Home › nr. 20 › Over de WAO, reïntegratie en oplopende claims bij letselschade
21-10-2005 • Archief • 0 reacties
Door Johannes de Bruin
Van het aantal WAO-uitkeringsgerechtigden dat in het afgelopen jaar door het UWV is herkeurd, werden er 19.000 geconfronteerd met verlaging of beëindiging van de uitkering. Slechts circa 900 van hen (4,7%) vonden vervolgens werk. Letselschade-expert Johannes de Bruin vreest in de komende jaren schrijnende gevallen bij slachtoffers van letselschade die na een WAO-herkeuring in financiële moeilijkheden raken, omdat van de beoogde reïntegratie geen of nauwelijks resultaat mag worden verwacht. De Bruin voorziet (ver)harde standpunten van verzekeraars en uiteindelijk vele civiele procedures tot en met de Hoge Raad.
In feite kan de gehele herziening van de thans strengere WAO als een ordinaire bezuiningsoperatie van het kabinet-Balkenende worden omschreven. Als het cijfer van 4,7% gereïntegreerde personen representatief mag worden genoemd, hebben we dus op 1 juli 2007 een schrikbarend aantal van 290.665 personen die na een WAO-herkeuring vanuit een WW-situatie bij de Sociale Dienst mogen aankloppen. Dat laatste is niet geheel zeker want bij het aanvragen van een bijstandsuitkering geldt onverkort een vermogenstoets (spaarvermogen, eigen huis, inkomen partner etc.).
In de letselschadepraktijk zien we in groten getale cliënten door middel van een herkeuring uit de WAO kortstondig via de WW in de bijstand - of zelfs helemaal niet daarin - belanden. Aangezien het aan de verzekerde van de aansprakelijke verzekeraar te wijten is dat een slachtoffer uit het arbeidsproces is geraakt, ligt het op de weg van die verzekeraar het slachtoffer terug in de race, ofwel het arbeidsproces, te brengen. Reïntegratie is daarbij het toverwoord, maar zoals mijn vermoeden al door de praktijk en nu ook door het UWV wordt bevestigd, is het percentage geslaagde reïntegratiegevallen zo laag, dat men aan dit toverwoord slechts sprookjeswaarde kan toekennen. En wie gelooft er nog in sprookjes?
Prestatieland
Werkgevers staan niet te dringen om mensen met bijvoorbeeld rugklachten, whiplashklachten (hoofdpijn, nekpijn, concentratiestoornissen etc.) in dienst te nemen ingeval er een vacante functie voorhanden is. Het is nu eenmaal een hard en economisch feit dat 'gezonde' kandidaten de voorkeur hebben. Nederland is een prestatieland en daardoor is de arbeidsdruk ongekend hoog. Personen die vanuit een WAO-situatie op de arbeidsmarkt komen, hebben derhalve doorgaans een niet meer in te lopen (kennis)achterstand, voorzover ze überhaupt nog in staat zijn weer deel te nemen aan het arbeidsproces, ook al zouden ze dat graag willen.
Van het slachtoffer mag worden verwacht dat deze zich zoveel mogelijk bij een reïntegratiebemiddeling inzet, zodat de verzekeraar geen beroep kan doen op schending van de schadebeperkingsplicht ex art. 6: 101 BW. Overigens zij men voorzichtig met het inroepen van deze schending en men leze in dit verband het zeer inzichtelijke boek van mr. Keirse: schadebeperkingsplicht.
Langdurige schadevergoeding
Zolang het slachtoffer na een WAO-keuring nog niet aan het werk is en meewerkt aan reïntegratie zal zijn verlies van arbeidsvermogen door de aansprakelijkheidsverzekeraar volledig moeten worden vergoed. Indien het slachtoffer beland is in een situatie waarin hij via de WW in de bijstandsfase terecht komt, zal geen aanspraak op een bijstandsuitkering kunnen worden gemaakt nu elke betaling (voorschot) van de aansprakelijke verzekeraar terzake het maandelijks verlies van arbeidsvermogen in mindering wordt gebracht op de bijstandsuitkering (voorzover er al geen sprake is van vermogen hoe dan ook genaamd binnen de leefeenheid van het slachtoffer).
