nieuws

De Witten neemt geen blad voor de mond

Archief

Het is voor mij onbegrijpelijk dat er binnen de verzekeringsbranche zo weinig nieuwe producten ontstaan. Met ‘nieuw’ bedoel ik ook echt nieuw en niet zoals zo vaak gebeurt een andere naam aan een gelijksoortig product. Het meest spraakmakende bijvoorbeeld in de levenbranche was wel de ontwikkeling van de man-vrouwpolis. Vele varianten werden gecreëerd, maar waren eigenlijk in de basis gelijk.

Ikzelf mag mij gelukkig prijzen dat ik werkzaam was binnen een organisatie (Unigarant) waar nog op basis van goede ideeën en een praktijktest veel mogelijk was. Op die wijze zijn enkele totaal nieuwe producten mede door mij in de markt gezet, waarvan het Vervangend Vervoer de meest bekende is. Het ontstaan van dit product in 1983 ging met wat ups en downs.
De oorsprong van dit product was de vergoeding van de kosten voor de terugreis op basis van de reisverzekering als de eigen auto uitviel door schade of pech. Deze vergoeding gold voor de kosten op basis van openbaar vervoer. In sommige gevallen was het echter goedkoper om een heel gezin een huurauto aan te bieden dan ze in trein en bus te stoppen met al hun bagage. U kunt zich voorstellen dat verzekerden meer tevreden waren met een auto dan met openbaar vervoer. Op die manier ontstond het idee om een uitbreiding van de dekking te maken en in alle gevallen een huurauto aan te bieden.
Het eerste probleem was hoe je aan gegevens kwam om de risicopremie te bereken. De ANWB, onze ‘moeder’, wist wel dat zij op jaarbasis zo’n 4.500 auto’s terugbracht in die tijd, maar of men op de heen- of terugreis was, was een onbekende factor. Ook de duur van de autovakantie was niet specifiek bekend. In overleg met de verzekeraar (Unigarant was in die tijd alleen gevolmachtigde) werd een premie vastgesteld waarbij ervan werd uitgegaan dat 50% op de heenreis was en 50% op de terugreis. Op grond daarvan werd een premie van ( 6,50 (# 2,95) per reisverzekering/gezelschap berekend zonder rekening te houden met het aantal dagen.
Oh, wat een ellende gaf dat het eerste jaar. Want alle geleerden die het product en de polisvoorwaarden hadden gemaakt, hadden niet stil gestaan bij het feit dat half Nederland een trekhaak achter de auto heeft en deze juist in de vakantie gebruikt. Er was geen verhuurmaatschappij die auto’s met trekhaak aanbood, zeker niet in het buitenland. Dus tijdens het seizoen moesten we als een gek tweedehands auto’s met trekhaak inhuren bij garagebedrijven. Omdat het formaat van de auto niet belangrijk was, gaf je dus iemand die met een Opel Kadett op vakantie ging en strandde, een Mercedes 280 met trekhaak als vervangende auto. Over de klachten van benzineverbruik dan maar te zwijgen.
Ook stond er in de voorwaarden dat men een gelijkwaardige auto kreeg en dat nam een advocaat uit Den Haag wel erg letterlijk toen zijn Volkswagen GTI kapotging. In Duitsland konden wij zo’n auto huren en ging het woord ‘gelijkwaardig’ snel uit de voorwaarden.
Door schade en schande, maar vooral door veel improviseren en de medewerking van de verzekeraar ontstond er binnen twee jaar een goed product dat vele miljoenen omzet bracht met een goed resultaat.
Een paar waar gebeurde verhalen. Verzekerden die voor enige maanden naar hun thuisland Marokko op vakantie gingen, hadden de dekking snel door. Ze parkeerden hun bejaarde Ford Transit of Volkswagen net over de grens en vroegen om vervangend vervoer en gingen met een nieuwe 9-persoonsbus op reis. Toen de term middenklasser als maximum in de polis kwam, was deze vorm van misbruik over.
Het mooiste voorbeeld van verkeerde inschatting was wel de inzet van een Golf Diesel aan iemand die naar Turkije moest. De inzet van de vervangende auto geschiedde na een verkeersongeval in Nederland, dus daarover geen enkele twijfel. De auto zou na vier weken weer ingeleverd worden bij een uitgiftepunt in de buurt van zijn woonplaats Schiedam. De auto werd niet ingeleverd en ook de verzekerde was niet meer te vinden. Vele naspeuringen via de oud-werkgever en de expertisebureaus in het betreffende land brachten geen opheldering, dus werd de auto aan het eind van het jaar maar als verloren beschouwd en afgeboekt.
Wat schetst onze verbazing, toen na 2,5 jaar opeens een man aan de balie staat om sleutels af te geven en in gebrekkig Nederlands zegt: “Auto terug….beetje later…..ziek geweest”. We hebben de man daarna nooit meer gesproken of gezien.
Bovenstaand verhaal geeft in het kort weer hoe het verzekeringsproduct ‘Vervangend Vervoer’ is ontstaan. Zonder uitgebreide statistieken en computeruitdraaien. Een mooie tijd waar ik met genoegen aan terugdenk. Meer praktijktesten zou mogelijk tot meer creativiteit leiden. Zoals een van mijn marketingdocenten het omschreef: ‘Met een goed boerenverstand en een beetje inzicht kun je ook markten creëren’.
Wim de Witte

Reageer op dit artikel