nieuws

‘Pensioen & Verzekeringskamer frustreert pensioenadvisering’

Archief

door Jan van der Meer

De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) is onder leiding van de voormalig belasting-topambtenaar Witteveen bezig pensioenverzekeringen kritisch onder de loep te nemen. Volgens Jan van der Meer, directeur van pensioenadviesketen PensioenPoint, heeft de huidige PVK het niet zo op pensioenregelingen die worden uitgevoerd door verzekeraars.
“Deze stellige indruk kreeg ik toen mij een uitgebreide briefwisseling onder ogen kwam tussen de PVK en het Verbond van Verzekeraars. In die brieven formuleert de PVK een aantal eisen en voorwaarden met betrekking tot beschikbare-premieregelingen en streefregelingen bij verzekeraars. Een aantal van deze eisen en voorwaarden zijn zeer discutabel. Het Verbond zou krachtig stelling moeten nemen tegen onjuiste opvattingen van de PVK. En weerwerk is echt nodig, omdat de standpunten en de PSW-interpretaties van de PVK professionele pensioenadvisering door het intermediair frustreren, zo niet onmogelijk maken.
Overzicht
Op 9 maart 2000 heeft de PVK het Verbond geïnformeerd over haar plannen met betrekking tot het toezicht op pensioenregelingen die bij verzekeraars zijn ondergebracht: de zogeheten rechtstreekse regelingen. Op 20 december van dat jaar heeft de PVK een brief naar het Verbond gestuurd met daarin haar standpunt over de evenredige opbouw en financiering bij beschikbare-premieregelingen en streefregelingen. Of het Verbond maar even wil aangeven hoe verzekeraars de per 1 januari 2000 in artikel 7a PSW opgenomen bepalingen inzake evenredige opbouw en financiering bij beschikbare-premieregelingen en streefregelingen gaan garanderen.
Op 1 augustus 2001 heeft het Verbond een voorstel naar de PVK gezonden met daarin een plan van aanpak om aan de wensen van de PVK te voldoen. Dat was niet voldoende naar de zin van de PVK. Op 1 oktober 2001 heeft de PVK het Verbond in niet mis te verstane bewoordingen de uitgangspunten voor de toepassing van artikel 7a PSW bij beschikbare-premieregelingen en streefregelingen ‘gedicteerd’. De PVK formuleert drie uitgangspunten:
– centraal uitgangspunt is de pensioentoezegging;- de pensioenbrief moet de evenredige opbouw en financiering waarborgen;- de verzekering moet tenminste de gedane toezegging waarborgen.Voorschriften
Deze uitgangspunten leiden voor beschikbare premieregelingen tot de volgende PVK-voorschriften:
Verzekeraars mogen niet zomaar door derden opgestelde staffels gebruiken. De verzekeraar moet toetsen of bij beschikbare-premiestaffels de opbouw en financiering van het pensioen wel evenredig in de tijd plaatsvindt. Als men de brief leest, valt men van de ene verbazing in de andere. Een citaat: “Getoetst moet worden aan de hand van de eigen tarieven, het financieringssysteem en de eventueel benodigde risicopremies, of de evenredige opbouw gewaarborgd blijft.” Implicatie van dit voorschrift is dat het staffelbesluit van de fiscus d.d. 4 november 2000 goed is voor de prullenbak. Het besluit voldoet niet aan de eisen van evenredige opbouw en financiering. De PVK heeft haar eigen staffelgedachten.
Als klap op de vuurpijl is de PVK van mening dat “bij een eigenlijke beschikbare-premieregeling de premie zodanig is vastgesteld, dat van jaar tot jaar tenminste het verwachte tijdsevenredige niveau van een eindloonregeling verworven is”.
Afsluitprovisie en overige eerste kosten zijn in dit kader helemaal uit den boze, stelt de PVK onomwonden. Die verstoren de evenredige opbouw. De oplossing die de PVK voor ogen staat, is: spreiden van de provisie en kosten over de gehele duur of netto-tarieven. In gewoon Nederlands: geen afsluitprovisie, wel doorlopende provisie of een fee.
En dat met als argument artikel 7a PSW. Dit artikel is helemaal niet van toepassing op beschikbare-premieregelingen. Het gaat hier immers om de toezegging van een premie die vervolgens wordt belegd en uitmondt in een pensioenkapitaal. In dit systeem past het begrip evenredige opbouw gewoonweg niet.
