Kluwer Assurantie Magazine

Homenr. 23 › Beleggingsverzekeringen

Beleggingsverzekeringen

01-12-2000 Archief 0 reacties

Zolang aanbieders van beleggingsverzekeringen niet alle, maar dan ook alle, kosten moeten verwerken in hun weergave van fondsrendementen en daarbij behorende voorbeeldkapitalen, zullen consumenten én tussenpersonen de verschillende polissen niet met elkaar kunnen vergelijken. Dat is de belangrijkste conclusie van het onderzoek 'Marktverkenning Beleggingsverzekeringen'.

De onderzoekers van De Wildbaan Groep, actuarieel adviesbureau Tillinghast-TowersPerrin en onderzoeksbureau Nyfer (universiteit Nijenrode) oogstten bij de presentatie van hun rapport waardering van zowel verzekeraars als politiek. Tweede Kamerlid Hella Voûte (VVD), ontvanger van het eerste exemplaar van het onderzoeksrapport, verwoordde dat zo: "Dit is een rapport met grote potentie. De conclusies zijn politieke topprioriteit".

Ook het Verbond van Verzekeraars sprak zich ditmaal positief uit, over het richting verzekeraars toch kritische rapport. "De belangrijke algemene conclusies kunnen door het Verbond worden onderschreven." Wel wijst het Verbond erop "dat inzichtelijkheid van producten bij verzekeraars hoog in het vaandel staat", maar dat het belangrijk is "dat nu ook andere financiële dienstverleners haast maken met de inzichtelijkheid van hun producten". De verzekeraars vinden daarbij Voûte, lid van de Vaste Kamercommissie voor Financiën, aan hun zijde: "De conclusies van dit onderzoek gelden niet alleen voor verzekeraars maar ook voor bank- en beleggingsinstellingen".

Vergelijkingsrendement

Voor onderzoeker Ivo Valkenburg (De Wildbaan Groep) was het alweer de vierde marktverkenning van beleggingsverzekeringen. Hij constateert een grote vooruitgang in de voorlichting van verzekeraars. "Er is veel, heel veel verbeterd. In 1994 was het een jungle, nu kun je toch spreken van een aangelegd bos."

Ondanks de progressie staan nog lang niet alle bomen recht. Niet alleen weigerden 33 maatschappijen bij te dragen aan het onderzoek naar transparantie; bij de 29 wel behulpzame maatschappijen bleek de in offertes geleverde informatie in 24 gevallen niet compleet. "Maar goed, bij de meeste is er wel de intentie om de Code Rendement en Risico na te leven", ziet Valkenburg nog als lichtpunt. Dat die Code zijn beperkingen kent voor wat betreft vergelijkbaarheid van producten was al langer bekend. De marktverkenning van Wildbaan, Tillinghast en Nyfer maakt dat ondubbelzinnig duidelijk (zie tabel). De onderzoekers pleiten daarom voor het opnemen van twee productrendementen in offertes voor beleggingsverzekeringen. Eén, net als nu, op basis van het historische fondsrendement en één op basis van een bruto-vergelijkingsrendement. In dit laatste productrendement moeten alle kosten van de verzekeraar en de interne en externe vermogensbeheerders worden verwerkt. Het eerste rendement - het historische productrendement - moet de consument inzicht verschaffen in de prestaties van het fonds. Het tweede rendement moet hem duidelijk maken wat de invloed van kosten op het totale rendement is. Het Verbond van Verzekeraars heeft toegezegd de aanbeveling mee te zullen nemen in de evaluatie van de Code Rendement en Risico. In de huidige (interne) voorstellen van het Verbond voor de herziening van de Code is een puur bruto-vergelijkingsrendement (met aftrek van álle kosten) nog niet opgenomen. Naar aanleiding van de 'Marktverkenning Beleggingsverzekeringen' heeft het Verbond wel beloofd een verbetering aan te brengen in de voorschriften voor het gebruik van indexen bij de berekening van historische fondsrendementen. Die indexen, gebruikt door fondsen die nog geen twintig jaar oud zijn, moeten worden gecorrigeerd met beheerskosten; iets wat nu vrijwel nooit gebeurt.

Fonds in een fonds

Het bruto-vergelijkingsrendement is onder meer noodzakelijk omdat verzekeraars anders nog naar believen kunnen schuiven met hun kostenposten. Dat gebeurt momenteel met name bij fondsen die op hun beurt zelf weer beleggen in andere fondsen. De kosten van het fonds waarin de premies worden gestort worden dan wel vermeld, maar de kosten van het (beursgenoteerde) fonds waarin vervolgens wordt belegd niet.

Een sprekend voorbeeld van dergelijke constructies zijn de mixfondsen. Die vormen vaak een combinatie van een aandelen-, obligatie- en depositofonds van dezelfde verzekeraar. De maatschappij meldt in zo'n geval (bijvoorbeeld) 0,25% beheerskosten voor het mixfonds, maar 'vergeet' de beheerskosten van de achterliggende aandelen-, obligatie- en depositofondsen te melden. Los van het gebrek aan transparantie, zou de polishouder er verstandiger aan doen om zijn premies te verdelen over de drie aandelen-, obligatie- en depositofondsen en het mixfonds daarmee te omzeilen. In dit voorbeeld scheelt dat 0,25% aan kosten. Onduidelijkheid is er voorts nog over de overige kosten van een beleggingsfonds. Want naast de beheerskosten zijn er nog kosten mogelijk als bewaarloon, drukwerkkosten en accountantskosten. Die kostenposten kunnen afzonderlijk van de beheerskosten met het fondsvermogen en dus de unitkoers verrekend worden, zonder dat een klant daar enig inzicht in krijgt.

Technische nota

De onderzoekers doen de aanbeveling om interne (verzekeraars)fondsen op dezelfde manier te gaan behandelen als externe beleggingsfondsen en dus te laten vallen onder de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen (WTB). Die wet zou interne fondsen bijvoorbeeld verplichten tot het uitbrengen van een jaarverslag, waarin het beleggingsbeleid en de kosten moeten worden verantwoord.

Het Verbond van Verzekeraars staat niet te trappelen: "Dit is een onderwerp waar op termijn naar gekeken moet worden". Ook politicus Voûte ontvangt deze aanbeveling niet met gejuich. "We moeten oppassen de administratieve lasten voor verzekeraars niet te groot te maken." Voûte zou de transparantie in de vermogensbeheerkosten liever in de technische nota van elk fonds verwerkt zien. Daarvoor zullen die nota's wel eerst gestandaardiseerd moeten worden, zo weten de onderzoekers inmiddels uit ervaring. Want zowel de begrijpelijkheid als de beschikbaarheid van technische nota's - een verplichting volgens de Code Rendement en Risico - laat nog veel te wensen over.

Offertes

Ten slotte hebben de onderzoekers nog twee aanbevelingen voor de offertes van verzekeraars en het kernpuntendocument. "In combinatie met het kernpuntendocument moeten offertes op een eenduidige en voor de consument begrijpelijke manier alle essentiële uitgangspunten van de voorbeeldberekening bevatten; bijvoorbeeld de meest essentiële productkenmerken, investeringspercentages, kostenonttrekkingen, risicopremies en het waardeverloop", zo adviseert het rapport.

"Betere informatieverstrekking aan consument én intermediair is verder nodig in de vorm van een kernpuntendocument. Dat moet op één A4-tje komen, zodat het in één oogopslag te zien is", zo vindt Valkenburg. Hij krijgt hierin bijval van de verzekeraars, die in het kernpuntendocument een opvolger zien voor de momenteel gebruikte productleeswijzer. "Voorkomen moet worden dat dit een dusdanig uitgebreid document wordt, dat de consument het niet meer leest", aldus het Verbond. Naast de administratieve uitvoerbaarheid wijst het Verbond op het gelijktrekken van banken en beleggingsinstellingen met verzekeraars.

Ivo Valkenburg: "In 1994 was het een jungle, nu kun je spreken van een aangelegd bos".

Peiling

Niet slagen voor een PE-examen leidt direct tot intrekking van de (deel)vergunning. Is dat terecht?

Snelzoeken vacatures

AM-inhoud

Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl