Kluwer Assurantie Magazine

Homenr. 20 › Rechtbank: kosten van lijfrente Interpolis zijn onredelijk hoog

Rechtbank: kosten van lijfrente Interpolis zijn onredelijk hoog

21-10-2005 Archief 0 reacties

De rechtbank Utrecht heeft de houder van een direct ingaande lijfrenteverzekering van Interpolis in het gelijk gesteld in zijn klacht tegen de ingehouden kosten. De rechtbank is het met de klager eens dat de vooraf niet glashelder benoemde kosten de redelijkheidstoets niet kunnen doorstaan.

Het gewraakte product is de Cumulent Koopsom, nog altijd deel uitmakend van het assortiment van Interpolis. De eiser is in dit geval een man die bij Nationale-Nederlanden een lijfrentekapitaal heeft opgebouwd en dat bedrag (_ 40.780) in maart 1998 stort op een Cumulent Koopsom. Op de expiratiedatum, maart 2004, is daarvan nog _ 27.821 over. Naast tegenvallende beleggingsresultaten vallen de ingehouden kosten de man zwaar tegen en hij eist teruggave van een deel daarvan.

Interpolis is van mening dat uit de polisvoorwaarden blijkt dat kosten verschuldigd zijn. De Rabo-verzekeraar stelt dat hij volgens de Regeling Informatieverstrekking aan Verzekeringnemer 1994 (Riav) geen verdere informatie behoefde te verstrekken. Voorts wordt aangevoerd dat expliciete vermelding van kosten tot klantverlies zou hebben geleid, aangezien andere verzekeraars dat destijds ook niet deden. De kosteninhouding is volgens Interpolis marktconform: 9% tegen niet zelden ver boven de 10% bij concurrenten.

Verantwoording

De kantonrechter in Amersfoort (rechtbank Utrecht) gaat in die redenering niet helemaal mee. Volgens hem "kan de omvang van de kosten niet zonder meer uit de offerte en polisvoorwaarden worden afgeleid". Daaraan koppelt de kantonrechter de conclusie dat de kosteninhouding in zo'n geval niet meer mag bedragen dan hetgeen in redelijkheid aan kosten is gemaakt.

Op last van de rechtbank geeft Interpolis vervolgens uitleg over de ingehouden kosten. Aan vaste kosten wordt 4,5% van de koopsom ingehouden. Dat percentage bestaat voor 3,0% uit aanvangskosten (verwerking gestorte koopsom, opmaak polis en contacten met klant en tussenpersoon) en voor 1,5% uit solvabiliteitskosten die gemoeid zijn met het aanhouden van voldoende vermogen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Verder zijn er variabele kosten: 0,85% maal de looptijd maal de koopsom. Daarvan is (maximaal) 0,7% provisie voor tussenpersoon Rabobank Woudenberg en Omstreken (in dit geval _ 1,713) en 0,15% voor beheerskosten.

Interpolis brengt al deze kosten bij aanvang van de verzekering in rekening, waardoor van de oorspronkelijke koopsom van _ 40.780 uiteindelijk _ 36.905 is gestort in het beleggingsfonds Robeco Hollands Bezit. Buiten de kosten (in totaal _ 3.568) is een premie van _ 306 ingehouden voor het verzekerde overlijdensrisico (110% van het actuele beleggingskapitaal).

Niet redelijk

De polishouder zegt pas na een waardeoverzicht in 1999 kennis te hebben genomen van de ingehouden kosten. Hij klaagde daar op dat moment al over en herhaalt dat nu de looptijd is verstreken. De man vindt de kosteninhouding niet in verhouding staan tot de geleverde prestaties. Volgens hem is de hele zaak in een telefoongesprek van nog geen kwartier beklonken, is louter om formele redenen nog een offerte uitgebracht en direct daarna een polis opgemaakt.

Beheerskosten maakt Interpolis volgens hem niet. Dat doet het tot hetzelfde concern behorende Robeco al en die houdt daarvoor provisie en bewaarloon in. Eén keer per jaar ontving hij, op aangeven van Robeco, een schriftelijke opgave van de omvang en waarde van de portefeuille en voorzover er contacten waren, verliepen die via Rabobank Woudenberg.

De rechter is het grotendeels met de polishouder eens. Hij vindt de kosten "bijzonder hoog" en oordeelt vervolgens dat "gezien de relatief beperkte omvang van de door Interpolis verrichte werkzaamheden het in rekening gebrachte bedrag aan kosten de toets der redelijkheid niet kan doorstaan." Volgens de kantonrechter "is met een bedrag van _ 750 ruimschoots aan het redelijkheidsvereiste tegemoet gekomen."

Geen beroep

De resterende kosteninhouding van _ 2.818 - "het geleden nadeel op zijn vermogen" -dient Interpolis terug te betalen aan de polishouder, opgehoogd met wettelijke rente vanaf maart 1998. Ook de proceskosten van _ 711 zijn voor rekening van de verzekeraar.

Interpolis heeft zich bij de uitspraak neergelegd en de schade vergoed. De maatschappij is niet bang dat een precedent is geschapen voor duizenden andere polishouders. "Wij gaan er vanuit dat dit een individueel geval is", zegt woordvoerder Ria Luichies. "Er zijn ons geen andere klanten bekend die hebben geprotesteerd tegen de kosten van dit product."

Zij benadrukt dat het om een polis uit 1998 gaat. "De informatievoorziening is sindsdien, enerzijds door wetgeving anderzijds vanuit Interpolis zelf, aanzienlijk verbeterd. Het probleem speelt nu niet meer." De kostenstructuur is nog altijd hetzelfde, erkent Interpolis. "Maar die kosten maken we ook werkelijk. De rechter is bijvoorbeeld volledig voorbijgegaan aan de provisie voor de tussenpersoon."

Snelzoeken vacatures

AM-inhoud

Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl