nieuws

Achmeacijfers: wat in schade wel lukt, is moeilijker in zorg

Schade 1099

Achmea heeft in 2017 een veel beter jaar gedraaid dan in 2016. Maar het zorgbedrijf is nog steeds verlieslatend. Volgens topman Willem van Duin is de ‘operatie schadebedrijf’ makkelijker dan die in zorg. “In schade zitten we volledig zelf aan het stuur.”

Achmeacijfers: wat in schade wel lukt, is moeilijker in zorg

Het verzekeringsconcern heeft het goed gedaan in 2017, dat was de kernboodschap voor de media, tijdens de persconferentie op de Achmeacampus in Zeist. En vooral schade & inkomen en pensioen & leven hebben daaraan bijgedragen. Volgens CFO Michel Lamie zijn de genomen maatregelen in schade effectief geweest. De premieomzet steeg dankzij premieverhogingen maar ook dankzij een groei van particuliere schadeverzekeringen via het directe kanaal. Ook werd er efficiënter gewerkt en bleven calamiteiten, zoals de hagelschade in 2016, uit. Het ‘closed book’ pensioenverzekeringsbedrijf werkt efficiënt en het nieuw opgericht Algemeen Pensioenfonds is met een beheerd vermogen van € 1,1 miljard de derde in de markt. Van Duin gaf wel toe dat het tempo waarmee werkgevers zich aansluiten bij het nieuwe pensioenvehikel minder hoog is dan de markt had aangenomen.

Einde premiesubsidie nabij

Met zorg gaat het een stuk minder goed. De solvabiliteit op dat onderdeel daalde naar 142 procent (in 2016 154 procent). Van Duin gaf aan dat het steeds een stukje inleveren op de solvabiliteit van het zorgbedrijf geen houdbare zaak is. “Dat vinden wij geen duurzame ontwikkeling, we kunnen daar niet onbeperkt mee doorgaan. Dat geldt niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de markt. Kijk, in theorie kan de solvabiliteit naar 100 procent zakken. Maar als er dan iets gebeurt, dan krijgt de klant met enorme schokken te maken. Dat willen we niet. Het einde van de premiesubsidie is nabij. We moeten echt een adequate premie in de markt zetten.”

‘Je ziet de bewegingen al’

In een door de overheid gereguleerde en een door de politiek op de voet gevolgde sector is dat volgens de topman niet eenvoudig. “De minister bepaalt de omvang van het basispakket.” Maar de verzekeraars bepalen toch de premie, was de vraag. Wie durft als eerste de premie te verhogen? “Je ziet eigenlijk die bewegingen al”, zei Van Duin. “Wij hebben dit jaar ook minder geld in de voorziening gestopt.” Hij doelde op de lagere voorziening die is opgenomen voor de niet-kostendekkende zorgpremie. Die bedraagt 108 miljoen euro tegen 426 miljoen euro in 2016. Op verzekeraars ligt veel druk om reserves in te zetten om de premie te drukken.

Als eerste schadepremies aangepast

Van Duin trok de parallel met premies in de automarkt, waar Achmea wel een premiestijging doorvoerde. “Ook daar is het structureel werken met een te lage premie niet houdbaar. Maar daar zitten we volledig zelf aan het stuur. We hebben als marktleider als eerste onze premies aangepast en kijken nu naar een combined ratio van 96 procent tegen 110 procent vorig jaar.” Naast premiestijgingen hebben ook aandacht voor preventie en kostenbeheersing daar een aandeel in, erkende Van Duin, evenals het uitblijven van calamiteiten. Hij verwees in dat kader naar de twee zware stormen in januari 2018 waarbij 60.000 Achmeaklanten werden getroffen. “Als dat veel vaker voorkomt, dan nemen we dat mee in onze langjarige gemiddelden en dan zul je dat vertaald zien in de premie. We kunnen veel, maar het beïnvloeden van het weer blijft lastig”, aldus de topman.

Reageer op dit artikel