nieuws

FOV slaat bewust niet op de trom

Archief

door Richard Vroom

De vereniging bestaat al meer dan zestig jaar, ontplooit doorlopend activiteiten op allerlei gebied, maar timmert weinig aan de weg. Dat ‘rustige’ bestaan van de Federatie van Onderlinge Verzekeringmaatschappijen in Nederland (FOV) stoelt op weloverwogen keuzes. Nog niet zo lang geleden heeft de FOV een onderzoek laten houden naar de meest wenselijke wijze van profilering van de organisatie. Uiteindelijk werd door het bestuur als conclusie getrokken dat doorgaan op de ingeslagen wegen de beste optie lijkt.
Ver weg van de permanente herrie van de verkeersader A12 huist in Bunnik het secretariaat van de FOV. Op de eerste verdieping van gebouw Rhijnhaeghe zetelen directeur mr. Chris van Toor en vier medewerkers. Het is er vorig jaar een tijdje drukker geweest. Van Toor licht toe: “Wij hebben hier gedurende vijf maanden twee HEAO-stagiairs op het secretariaat gehad. Die hebben een marktonderzoek gehouden en daar is een dik rapport uit voortgevloeid. Voor de goede orde zeg ik erbij dat het om een steekproef ging, het is dus geen wetenschappelijk rapport. Maar als algemene conclusie kwam uit dat onderzoek dat de onderlingen door de bank genomen 10 tot 20% goedkoper zijn. Het is natuurlijk mooi om een bevestiging te krijgen van wat je weet of altijd al vermoedde, maar wat moet je vervolgens met zo’n rapport gaan doen? Als je dat premievoordeel heel breed gaat uitdragen, dan komen er heel wat mensen alleen om de prijs naar je toe. Dan krijg je misschien klanten die je helemaal niet wilt hebben.”
Verder hebben de HEAO’ers ook gekeken naar aspecten als service, preventie, snelheid van schadebehandeling en -uitkering, afhandeling van klachten en coulance. Van Toor: “Over het algemeen staan onderlingen dichter bij de klant dan andere verzekeraars, maar daarbij moet wel worden aangetekend dat niet-onderlingen overwegend samenwerken met het intermediair. En daarbij worden diverse taken van de verzekeraar door het intermediair vervuld. Maar het maakt natuurlijk uit of je met de verzekeraar zelf of met een tussenpersoon te maken hebt.”
Basis
De basis voor de FOV is in het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog gelegd. Als gevolg van de bezetting van ons land door de Duitsers viel in 1940 voor de onderlinge brandverzekeraars de Engelse herverzekeringsmarkt weg. Om dit probleem te ondervangen, werd de Federatie van Onderlinge Brandwaarborgmaatschappijen (FOB) opgericht. Ofschoon de FOB in 1942 op last van de bezetter werd ontbonden, werden de activiteiten officieus voortgezet om te helpen voorkomen dat het de onderlingen onmogelijk zou worden om voort te bestaan. In de na-oorlogse jaren maakte het onderlinge verzekeringsbedrijf een enorme groei in de breedte door. In verband hiermee werd enkele jaren na de oorlog een permanent FOB-secretariaat ingesteld en groeide de organisatie uit tot de huidige FOV.
De FOV is nu rijk geschakeerd, zeker ook qua grootte van de leden. Naast de vele tientallen kleine plaatselijke en regionale onderlingen omvat de FOV grote concerns met onderlingen-bloed in de aderen, zoals Univé, Interpolis en Achmea. In totaal zijn het er momenteel 143 leden.
Hebben alle leden één stem?
Van Toor: “Neen, dat varieert van één tot vijf stemmen. Het aantal stemmen is gekoppeld aan de omvang van de premieomzet. We hebben in het bestuur wel heel bewust de weerspiegeling van groot en klein door elkaar. Daar wordt bij vacatures goed rekening mee gehouden. Datzelfde geldt voor een mix van directeuren en bestuurders. En dat gebeurt ook heel bewust. Onze voorzitter, Toon Bullens, zegt wel eens: bestuurders doen goede dingen en directeuren doen dingen goed. En daar ben ik het mee eens.”
Met name voor kleine en middelgrote onderlingen fungeert de FOV als het gezicht bij bijvoorbeeld Financiën, de Belastingdienst, de AFM, de PVK en het Verbond van Verzekeraars. “Voor die leden kunnen wij het mogelijk maken om mee te kunnen in de markt: mee in de Millenniumpool, mee in het Klachteninstituut Verzekeringen, mee in de Nationale Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorisme en bijvoorbeeld een gezamenlijke aansluiting bij de Stichting Gidi.”
Vergeten in WFD
Het nut van de belangenbehartiging is volgens Van Toor recentelijk weer eens gebleken in de consultatieronde ten aanzien van het ontwerp van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD). Verzekeraars krijgen straks onder de WFD een ‘vergunning van rechtswege’: heb je een WTV-vergunning dan heb je automatisch een vergunning voor de WFD. “Maar er zijn tal van kleinere maatschappijen die geen WTV-vergunning hebben, de zogeheten vrijgestelde onderlingen. Die zouden dan dus buiten de boot vallen. Maar bij toetsing voor de WFD worden dezelfde aspecten gewogen als bij vrijstelling voor de WTV: deskundigheid, betrouwbaar en bedrijfsinrichting. Het is dus niet nodig om dit twee keer te meten. Er is contact met Financiën over geweest. Men had er niet bij stilgestaan en het zal nu alsnog worden toegevoegd. Dit is beter vooraf te regelen dan via reparatiewetgeving. En het onderstreept voor onze leden weer eens het nut van de FOV.”
In de afgelopen vijf jaar is het ledenbestand van de FOV teruggelopen van ongeveer 190 tot 143 leden. “Die teruggang is vrijwel volledig te verklaren door fusies. Onderlingen zijn groter geworden en meer geprofessionaliseerd. De modale onderlinge van nu is anders dan die van een jaar of tien geleden. Daarmee is de functie van de directie ook zwaarder geworden en mede daardoor treden de directies meer op de voorgrond. Er zijn zelfs gevallen waarin de directie het bestuur is geworden en waarbij het voormalige bestuur meer de rol van een soort raad van commissarissen gaat vervullen.”
Wat is de positie van de FOV ten opzichte van het Verbond van Verzekeraars?
“Je hebt in verzekeringsland drie koepels: het Verbond van Verzekeraars, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de FOV. In het geval van ZN gaat het feitelijk om een combinatie van verzekeraars en van ziekenfondsen. Het gemeenschappelijke is dat beide typen organisaties met ziektekosten bezig zijn. Sinds 1925 hadden de onderlingen ook een eigen ziektekostenkoepel, de FOZ, maar die is enkele jaren geleden opgeheven vanwege het goede functioneren van ZN. De FOV en het Verbond kennen verschillende achterbannen. Bij de FOV zijn bijvoorbeeld tal van maatschappijen aangesloten die geen lid zijn van het Verbond van Verzekeraars.”
Voor pure brandonderlingen is het niet aantrekkelijk om bij het Verbond te zijn aangesloten. “Maatschappijen die bij het Verbond zijn aangesloten, dienen zich aan alle bedrijfsregelingen te conformeren, zoals bijvoorbeeld de brandregresregeling. De algemene verzekeraars zien bij brandschade af van het nemen van regres op de aansprakelijkheidsverzekeraar van de eventuele aansprakelijke partij. Dat is voor hen praktisch voordelig, want het voorkomt veel onderlinge transacties. Maar zo’n regeling is vanzelfsprekend in het nadeel van pure brandverzekeraars.”
Leden van het Verbond zijn over het algemeen de wat grotere maatschappijen, de FOV heeft tal van kleine maatschappijen als lid. Die vragen van hun vereniging een heel ander soort ondersteuning dan de leden van het Verbond. “Veel van onze leden hebben bijvoorbeeld geen stafdelingen voor Personeel & Organisatie en voor Juridische Zaken. Dus als zij vragen op die terreinen hebben, komen ze bij ons in Bunnik terecht.” “Wij hebben qua cultuur echt een andere achterban dan het Verbond. Dat was nog eens goed zichtbaar bij de viering ons 60-jarig bestaan. Er waren in Nijkerk vijfhonderd mensen bij elkaar, voornamelijk directieleden en bestuursleden van onderlingen, die met hun echtgenoten waren uitgenodigd. De vertegenwoordiger van het Verbond van Verzekeraars keek zijn ogen uit. Hij merkte op, dat bij Verbondsbijeenkomsten de kleding van de mannen vooral blauw-grijs is en dat bij de onderlingen vooral meer gevarieerde combinatiekleding te zien is. Bij het Verbond gaat men ‘ter receptie’ en hier hebben we een ‘feestje’ van de FOV. Wat een verschil!”
