nieuws

Wie draait op voor rot fruit in een zeecontainer?

Schade 2120

Kisten met sinaasappelen die bij aankomst in de Rotterdamse haven beschimmeld zijn doordat het schip door weersomstandigheden langer onderweg was of doordat de koelinstallatie in de containers niet goed werkte. Is deze schade dan gedekt onder de transportverzekering? Naar deze en andere casussen deed jurist Harmke Brouwer promotieonderzoek. Zij pleit ervoor bij het bepalen van het causaal verband in transportverzekeringen zoveel mogelijk uit te gaan van de dominant cause.

Wie draait op voor rot fruit in een zeecontainer?

Sinaasappelen die rot aankomen, koffers die beschimmeld raken, een veewagon waaruit een os kan ontsnappen of zelfs een boorplatform dat op weg naar zijn bestemming door zwaar weer drie poten in de golven ziet verdwijnen. Zaken waarbij eigen gebrek een rol spelen komen regelmatig voor. Nog nooit waren ze echter specifiek in de context van het Nederlandse transportverzekeringsrecht onderzocht.

“Deze schades kunnen tot juridische problemen leiden”, vertelt Kifid-secretaris Harmke Brouwer. Onlangs promoveerde ze op dit thema aan de Universiteit van Amsterdam. Ze deed haar onderzoek aan het Amsterdam Centre for Insurance Studies. “Eigen gebrek is vaak uitgesloten van dekking bij transportverzekeringen. Maar soms is er discrepantie tussen vervoersrechtelijke verdragen en het verzekeringsrecht. Dan krijg je discussies of de vervoerder wel of niet aansprakelijk is en of iets wel of niet verzekerd is.”

Beschimmelde koffers

Brouwer onderscheidt in haar onderzoek drie vormen van eigen gebrek. Aan de goederen zelf, aan het vervoermiddel en aan de verpakking van de goederen, bijvoorbeeld de container op een schip. Ze onderzocht ook de rol van causaliteit en het onzekerheidsvereiste in het (transport)verzekeringsrecht.

Een bekend voorbeeld uit de jurisprudentie is de lading koffers die beschimmeld in de Rotterdamse haven aankomt. Brouwer: “Vragen die in zo’n geval spelen: zat er al schimmel op die koffers of waren ze zodanig vochtig dat je kon verwachten dat er schimmel zou ontstaan? Of was er misschien een van buiten komend onheil waardoor die koffers nat zijn geworden, onvoorziene weersomstandigheden waarbij water naar binnen is gekomen?”

Dekking verdelen

Een belangrijke vraag is volgens de jurist van welke causaliteitsleer in dergelijke gevallen uitgegaan moet worden. Bijvoorbeeld van het principe conditio sine qua non: de noodzakelijke voorwaarde zonder welke de schade niet was ontstaan. Of juist van de dominant cause-leer: de vraag welke gebeurtenis de schade rechtens relevant heeft veroorzaakt. “De conditio sine qua non staat buiten kijf. Als er geen vocht bij de koffers zou zijn gekomen, zou er sowieso geen schimmel zijn geweest. Ik zou uit willen gaan van de dominant cause-leer. Die leidt juridisch tot de beste oplossing en maakt het ook mogelijk om de schade proportioneel toe te rekenen.”

Dat laatste legt Brouwer graag uit aan de hand van een fictief voorbeeld van de kisten sinaasappelen die beschimmeld in de haven aankomen. “Van sinaasappelen weten we dat ze na een x-aantal weken gaan rotten. Als een schip door onvoorziene weersomstandigheden moet omvaren, later arriveert en bij aankomst rotte sinaasappelen in het ruim blijkt te hebben, kunnen we dat helemaal toeschrijven aan de storm die het schip moest omzeilen. Maar als tegelijkertijd de koelinstallatie van de containers gebrekkig was, is het rotten ook deels daaraan te wijten.”

Fiftyfifty

Brouwer pleit ervoor altijd in vervoerovereenkomsten vast te leggen wie verantwoordelijk is voor de eisen waaraan de container moet voldoen. “Als je in percentages kunt uitdrukken in welke mate de schade te wijten is aan de gebrekkige container en hoeveel voor rekening komt van het omvaren, kun je ook de dekking zo verdelen. Bijvoorbeeld: 70% gebrekkige koelinstallatie, vaak geen gedekt evenement, en 30% omvaren door storm, onvoorzien en dus vaak gedekt. Als het aandeel niet is toe te wijzen, maar er wel twee dominante oorzaken zijn, stel ik voor om de verantwoordelijkheid en dekking fiftyfifty te beschouwen.”

Boorplatform

In Engeland is dat anders dan in Nederland, vertelt Brouwer. Als een deel van de schade gevolg is van een niet-gedekt evenement en een deel van een gedekt evenement, rekent het Engelse recht alle schade toe aan het gedekte evenement. Een bekend voorbeeld is het vervoer van een boorplatform op een woeste zee. Het platform verloor onderweg naar zijn bestemming drie poten. Brouwer: “Dat was een eigen gebrek van een boorplatform, maar ook een onvoorzien gevaar van de wilde zee. Het Supreme Court overwoog dat alle schade gedekt was omdat die ook kon worden toegeschreven aan een van buiten komend onheil.”

In Nederland gebeurt dat (nog) niet en volgens de jurist is dat maar goed ook. “Als alle schade aan een gedekt evenement moet worden toegerekend, betekent dat veel grotere risico’s voor verzekeraars. Zij zullen minder aannemen en hogere premies gaan rekenen.”

Onzekerheidsvereiste

Een andere aanbeveling die Brouwer in haar proefschrift doet, is om zowel bij het aangaan als gedurende de looptijd van de verzekering vast te stellen of er wordt voldaan aan het onzekerheidsvereiste. Zo objectief mogelijk. “Vooraf kun je vaststellen dat sinaasappelen in goede staat zijn, maar met digitale technieken moet het ook mogelijk zijn ze tijdens het vervoer in de gaten te houden. Je krijgt zo minder discussies waarbij bewezen moet worden dat een verzekerde wist dat een evenement zich voor zou gaan doen. Door onzekerheid objectief vast te stellen, zorg je voor meer rechtszekerheid voor zowel verzekeraar als verzekeringnemer.”

Dit artikel verscheen eerder in am:magazine nummer 39.

Reageer op dit artikel