Home › nr. 19 › Intermediair mag voorgeschoten levenpremie niet terugvorderen
17-10-2008 • AM, jaargang 2008, nummer 19 • 0 reacties
Een polishouder die premies voor een levensverzekering niet mer betaalt, krijgt zonder zijn medeweten hulp van zijn assurantiekantoor. Die schiet de premies voor, maar legt de klant een paar jaar later natuurlijk wel een pittige rekening voor. Volgens de Raad van Toezicht Verzekeringen heeft de tussenpersoon zijn zorgplicht hierdoor niet correct vervuld.
De man sluit in 1997 een levens-verzekering en vult op het aan-vraagformulier in dat de premie-betalingen via de tussenpersoon verlopen. Een paar jaar laat zijn financiële situatie het niet toe de premie te betalen. Hij verzuimt over de jaren 2001, 2002 en 2004 t/m 2006. Volgens de man heeft "de tussenpersoon de verzekering destijds ook zo verkocht dat er geen betalingsverplichting gold".
 Hij is dan ook zeer verbaasd als de tussenpersoon hem in 2006 meedeelt dat er nog een bedrag van _ 12.216 aan achterstallige premie openstaat. De man beweert dat hij de tussenpersoon nooit opdracht heeft gegeven de premies voor te schieten. Bovendien heeft hij in 2002 verzocht om de polis per 1 februari van dat jaar premievrij te maken. Volgens hem heeft de tussenpersoon zijn administratie niet op orde en daardoor zijn zorgplicht geschonden. Om die reden dient hij een klacht in bij de Raad van Toezicht Verzekeringen.
Aanmaningen
De tussenpersoon stelt dat de premies door de verzekeraar in rekening zijn gebracht en in de rekening-courant met de verzekeraar zijn verrekend. Verder beweert hij dat hij de man in de loop der jaren meerdere keren heeft aangemaand de premie te betalen. Hierop kwam steeds geen reactie. De tussenpersoon heeft de verzekeraar daarom verzocht het incasso over te nemen.
 Vanwege de betalingsachterstand heeft de verzekeraar op grond van de algemene voorwaarden de verzekering premievrij gemaakt en de man op 20 april 2006 hiervan op de hoogte gesteld. Uit coulance heeft de verzekeraar de gehele jaarpremie van 1 februari 2006 tot 1 februari 2007 terugbetaald aan de tussenpersoon. De achterstallig premie bedraagt nu _ 12.216 (vier jaarpremies), te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten.
 Volgens de tussenpersoon heeft de man pas op 27 april 2006 ("kennelijk als reactie op de brief van de verzekeraar") schriftelijk verzocht om de polis premievrij te maken en niet in 2002 zoals hij beweert. "Het feit dat klager de premie voor het jaar 2003 wel heeft voldaan, is daar bovendien mee in strijd."
Wel voorschieten
De tussenpersoon legt voor de raad op bijna schoolse wijze uit dat klager wel degelijk opdracht heeft gegeven tot het voorschieten van de premie. "In het aanvraagformulier is klager met de verzekeraar overeengekomen dat de premiebetaling via de tussenpersoon zou plaatsvinden. Dat impliceert dat verzekeraar de premie bij de tussenpersoon in rekening brengt en dat de tussenpersoon deze vervolgens (per definitie dus iets later) aan klager doorbelast. Dit houdt feitelijk in dat de premie vrijwel altijd door de tussenpersoon wordt voorgeschoten. De verzekeraar berekent en verrekent zijn premie middels de rekening-courant verhouding die hij met zijn tussenpersonen heeft."
 De tussenpersoon brengt verder nog naar voren dat als er echt geen sprake is van incassorecht, er wel sprake is van "ongerechtvaardigde verrijking". Het in het kader van deze polis belegde kapitaal bestaat onder meer uit vier door de tussenpersoon voorgeschoten jaarpremies ad _ 3.054. Dit bedrag is uiteindelijk niet door klager aan de tussenpersoon afgedragen, terwijl hij als begunstigde van de polis wel het voordeel van de door de tussenpersoon voorgeschoten premies geniet."
Zorgplicht
De raad oordeelt dat er voor klager geen verplichting gold tot premiebetaling. "Ook jegens de tussenpersoon was klager niet verplicht tot het voldoen van premies. Het enkel aankruisen op het aanvraagformulier dat de premiebetaling via de tussenpersoon loopt, maakt dit niet anders."
 De tussenpersoon kon er volgens de raad dan ook niet zo maar vanuit gaan dat hij de premies kon terugstorten. "Daar komt nog bij dat de tussenpersoon [¼] in zijn verhouding tot de verzekeraar het recht had tot zes maanden na de vervaldatum de in rekening-courant gedebiteerde premie te doen storneren." De raad is van mening dat de tussenpersoon "zich onvoldoende heeft vergewist van de wensen van de klager". Volgens de raad "bracht de zorgplicht van de tussenpersoon mee dat hij, op het moment dat hem bleek dat de klant de premie niet aan hem vergoedde, had moeten nagaan of die nog wel de wens had de levensverzekering ongewijzigd voort te zetten, of dat hij bijvoorbeeld de voorkeur gaf aan premievrijmaking".
 Het eindoordeel luidt dat de tussenpersoon op dit punt zijn zorgplicht geschonden heeft. Omdat de raad over te weinig gegevens beschikt, worden aan de gegrondverklaring geen financiële consequenties verbonden. Dat de man in 2002 wel degelijk verzocht zou hebben de polis premievrij te maken, acht de raad niet voldoende bewezen. Dit gedeelte van de klacht wordt ongegrond verklaard.
Meest gelezen deze week
Snelzoeken vacatures
Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl