nieuws

STE waarschuwt voor aandelenlease

Archief

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) heeft eind vorig jaar beleggers gewaarschuwd voor de aanschaf van aandelenleaseproducten. Uit onderzoek van de toezichthouder is gebleken dat beleggen met geleend geld veelal geen (of zelfs een negatief) rendement oplevert.

Dat komt doordat de opbrengst van het leaseproduct vaak niet opweegt tegen de kosten die gepaard gaan met dit product: de over de lening te betalen rente en de administratiekosten. Als wordt uitgegaan van een historisch rendement van 8% per jaar, dan is de kans 90% dat een aandelenleaseproduct geen winst oplevert, zo concludeert de STE. Een opmerkelijke constatering voor een product dat sinds 1997 flink aan populariteit heeft gewonnen.
De STE schat de omvang van de markt op drie tot vier miljard euro. De belangrijkste spelers op de markt voor aandelenlease zijn: Bank Labouchere (onder meer via Legio-Lease en SpaarSelect), Aegon, Fortis (via Groeivermogen), Delta Lloyd (via Ohra), SNS Reaal (via Aefin), Robeco, Levob, ABN Amro (via Interbank), Nationale-Nederlanden en Koers-Kompas (onder meer van uitvinder Piet Bloemink).
Reclame-uitingen
De toezichthouder constateert verder dat de reclame-uitingen van aandelenleaseproducten vaak onvoldoende duidelijk maken dat consumenten met deze producten beleggen met geleend geld. De STE heeft er bij de aanbieders van de producten op aangedrongen deze reclame-uitingen aan te passen.
In de Herziene Nadere Regeling 1999 van de STE, die per 1 januari 2002 van kracht is geworden, zijn de reclameregels voor aanbieders van financiële producten aangescherpt. Voor producten waarbij met geleend geld wordt belegd, geldt dat in advertenties over die producten dit aspect nadrukkelijk moet worden vermeld. Daarbij moeten beleggers erop worden gewezen dat ze het risico lopen hun inleg te verliezen of zelfs schulden te kunnen overhouden.
Verweer
Aegon (met Aegon Particulieren en Spaarbeleg) en Fortis (met Amev en Groeivermogen) zijn belangrijke aanbieders van aandelenlease. Beiden zeggen zich niet te kunnen vinden in de conclusies van de STE. “We zouden graag het onderliggende rapport willen zien, maar de STE verstrekt dat om reden van geheimhouding niet”, zegt Mark ter Riele namens Fortis. “Maar afgaande op de mediaberichten moeten wij concluderen dat onze producten niet zijn onderzocht of dat wij bij die 10% horen.”
Ter Riele doelt hiermee op de STE-stelling dat bij 90% van de producten het breakevenpoint pas bij 8% wordt bereikt. Volgens hem ligt bij Fortis het laagste breakevenpoint op 3,8% (het Index Opbouwplan van Amev) en het hoogste op 6,7% (de Beursversneller van Groeivermogen). “Ik ken wel producten van concurrenten waarbij dit punt pas op 11% of 12% ligt.”
De door STE onderzochte producten zijn, afgaande op hun uitspraken, ook niet van de marktleiders Aegon en Bank Labouchere. “Het breakevenpoint van het Sprintplan van Spaarbeleg ligt op 6,96% en bij de Vliegwiel-producten van Aegon is dat nog lager”, aldus Ben Wouters namens Aegon. En in De Volkskrant claimde Labouchere-topman Bart van der Vlis al dat 99% van de Labouchere-producten bij 8% winst oplevert. Het breakevenpoint zou op 4% tot 7% moeten liggen.
Wat heeft de STE nu precies onderzocht?
STE-woordvoerster Berber Kroon: “Het rapport herbergt toezichtinformatie die geheim is, dus dat kunnen we niet verstrekken. Ik kan alleen zeggen dat we onze berekeningen hebben laten controleren door twee externe, gerenommeerde bureaus. Wij leggen het verweer van de marktpartijen daarom naast ons neer. De conclusie blijft dat beleggen met geleend geld veelal geen of een negatief rendement oplevert.”

Reageer op dit artikel