nieuws

Opleidingentop zet vraagtekens bij WFD

Archief

Tijdens een relatiemiddag van Nibe-SVV zette zowel algemeen directeur Joop van Kessel als hoogleraar verzekeringsrecht Gerard Kamphuisen vraagtekens bij de toegevoegde waarde van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD).

Van Kessel vroeg zich af of er zoveel ongelukken gebeurd zijn in de financiële dienstverlening dat daar een heel nieuwe wet voor bedacht moet worden. Professor Kamphuisen ging nog een stapje verder in zijn betoog over de zorgplicht en verantwoordelijkheid: “Arthur Docters van Leeuwen, de voorman van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), heeft een wettelijke basis nodig voor dat wat hij wil. Hij wil namelijk dat verzekeraars verantwoordelijk worden voor het advies van onafhankelijke tussenpersonen aan de klant.”
“Als het minder gaat, duiken we de geschiedenis in”, hield de hoogleraar zijn gehoor voor, waarop een college assurantiegeschiedenis volgde. Uiteindelijk kwam het hoge woord eruit. “De WFD wordt van toepassing op waanzinnig veel soorten overeenkomsten. Verder gaat de WFD een eigen zorgplicht ontwikkelen, ondanks dat er al een bouwwerk aan uitspraken van de Hoge Raad ligt. In iedere markt zullen een paar procent slechteriken zitten. Daar zitten verzekeraars tussen die laakbare producten in de markt zetten en zijn er tussenpersonen die een quick buck willen maken. Er is echter nauwelijks rechtvaardiging om over verzekeraars en tussenpersonen karrenvrachten aan regels uit te storten, meer dan wat al in bijvoorbeeld een Gidi is geregeld”, aldus Kamphuisen.
Deskundigheidseisen
Nadat de twee vorige sprekers de WFD min of meer de grond in geboord hadden, was het aan Dik van Velzen, beleidsmedewerker van Nibe-SVV, om uit te leggen welke deskundigheidseisen de WFD misschien gaat opleggen. Hij tekende daarbij aan dat de AFM er vanuit gaat dat de bedrijfstak dat regelt. Een commissie Deskundigheidseisen is dan ook in het leven geroepen.
Allereerst liet Van Velzen zien voor wie deskundigheidseisen gaan gelden. “In ieder geval niet voor banken en verzekeraars, die vallen onder andere toezichtwetgeving. Bestuurders en dagelijkse beleidsbepalers van andere financiële dienstverleners zijn via hun vergunning verplicht aan een aantal deskundigheidseisen te voldoen. Via de zorgplicht moeten ook medewerkers en feitelijk leidinggevenden aan de deskundigheidseisen voldoen.” Vervolgens probeerde Van Velzen antwoord te geven op de vraag waaruit die deskundigheidseisen voor de diverse groepen dan bestaan. Dat bleek een lastig vraagstuk. “Want wat is de toegevoegde waarde als de feitelijk leidinggevende over dezelfde kennis beschikt als zijn medewerker. Dat is alleen interessant als hij ook klantcontacten heeft”, vindt Van Velzen.
“En welke eisen stel je aan bestuurders? Hij moet beschikken over kennis van bedrijfsvoering van een financiële dienstverlener, maar moet hij dan ook over vakinhoudelijke kennis beschikken?” Conclusie zou kunnen zijn dat de Commissie Deskundigheid die door de AFM is ingesteld nog een zware dobber zal hebben aan het vaststellen van de deskundigheidseisen en vooral wie er aan moeten voldoen.
Registratie
Volgens Van Velzen is er maar één manier om zorgplicht aan te tonen en dat is registratie. Daarmee is volgens hem sprake van een objectief aantoonbaar kennisniveau. Daarnaast zou het motiverend zijn voor de medewerkers en is het een instrument voor leidinggevenden. Verder vindt Van Velzen dat daarmee een gelijk speelveld in de markt gecreëerd wordt en is het goed voor het imago van de branche. Hij stelde wel als voorwaarde dat zo’n registratie plaats moet vinden in een privaat systeem. “Dat is beter, flexibeler en goedkoper dan in een publiek systeem.” En tot slot moet er één (toetsbaar) systeem komen voor permanente educatie. Om zijn pleidooi voor een registratiesysteem kracht bij te zetten, haalde Van Velzen het onderzoek van Legal & General in het kader van de WFD aan. “Uit dat onderzoek blijkt dat 75% van de respondenten vóór vakbekwaamheidseisen is. Daarmee heb je een groot draagvlak voor een registratiesysteem.”
Tijdens de relatiemiddag werden de Jacs. Post prijzen uitgereikt aan diegenen die het beste resultaat behaalden bij de Assurantie A-examens. Het A-diploma bestaat uit vijf deelexamens, waarvan de resultaten bij elkaar opgeteld worden. De drie kandidaten met de hoogste score ontvangen de prijs. De eerste prijs werd net als de afgelopen twee jaar uitgereikt aan een vrouw, Grietje Schilstra-Steenstra (totaal 41,8 punten, rechts op de foto). De tweede prijs ging naar Alain Frissen (40,2 punten, links op de foto) en de derde prijs ging naar Chantalle Lahaije (39,5 punten). Kader
Recessie
Algemeen directeur Joop van Kessel liet tijdens de relatiemiddag zijn licht schijnen over het wel en wee van het opleidingsinstituut. “Er is officieel sprake van een recessie. Dus we mogen er nu openlijk over praten.” In zijn opinie zijn opleidingen een leading indicator voor wat er aan de hand is bij de klanten. “We zitten midden in een laagconjunctuur. Dat betekent dat we goed op de kosten letten, kritisch naar onze producten kijken, maar het belangrijkste is vernieuwing. Nieuwe producten, nieuwe wijze van produceren en nieuwe markten aanboren. Het is allemaal niet best, maar we zijn niet depressief. We maken slagen aan de vernieuwingskant. Gerealiseerd is het decentraal examineren aan de bankenkant en een herstructurering van onze website. Deze zal steeds meer een service-instrument worden. In de pijplijn zitten het inzetten en inpassen van een kennisbank. Daarnaast zijn we intensief bezig met het in de markt zetten van de Nibe-SVV academie. Deze richt zich op specialistische trainingen en maatwerk. Verder richten we ons op een herijking van ons serviceconcept voor corporate customers”, aldus Van Kessel.

Reageer op dit artikel