Home › nr. 04 › Toetsing van polisvoorwaarden vooraf wettelijk niet toegestaan
26-02-2010 • AM, jaargang 2010, nummer 04 • 0 reacties
Europese regels verbieden interne 'PAP'-test
Vooraf intern toetsen of verzekeringsproducten aan de regels voldoen heeft geen kans, zegt voormalig hoogleraar Verzekeringsrecht Gerard Kamphuisen. De Europese regelgeving staat het niet toe.
Hij reageert op de stelling van AFM-bestuurder Theodor Kockelkoren (zie AM 3, pag. 13) dat aanbieders hun producten vooraf zouden moeten toetsen. Kockelkoren wil ze daartoe wettelijk gaan verplichten. "Dat kan niet", zegt Kamphuisen. Hij verwijst naar richtlijn 92/49/EEG uit 1992, die handelt over schadeverzekeringen, "De Lid-Staten stellen geen bepalingen vast waarin de voorafgaande goedkeuring of de systematische mededeling wordt geëist van de algemene en de bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolissen ( ...)", valt daarin te lezen. Eenzelfde passage staat in de toelichting op de richtlijn voor levensverzekeringen: "Stelsels van voorafgaande goedkeuring van de verzekeringsvoorwaarden lijken ( ...) niet gerechtvaardigd."
PAP
Ook een zogeheten interne PAP-toets door de verzekeraar zelf kan niet door de Europese wetgevingsbeugel, meent Kamphuisen. "Er zijn dan twee mogelijkheden: ofwel aan de AFM moet door middel van de uitkomsten van die test worden aangetoond dat het product aan de eisen voldoet, ofwel de verzekeraar hoeft allen maar aan te tonen dat de test is uitgevoerd. Die eerste mogelijkheid lijkt zo verdacht veel op het in bovengenoemde richtlijnen verboden toezicht vooraf, dat het goede kans maakt de rechterlijke toets niet te doorstaan."
Bij de tweede mogelijkheid, waarbij de onder AFM-toezicht staande verzekeraars (alleen maar) moeten aantonen dat de voorgeschreven PAP-test is uitgevoerd, komt de marktwerking in het geding, meent Kamphuisen. Er zijn op de Nederlandse markt - in termen van internationale regelgeving - drie soorten verzekeraars actief: Nederlandse, Europese en verzekeraars met een hoofdzetel buiten de EU. Die laatste moeten een hoofdvestigingsplaats in de lidstaat kiezen en worden daarmee ook voor wat betreft het toezicht in die staat gevestigd. Voor de verzekeraars oorspronkelijk gevestigd in een EU-staat en ook die van buiten de EU geldt, dat zij onder toezicht staan van de toezichthouder in de staat van vestiging van de hoofdzetel (in Europa).
Met de toezichthouders van elders in de EU (ook als ze op die deelmarkt zaken doen) hebben ze weinig te maken (hetzelfde geldt in de bancaire sector: zie Icesave). Voorzover wij in Nederland iets zouden kunnen verzinnen om de Nederlandse verzekeraars op dit punt iets op te leggen, zal iedere verzekeraar vallende onder het toezicht van een andere lidstaat, zich daar niets aan gelegen hoeven te laten liggen. Daarmee ontstaat ongelijkheid tussen de in Nederland en elders in Europa gevestigde verzekeraars. En dáár hoeven die Nederlanders dan weer geen genoegen mee te nemen: op die manier wordt de marktwerking verstoord."
De enige opening lijkt volgens Kamphuisen nog artikel 33 van de Levenrichtlijn uit 2002 te bieden: "Alleen als het algemeen belang van de lidstaat in het geding is, kan de verzekeringnemer belet worden om een zaak te doen met een verzekeraar, wanneer die eenmaal in enige lidstaat een vergunning heeft verkregen om in de EU verzekeringen te sluiten. Kortom, het lijkt allemaal een proefballonnetje waaraan de stijgkracht ontbreekt."
Meest gelezen deze week
Snelzoeken vacatures
AM congres 2010
Om de veranderende verhoudingen en nieuwe businessmodellen van verzekeraars en intermediair te belichten, houdt AssurantieMagazine op 6 april 2010 zijn vijfde congres, met boeiende plenaire sessies, werkcolleges en een informatiemarkt. Dit congres heeft de veelzeggende titel:
‘Wie bepaalt? Wie betaalt?
De nieuwe verhoudingen binnen de verzekeringsbedrijfstak’.
Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl