Home › nr. 23 › Motie tegen kapitaal- verzekering voor kinderen
01-12-2000 • Archief • 0 reacties
Een Kamermeerderheid heeft zijn steun uitgesproken voor een motie waarin de fiscale faciliteit van een kapitaalverzekering voor kinderen in het nieuwe belastingstelsel wordt geschrapt.
De motie werd vorige week ingediend met instemming van de fracties van PvdA, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie. De stemming stond voor deze week op de rol; de uitkomst was bij afsluiten van dit nummer van AM nog niet bekend. "De kapitaalverzekering voor studiekosten is overbodig en past niet binnen het nieuwe stelsel", zo vindt de PvdA. "Gewoon sparen binnen box 3 is voldoende renderend, zeker met de vrijstellingen voor onder andere maatschappelijk beleggen."
Ook de fractie van GroenLinks was uitgesproken in zijn mening. "Het niet kunnen leggen van een harde koppeling tussen de uitkering uit de kapitaalverzekering en de bekostiging van een studie, moet ertoe leiden dat dan maar de gehele vrijstelling moet vervallen." Het schrappen van de faciliteit zou in budgettaire termen f 30 mln opleveren.Historie
In de oorspronkelijke belastingplannen was aanvankelijk geen enkele faciliteit voor studiekosten opgenomen. Op aandringen van het Verbond van Verzekeraars werd later de studieverzekering in de plannen gevoegd. De fiscale vrijstelling gold tot f 50.000, met de clausule dat dit geld voor de studie van kinderen zou worden aangewend. Het ministerie van Financiën kreeg - op advies van de Belastingdienst - al snel in de gaten dat controle op die studieclausule in de praktijk ondoenlijk zou zijn. Daarom werd de faciliteit - dit keer kapitaalverzekering voor kinderen getiteld - teruggeschroefd tot f 30.000 per kind, zonder verdere toetsing van de besteding van dat kapitaal.
Als de motie is/wordt aangenomen, verdwijnt ook deze faciliteit en is het nieuwe belastingstelsel op het gebied van kapitaalverzekeringen weer terug in z'n oude vorm. Het Verbond vindt de ontwikkeling "volstrekt onbegrijpelijk". Richting het ministerie van Financiën is "verbazing en ongerustheid" kenbaar gemaakt.Terugwentelingstermijn
Tijdens de politieke besprekingen over het belastingplan is verder nog de terugwentelingstermijn voor aftrek van lijfrentepremies aan de orde geweest. Eerder al verzocht de NBVA om die termijn - de periode vanaf 31 december van een bepaald jaar waarin premies nog met terugwerkende kracht kunnen worden afgetrokken van het inkomen in dat bepaalde jaar - tot achttien maanden te verlengen. Vanuit de Kamer kreeg staatssecretaris Bos de vraag de termijn (voor aftrek van premies bovenop de basisruimte van f 2.283) in elk geval van zes naar twaalf maanden op te rekken.
De Financiën-bewindsman voelde daar weinig voor. "Een terugwentelingsperiode van zes maanden is voldoende als de gegevens voor de vaststelling van een pensioentekort tijdig voor 1 juli van het volgende kalenderjaar door de pensioenuitvoerders worden aangeleverd. Het betreft een per saldo relatief eenvoudig gegeven, te weten het pensioengevend loon maal het opbouwpercentage of de op het kalenderjaar betrekking hebbende beschikbare premies. Ervan uitgaande dat wij in de overgangsfase met de pensioenuitvoerders tot goede afspraken over de uitvoering kunnen komen, zie ik geen aanleiding de terugwentelingsperiode structureel op twaalf maanden te stellen." Lijfrentepremies uit de basisvrijstelling (f 2.283) kunnen niet worden teruggewenteld op het voorgaande (fiscale) jaar. Bos' argumentatie: "Achterliggende gedachte is dat de basisaftrek voor een ieder bekend is en voor het gebruik van de basisaftrek geen aanvullende, van derden afkomstige, gegevens benodigd zijn. In dat geval is er geen aanleiding de indiening van de aangifte en daarna de vaststelling van de aanslagen op te schorten. Dit is de reden waarom de terugwenteling van de basisaftrek ongedaan is gemaakt."Meest gelezen afgelopen week
Snelzoeken vacatures
Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl