nieuws

Vakverbond

Archief

Het verzekeringsbedrijf wacht moeizame onderhandelingen over een nieuwe bedrijfstak-cao. De verzekeraars hebben de stormbal gehesen: de broekriem moet worden aangehaald. De vakorganisaties daarentegen willen vasthouden aan de handhaving van een premievrij pensioen en 2,5% salarisverhoging.

In de aanloop naar de te verwachten loopgravenoorlog heeft Allianz-topman Henri van Lent, lid van de Verbondscommissie Arbeidsvoorwaarden, al enkele waarschuwingsschoten gelost. De uitspraken van Van Lent, begin dit jaar, dat in vergelijking met andere branches werknemers van verzekeraars 15% meer verdienen en de personeelskosten 65% uitmaken van alle bedrijfslasten, zetten kwaad bloed bij de vakbonden. Een ander schot voor de boeg was de nauwelijks serieus te nemen publicatie van het Verbond aan de vooravond van de start van het cao-overleg. In deze ‘goed getimede’ publicatie liet het Verbond subtiel weten dat het uurloon in de financiële dienstverlening met kop en schouders uitsteekt boven het gemiddelde voor ons land. Een vergelijking die volledig mank gaat. Een eerlijker beeld zou zijn gegeven als het uurloon van verzekeraars was vergeleken met dat van andere kennisintensieve branches, zoals de bank- en ICT-sector. Of die vergelijking in het voordeel van verzekeraars uitvalt, is twijfelachtig. Niet voor niets vochten zeshonderd medewerkers van het assurantiebedrijf van ABN Amro hun overstap naar de concern-cao van Delta Lloyd aan. Ze weigerden genoegen te nemen met 15% minder loon!
Zijn de wensen van verzekeraars legitiem? Ja, als je kijkt naar de forse klappen die de branche, en vooral het levenbedrijf, vorig jaar kreeg door de dramatische koersval op de beurs en het overheidsingrijpen in het fiscale regime. Nee, als je ziet hoe verzekeraars – de verbetering van operationele resultaten ten spijt – zich jarenlang hebben laten verleiden door de forse beleggingswinsten om de technische grondslagen voor de premiestelling te verwaarlozen. Hun oude levenportefeuilles zijn nog winstgevend, maar dat geldt zeker niet voor de nieuwe productie. Zo worden koopsompolissen nog steeds verkocht tegen veel te lage marges, alsof verzekeraars elkaar zelfs het verlies niet gunnen. Het gaat daarom te ver om de consequenties van de economische teruggang af te schuiven op werknemers, ten koste van hun koopkracht.
Ook principieel valt er best iets te zeggen voor het meebetalen aan het eigen pensioen. Achmea kent al sinds 2000 een eigen pensioenbijdrage. Waarom zouden andere verzekeraars dan niet volgen? Naast het verzekerings- en bankbedrijf zullen er weinig andere branches zijn, waarin het personeel gratis producten van het eigen bedrijf kan afnemen. Voor de werknemers van verzekeraars resteren bovendien nog riante faciliteiten als winstdeling, dertiende maand en kortingen op hypotheek, ziektekosten- en schadepolissen.
Om de dreiging van een cao-loos jaar af te wenden, moeten werkgevers en bonden méér bieden dan nu op tafel ligt. De bonden zullen bereid moeten zijn mee te denken over het eventueel afbreken van heilige huisjes, zoals het premievrije pensioen. De verzekeraars zullen het koopkrachtverlies van hun medewerkers moeten compenseren. Als zij bovendien hun afspraken over een ‘cao à la carte’ marktbreed uitvoeren, komt dat hun geloofwaardigheid ten goede. Het alternatief is minder aanlokkelijk: uitputtende onderhandelingsrondes, zonodig ondersteund met acties. De vakbonden spinnen daar in elk geval garen bij, want zij zullen de dreigende impasse zeker gebruiken om hun organisatiegraad bij verzekeraars stevig op te krikken. Wim Abrahamse wabrahamse@kluwer.nl

Reageer op dit artikel