“Ik kom in beide werelden veel over de vloer en ik zie dat verschil duidelijk. Het is bij het Verbond toch veel meer het overbruggen van concurrentieposities, terwijl er hier meer vanuit de gezamenlijkheid wordt gedacht. Het is gevoelsmatig een groot verschil. Je zou de ene noch de andere achterban een dienst bewijzen door met elkaar te fuseren. Men zou zich niet thuis voelen bij de ander. Er is overigens wel een goede samenwerking met het Verbond, zoals in het kader van de consultatie over het ontwerp van de WFD. Wat hebben jullie en wat kunnen wij er nog aan toevoegen?, is dan de vraag. Dit alles om te voorkomen dat we dubbel werk doen.”
Rundveeproblematiek
Van Toor beschouwt de FOV vooral als een platform voor gelijkgestemde verzekeraars. “Dat uit zich met name in de agrarische sector. Die verzekeraars zitten hier regelmatig bij elkaar. Zo werd er twee jaar geleden een onderwerp hier op tafel gedropt: jongens we zitten allemaal met rundveeverzekering. Daar lijden we allemaal verlies op. We zien verzwaring van bestaande risico’s en er steken nieuwe risico’s de kop op. Wat is er nou eigenlijk aan de hand binnen die rundveesector? Wat voor ziektes zijn er? Wat voor nieuwe kun je in kaart brengen? Hoe vaak doet een uitbraak zich voor? Wat voor schade wordt daarbij geleden? Wat zou de maximale schade kunnen zijn? Wat is de gemiddelde schade? En als je dat dan allemaal weet, kun je bekijken of dat op een of andere manier verzekerbaar is.”
Het onderzoek, dat wordt uitgevoerd door het Wageningse instituut Irma, is nagenoeg klaar. Er komen interessante dingen uit naar voren. Hoewel het rapport nog moet worden gepresenteerd, wil Van Toor één conclusie wel alvast kwijt. “Geconcludeerd is dat gevolgschade van de ziekte MKZ op zich prima verzekerbaar is.”
Europees statuut
Op internationale schaal is de FOV aangesloten bij de Aisam, een wereldwijde organisatie van onderlinge verzekeraars. Binnen de Aisam is lange tijd gediscussieerd om te komen tot een statuut voor ‘Europese onderlingen’. Immers voor NV’s en coöperaties is er inmiddels een Europees statuut gekomen, waardoor er dus Europese NV’s en Europese coöperaties actief kunnen zijn. “Echter we kunnen het maar niet eens worden”, zegt Van Toor een beetje mismoedig. “Breekpunt is de kwestie: wat moet er gebeuren met het vermogen van een Europese onderlinge als deze op enig moment zou liquideren? ‘Dat moet dan terug naar de leden’, zeggen wij. ‘Neen’, zegt Frankrijk, ‘dat geld moet dan naar een andere Europese onderlinge of naar een organisatie die actief is op het terrein van het onderlinge verzekeren’. En waarom? Het is in wezen een techniek om je te beschermen tegen ongewenste liquidatie. Het is in het buitenland inderdaad een paar keer voorgekomen dat mensen lid werden van een onderlinge met uitsluitend als doel om op liquidatie aan te sturen en te profiteren van de uitdeling van het vermogen. Er zijn volgens ons en vrijwel alle andere leden van de Aisam diverse technieken om dit specifieke risico te voorkomen. Je zou bijvoorbeeld in de statuten kunnen opnemen dat een bepaald gedeelte van de verzekerden voorstander van liquidatie moet zijn en bijvoorbeeld ook dat je een aantal jaren lid moet zijn om over zo’n kwestie te mogen meestemmen. Maar de Fransen hebben er absoluut geen vertrouwen in.”
Is dat belemmerend?
“Tja, als je nu als onderlinge zou willen ‘opschalen’ naar Europees niveau is de enige mogelijkheid om te kiezen voor de NV-structuur. Als je als ‘Europese onderlinge’ zou kunnen opschalen, heeft dat vanzelfsprekend de voorkeur, omdat je dan herkenbaar een onderlinge kunt blijven. Maar beter geen regeling, dan een regeling die niet bevalt.”
Aansprakelijkheid
Vijf jaar geleden is er op initiatief van de FOV en in coproductie met Univé en Centraal Beheer een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering ontwikkeld voor FOV- en Univé-leden. Dit initiatief is door 76% van de leden positief gewaardeerd. Niet minder dan 63% van de leden wenst ook een beroepsaansprakelijkheidsverzekering uit eigen kring. Immers de meeste lokale onderlingen zijn tevens intermediair. “Wij willen ook die verzekering op onderlinge basis inrichten, dus met de beste condities tegen de laagste prijs. En dat is echt een groot voordeel. Er zijn leden die louter op grond van de premie van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering hun FOV-contributie terugverdienen. Anders gezegd: het verschil tussen de ‘marktpremie’ en de ‘onderlingen-premie’ is meer dan de contributie die ze aan de FOV betalen. Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering van eigen signatuur is overigens nog in ontwikkeling.”
Niet-georganiseerden Er zijn in Nederland 350 onderlingen, waarvan er zo’n tweehonderd niet-georganiseerd zijn. Dat zijn over het algemeen zeer kleine onderlingen. “Wij richten ons vooral op de bestaande leden. We gaan ons nog wel eens in beeld brengen bij de niet-georganiseerde onderlingen. Maar we zijn niet zozeer op acquisitiepad.”
Worden er wel eens kandidaat-leden geweigerd?
“Er is inderdaad niet zo lang geleden een onderlinge buiten de deur gehouden. Dat was een zogeheten ‘onderlinge op aandelen’. En die aandelen waren in handen van twee mensen. Er was dus geen duidelijke zeggenschap voor de leden. Royementen? Die zijn niet voorgekomen in de periode dat ik hier zit en ik heb ook niet gehoord dat dit ooit eerder gebeurd zou zijn.”
De FOV wordt volgens Van Toor “met een zekere regelmaat” met verzoeken om informatie benaderd door personen of organisaties die van plan zijn een onderlinge op te richten. “Wij kunnen ze dan voorzien van modelstatuten, een stappenplan en een aanvraagformulier voor de PVK. Wij helpen de mensen graag op weg.” Deze gidsfunctie geldt niet alleen ten aanzien van ons eigen land, want op verzoek van de organisatie voor ontwikkelingshulp Novib worden onder de paraplu van de FOV modellen ontwikkeld voor op te richten lokale onderlingen in arme landen.
“Buiten de verzekeringsbranche zijn we nauwelijks bekend”, besluit Van Toor. “En dat is een bewust beleid, dat is afgestemd met het Verbond van Verzekeraars. Alles wat met public affairs en public relations te maken heeft, ligt primair bij het Verbond. Of er moet iets specifieks zijn betreffende onderlingen. Die afspraak is gemaakt en dat loopt goed. Daardoor bereiken wij het grote publiek echter niet of nauwelijks.”
Chris van Toor: “Wij hebben qua cultuur een heel andere achterban dan het Verbond van Verzekeraars”.
Chris van Toor (45) is sinds 1 januari 1997 directeur van de FOV. Eerst was hij gedurende dertien jaar politieman in Wijk bij Duurstede. In het laatste deel van die periode volgde Van Toor in de avonduren een studie rechten; richting strafrecht, omdat hij de ambitie had om tot de rechterlijke macht toe te treden. “Toen ik mijn bul eenmaal had, was ik echter te oud voor de opleiding. En toen kon ik er alleen nog maar terecht via de praktijk.” Zodoende trad Van Toor in 1990 bij rechtsbijstandverzekeraar Arag in dienst als rechtshulpverlener. Tegen de tijd dat hij voldoende praktijkervaring had opgebouwd om de stap naar de rechterlijke macht te gaan zetten, zag hij in de loop van 1996 de vacature van directeur van de FOV. “Toen ik die advertentie zag staan, dacht ik: dat is mijn baan.” En dat is gebleken.

Reageer op dit artikel