk en deskundig financieel advies. Jongeren gaan voor een paar jaar in het buitenland studeren of werken. Samenlevingsverbanden zijn anders dan in het verleden. Werknemers wisselen vaker van werkgever, ook steeds vaker van werknemerschap naar ondernemerschap en weer terug. Het aantal senioren is sterk gegroeid en wij hebben de verzorgingstehuizen en bejaardentehuizen afgebouwd. Met al deze maatschappelijke ontwikkelingen durf ik te stellen dat er een enorm dankbare taak ligt voor de financieel adviseurs.

U voelt hem al aankomen denk ik. De “maar”.

Inderdaad. Er zijn veel kansen. Maar… De genoemde veranderingen scheppen nieuwe behoeftes. Willen we als financiële professionals kunnen inspelen op deze behoeftes dan vraagt dit nieuwe kennis en vaardigheden.

Focus op PE-punten is te eenzijdig

Het opleidingsklimaat in onze sector is naar mijn mening eenzijdig en veel te veel  gericht op het behalen van PE-punten. Vroeger wist je als jonge starter die de sector betrad niet beter dan dat je je B-diploma moest gaan behalen. Dat deed je via de regionale assurantieclub. In hoogtijdagen hadden deze clubs meer dan 16.000 leden. Leden uit alle lagen van onze bedrijfstak die elkaar ontmoetten en waarbij “leren” de norm was. Aanbieders ondersteunden deze norm. Met “De Wageningse Berg”, “Baarn” en “Driebruggen”. Wie in onze bedrijfstak heeft destijds geen opleidingen gevolgd bij grote maatschappijen?

Hoepeltje springen

Dat moest van de politiek allemaal anders. Maatschappijen die opleidingen aanboden,  kregen te horen dat dit in strijd was met het provisieverbod. Het PE- traject is de kunst van het hoepeltje springen geworden. Waarbij de opleidingsinstituten zich vooral profileren met slagingspercentages. Het wordt tijd dat opleidingsinstituten het advieswerk weer als een ambacht gaan zien en inhoudelijke kennis gaan combineren met het trainen van adviesvaardigheden. We hebben in onze branche, waar allerlei ontwikkelingen aan de gang zijn, adviseurs nodig die lef, visie en ondernemerschap tonen.

Laten de opleidingsinstituten dit proces actief ondersteunen. Zodat we met de opgedane  kennis én vaardigheden onze klanten nog beter kunnen helpen. Op die manier krijgt de slogan “Vakmanschap is meesterschap” weer een nieuwe en toekomstbestendige lading.

Reageer op dit artikel