Streefregelingen
Het doelvermogen moet op het actuele salaris en diensttijd en op actuele en realistische actuariële grondslagen worden gebaseerd en jaarlijks worden geactualiseerd. Deze uitgangspunten moeten in de pensioenbrief worden opgenomen. Houdt dit standpunt van de PVK in dat het pensioengevend salaris niet meer mag worden beperkt en dat er ook geen beperking meer in dienstjaren mag worden aangebracht? Het lijkt erop dat de PVK overgaat tot invoering van een allesomvattende pensioenplicht bij streefregelingen.
Bij ontslag heeft de deelnemer recht op een premievrij kapitaal dat evenredig is met het tijdsevenredig pensioen. Als de streefnorm een eindloonregeling is, moet het daarop zijn gebaseerd. Is de streefnorm een middelloonregeling, dan geldt dit als norm. Prima zaak, naar wij menen. Maar in de brief aan het Verbond staat echter de volgende, onbegrijpelijke tekst: “Het premievrije kapitaal is bij einde deelneming ten minste gelijk aan het doelvermogen dat behoort bij de tijdsevenredige pensioenen…”.
Beleggingsverzekeringen zijn niet toegestaan ter uitvoering van streefregelingen. Als motivering geeft de PVK “dat het risico bestaat dat de opgebouwde rechten op enig moment niet gefinancierd zijn.” Wat is dit voor een betutteling van de PVK? Terwijl de markt zich uitslooft in goede voorlichting, de Code Rendement en Risico in het leven roept, Gidi in het leven roept, komt de PVK met ‘pseudo-wettelijke’ maatregelen. Laten we wel wezen: de beleggingsverzekering biedt meer kans op voordeel dan op nadeel. Goede voorlichting door het intermediair is daarbij van groot belang.
Pensioenfondsen mogen wel uitgebreid beleggen in aandelen. Als het fout gaat, wordt de premie aangepast. Ik zie het verschil met beleggingsverzekeringen niet.
Waarde claimen
De voornoemde conclusies gelden ook voor vrijwillige, aanvullende modules! Er is geen overgangsregeling. Verzekeraars moeten alle lopende contracten maar openbreken. Dit is geen probleem stelt de PVK, omdat een wetswijziging een contractswijziging rechtvaardigt. Als dit een probleem is voor het Verbond gaat het maar naar de wetgever, stelt de PVK.
Wat moeten we in de praktijk met al die bestaande streefregelingen op basis van beleggingsverzekeringen? Voorbeeld: een werknemer heeft op dit moment een streefregeling op basis van een beleggingspolis – is dus niet toegestaan door de PVK – waarvan de waarde is gedaald ten gevolge van de beurscrisis. Hij kan zo het verschil tussen tijdsevenredig en actuele waarde claimen als de opvatting van de PVK opgang vindt. De vraag is bij wie: natuurlijk bij de werkgever, maar wellicht ook bij de verzekeraar, zoals de PVK losjes opmerkt. Dit is natuurlijk te gek voor woorden.
Zelf verzonnen
De PVK slaat in mijn optiek door. Ook staatsrechtelijk gaat de PVK in een spagaat. Witteveen en de zijnen moeten controleren of de PSW-regelgeving wordt nagekomen. Daarbij is de PSW leidraad en deze moet naar haar bedoeling worden uitgelegd. Witteveen c.s. moeten niet zelf verzonnen standpunten, stokpaardjes en uit hun verband gerukte parlementaire verslagen als (pseudo-)wetgeving aan verzekeraars opdringen.
De praktijk zit met de gebakken peren. Het is op dit moment onmogelijk om goed te adviseren over pensioenregelingen. Er heerst door de opstelling van de PVK grote onzekerheid en onduidelijkheid. Zowel bedrijven als werknemers worden kopschuw gemaakt. En dat terwijl de toegevoegde waarde van het professionele intermediair zo belangrijk is.
Bovendien heeft de PVK ‘gesteld’ dat naast de werkgever, ook de verzekeraars aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de financiële consequenties, als ze pensioencontracten verkopen die niet voldoen aan de wettelijke bepalingen. De branche moet zeer alert zijn en stelling nemen tegen deze opvattingen. Het wordt tijd voor een echt nationaal pensioendebat.

Reageer op dit artikel