Het komt er dus op neer dat het slachtoffer dat in de situatie zonder ongeval een maandelijks arbeidsinkomen had van bijvoorbeeld _ 3.000, voor dit gehele bedrag de aansprakelijke verzekeraar na het ongeval en na WAO-herkeuring zal aanspreken totdat succesvolle reïntegratie is gerealiseerd. Dit kan jaren duren en feitelijk wordt hiermede een wijze van schaderegeling van jaar tot jaar geïntroduceerd in plaats van een afwikkeling ineens na weging van goede en kwade kansen. Overigens voorziet de wetgever in de wijze van schaderegeling hier al in gelet op het gestelde in artikel 6: 105 Burgerlijk Wetboek.
'Vette worsten'
Verzekeraars trachten nu uit alle macht belangenbehartigers ogenschijnlijk 'vette worsten' voor te hangen door uit eigen beweging met afkoopbedragen voor slachtoffers te komen. De professionele belangenbehartiger dient, wanneer een dergelijk verzekeraarsbod (op grond van een berekening?) wordt voorgelegd, zelf een actuariële berekening te maken en in elk geval de schade terzake verlies van arbeidsvermogen, inclusief zeer waarschijnlijk aanwezige pensioenschade (!) en inherent daaraan de belastingschade (!) goed te bezien, daarbij mogelijk uitgaande van het meest slechte scenario voor de verzekeraar en als spiegelbeeld het juiste scenario voor het slachtoffer.
Deze laatste heeft immers nog altijd recht op volledige vergoeding van geleden en nog te lijden schade, totdat een nieuw verdienvermogen op de arbeidsmarkt is gerealiseerd. Er kan dan nog steeds schade wegens verlies van arbeidsvermogen aanwezig zijn. Immers, het is maar de vraag of het nieuwe verdienvermogen overeenstemt met het verdienvermogen in de situatie zonder ongeval.
Praktijkvoorbeeld
Het wegvallen van de WAO-uitkering brengt met zich mee, dat het UWV niets meer te vorderen heeft van de aansprakelijke verzekeraar. Geen WAO-vordering meer en dit voordeel kan worden gereserveerd voor de letselschadeclaim van het slachtoffer. Afgesloten WAO-convenanten tussen het UWV en verzekeraars over WAO-vorderingen lijken daarbij hun langste tijd te hebben gehad.
Tot slot nog een praktijkvoorbeeld van een slachtoffer dat in de situatie na ongeval aan WAO-uitkering plus aanvullende uitkeringen van een verzekeraar (gekoppeld aan de inschaling van de WAO-klasse) totaal jaarlijks _ 60.000 ontvangt. Zijn salaris als general manager bedroeg in de situatie zonder ongeval het veelvoudige en verdere carrièrestijging lag voorhanden. Een actuariële berekening komt uit op een totale schade van (afgerond) _ 2.000.000. De verzekerde som bedraagt _ 2.245.000.
Als reïntegratie succesvol verloopt, wordt het nieuwe verdienvermogen van het slachtoffer in mindering gebracht op de WAO-uitkeringen en daaraan gelieerde aanvullingen. Mocht de nieuwe baan, na reïntegratie, voor het slachtoffer een salaris opleveren van _ 60.000 (!) dan blijft de schade, zoals actuarieel berekend, nog steeds staan op een bedrag van _ 2.000.000. Reïntegratie geslaagd, evenwel de schadevergoedingsverplichting van de aansprakelijke verzekeraar blijft onverkort in stand.
Nachtmerrie
Als de reïntegratiebemiddeling van de verzekeraar niet succesvol verloopt - en de cijfers van het UWV ondersteunen dit in hoge mate - kan daarnaast nog de situatie ontstaan dat het slachtoffer ook nog eens via een WAO-herkeuring zijn uitkering verliest. In de actuariële berekening dient dan het inkomen na ongeval met _ 60.000 te worden verlaagd. De totale schade, afhankelijk van de looptijd, overschrijdt waarschijnlijk de verzekerde som waarvoor de aansprakelijke verzekeraar kan worden aangesproken. Dan zal zich een nachtmerrie voor het slachtoffer gaan voordoen. Immers, waar kan hij het tekort ophalen? Bij diens aansprakelijke wederpartij? Heeft die wel vermogen? Komt die wederpartij in een levenslange schuldbetaling terecht? Wat heeft dat weer voor consequenties?
De professionele belangenbehartiger doet er goed aan namens het slachtoffer de verjaring jegens alle aan te spreken partijen tijdig te stuiten. Laat hij zulks na, dan zal naar alle waarschijnlijkheid zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar moeten worden ingeroepen.
Meest gelezen afgelopen week
Snelzoeken vacatures
Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl