Home › nr. 18 › Pensioenvoorlichting schiet tekort
26-09-1997 • Archief • 0 reacties
De meeste mensen weten niets van hun pensioen af. Van zo'n onderzoeksconclusie schrik ik nauwelijks. Pensioen is een ingewikkelde materie. Weliswaar is iedere burger zelf verantwoordelijk voor een goed pensioen, maar hij mag daarin niet aan zijn lot worden overgelaten. De overheid maar ook de werkgevers, zijn medeverantwoordelijk voor goede communicatie naar werknemers over hun pensioen. Uit eigen onderzoek van Frans & Partners blijkt dat werkgevers hier nog steeds te weinig aan doen.
Mensen weten niet wat hun financieel boven het hoofd hangt op hun 65e. Dat is gebleken uit een onderzoek van het bureau Interview (in opdracht van Geassocieerde Pers Diensten).
In een reactie op dit bericht zegt R. Janswijer, medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, dat de overheid voor een betere communicatie naar de burger moet zorgen. De onwetendheid vindt hij te groot en het gebrek aan eigen initiatief storend.
W. Zwanink, directeur van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, vindt dat verzekeraars en pensioenfondsen jaarlijks een opgave moeten verstrekken aan hun deelnemers, met een overzicht van wat zij aan pensioen hebben opgebouwd. De meeste verzekeraars en pensioenfondsen doen dat inmiddels. Probleem is echter dat die opgaven veelal onbegrijpelijk zijn en door de meeste mensen niet of nauwelijks worden gelezen. De werknemer weet dus nog steeds niet of hij een goed pensioen heeft.
Onbegrijpelijk
Uit een door onszelf gehouden onderzoek blijkt dat met name de werkgevers op communicatiegebied tekort schieten. De personeelsfunctionaris binnen de onderneming die verantwoordelijk is voor de pensioenzaken, is nauwelijks op de hoogte van de inhoud van de pensioenregeling van het bedrijf.
Qua pensioenkennis onderscheidt hij zich nauwelijks van de doorsnee-burger. Een personeelsfunctionaris kan dan ook veelal niet vertellen hoe de werknemer er financieel voorstaat bij pensionering of hoe de financiële situatie van hem en zijn gezin is bij arbeidsongeschiktheid of bij overlijden.
Het aanvullende pensioen is een belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde en werkgevers geven daar behoorlijk veel geld aan uit. Het is daarom onbegrijpelijk dat er niet of nauwelijks wordt geïnvesteerd in een goede communicatie over die arbeidsvoorwaarden. Arbeidsvoorwaarden worden beter gewaardeerd wanneer werknemers meer inzicht hebben in de kosten en de waarde ervan. Dit zou toch voor werkgevers een reden moeten zijn om hun communicatie te verbeteren. Nog los van het feit dat goede communicatie ook tot de morele verantwoordelijkheid van werkgevers behoort.
Een belangrijk hulpmiddel bij de communicatie van arbeidsvoorwaarden zijn zogenoemde Personal Benefits Statements. Dat zijn overzichten waarin exact vermeld staat hoeveel de arbeidsvoorwaarden kosten en welke rechten zijn of worden opgebouwd. Bij de meeste ondernemingen is zo'n Personal Benefits Statement niet ingeburgerd. Aan de kosten ervan kan het niet liggen. Bovendien zouden de werkgevers de geringe kosten moeten afwegen tegen het rendement, namelijk gemotiveerder en beter presterend personeel.
Initiatief
Met een terugtredende overheid en een behoudender wordende werkgever in het pensioenstelsel wordt het eigen initiatief van de individuele werknemer voor een goed pensioen steeds groter. Het is inderdaad storend dat dit initiatief niet goed wordt opgepakt.
Kijken we naar de afgelopen jaren, dan zijn het voornamelijk de hogere inkomens geweest die een stormloop hebben veroorzaakt op de koopsompolissen voor een lijfrente- of kapitaalverzekering. Daarbij is het nog zeer de vraag of dit eigen initiatief is ingegeven door de eigen verantwoordelijkheid voor een goed pensioen of door de hoge rendementbeloftes en de agressieve verkoopmethodes van de aanbieders van individuele pensioenen.
Het gebrek aan eigen initiatief kan de burger met een modaal inkomen nauwelijks worden verweten. Hij heeft geen inzicht in zijn eigen financiële situatie en wordt bovendien belaagd door opdringerige adviseurs en pensioenuitvoerders in de markt van financiële diensten. Zij zijn er niet op uit de consument inzicht te geven in zijn situatie en voor te lichten over oplossingen, maar dringen slechts hun eigen oplossing op. De consument is mondig genoeg om zich deze opdringerige aanbieders van het lijf te houden. Het resultaat is echter wel dat een besluit wordt uitgesteld, veelal totdat het te laat is.
Vijf vragen
Goede communicatie over pensioen is dus harde noodzaak. Maar wat houdt goede communicatie in? Naar mijn mening is het van belang dat een werknemer/consument inzicht krijgt in de volgende vijf vragen. Hoe ziet mijn financiële situatie (en/of die van mijn partner) eruit bij:
pensionering;arbeidsongeschiktheid;overlijden;ontslag;eerder stoppen met werken.Het pensioen (inclusief sociale voorzieningen en de privé getroffen voorzieningen) voorziet in deze vijf situaties in een inkomen. In goede communicatie wordt dit inkomen afgezet tegen de van toepassing zijnde norm. Zo kan de werknemer zelf zien of hij tekort komt of teveel heeft, respectievelijk of hij onder- of oververzekerd is. Op basis van dit inzicht kan hij veel beter een zelfstandige beslissing nemen over een eventuele aanvullende voorziening.
Goede communicatie over pensioen geeft ook aan in welke mate het pensioeninkomen afhankelijk is van de AOW. Is die afhankelijkheid groot, dan kan de werknemer/consument zelf de afweging maken of hij gezien de onzekere toekomst van de AOW zich extra wil verzekeren.
Persoonlijk gesprek
Een goed advies is gebaseerd op een persoonlijk gesprek. Zo'n gesprek is van belang omdat werknemers door de gestegen welvaart vaak over meerdere inkomensbronnen beschikken voor hun oude dag. Naast de AOW en het bedrijfspensioen bouwen veel werknemers kapitaal op in de vorm van een lijfrente of een eigen huis. In een persoonlijk gesprek wordt geïnventariseerd welke financiële behoeften er nu en straks zullen zijn en welke middelen iemand heeft om die behoeften te realiseren.
Werkgevers worden de laatste tijd veelvuldig benaderd door financiële adviseurs met het aanbod om persoonlijke financiële planning als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden aan hun werknemers te bieden. Zo'n aanbod is op zich een goede zaak. Alleen zal er duidelijkheid moeten zijn over de criteria waaraan een onafhankelijke financiële adviseur zal moeten voldoen.
De overheid of bijvoorbeeld een consumentenorganisatie, zoals de Consumentenbond, zou daarin een belangrijke rol kunnen spelen door financiële adviseurs op basis van hun onafhankelijkheid en deskundigheid te certificeren. Zo'n certificaat geeft de werknemer/consument de zekerheid dat hij werkelijk een goed advies heeft gekregen en nu een verantwoord besluit kan nemen om voor hemzelf een goed pensioen te regelen. Eigen initiatief moet bij een ingewikkelde materie als pensioen door de diverse betrokken partijen door middel van goede communicatie gestimuleerd worden.
Eric Frans is directeur van Frans & Partners Pensioenconsultants (Leeuwarden), mede-oprichter van het Instituut voor persoonlijke carrière en financiële planning (ICFP) en voorzitter van de Kring van Onafhankelijke Pensioenadviseurs (KOPA).
Meest gelezen deze week
Snelzoeken vacatures
Assurantiemagazine is een product van Kluwer - © www.amweb.nl