nieuws

Kifid stelt verzekeraar in gelijk: ‘Adviseur mag 5 jaar beroep niet uitoefenen’

Schade 2493

De Geschillencommissie Kifid oordeelt dat BNP Paribas Cardif terecht een verzekeringsadviseur heeft laten opnemen in het EVR-register. De verzekeraar liet de man in het register opnemen na een fraude-onderzoek. Als gevolg van deze opname in het register wordt het voor de adviseur, die adviseerde in uitvaartverzekeringen, vijf jaar lang praktisch onmogelijk zijn beroep uit te oefenen.

Kifid stelt verzekeraar in gelijk: ‘Adviseur mag 5 jaar beroep niet uitoefenen’

BNP Paribas Cardif keurde de claim van de adviseur, die een verzekering had lopen tegen inkomensverlies bij onder meer werkloosheid, af omdat zijn ontslag binnen drie maanden na de ingangsdatum van de verzekering viel. De verzekeraar volhardde in dat standpunt ook nadat de werkgever van de adviseur, die de eerste beëindiging-overeenkomst op 13 november had gesteld, meldde zich te hebben vergist. De werkgever erkende de pijnlijke fout te willen herstellen door een aangepaste overeenkomst, met als datum beëindiging-overeenkomst 21 december, op te stellen. De adviseur stelt dat hij deze ‘in goed vertrouwen’ vervolgens heeft ondertekend en stelt dat hij niet met opzet de verzekeraar heeft geprobeerd te misleiden. BNP Paribas Cardif accepteert echter niet dat de onjuiste datum een vergissing was.

Rechter

De zaak komt bij de civiele rechter. Die oordeelt in het voordeel van BNP Paribas Cardif. Er is terecht geen uitkering verstrekt, zegt de rechter. Maar daarmee is de kous niet af. BNP Paribas Cardif laat de adviseur weten dat op grond van valsheid in geschrifte met het doel de verzekeraar te misleiden een registratie in het Extern Verwijzingsregister (EVR) zal volgen voor de duur van acht jaar. De adviseur vordert bij het Kifid doorhaling van de registratie in het EVR en het Incidentenregister en vergoeding van de kosten van de procedure.

Hard geraakt

De adviseur stelt dat hij door de registratie onevenredig hard wordt geraakt in zijn belangen. De registratie bemoeilijkt het vinden van een nieuwe baan en maakt het onmogelijk dat hij weer als verzekeringsadviseur werkzaam kan zijn. Integriteit is een kernwaarde in zijn vak en een registratie als fraudeur past daar niet bij. Hij stelt ook dat hij steeds heeft meegewerkt aan een oplossing in deze kwestie en openheid van zaken heeft gegeven. Het feit waarvan de verzekeraar hem beschuldigt, rechtvaardigt deze gevolgen niet, vindt hij.

Verweer

De verzekeraar brengt bij Kifid de volgende argumenten naar voren: “Door het aanpassen van de datum van de beëindigingsovereenkomst heeft Consument valsheid in geschrifte gepleegd. Consument heeft aldus bewust geprobeerd het te doen voorkomen alsof de ontslagaanzegging niet op 13 november 2012 maar op 21 december 2012 zou hebben plaatsgevonden. Daarmee is sprake van misleiding door Consument. Het standpunt dat in werkelijkheid op 13 november 2012 ontslag is aangezegd wordt verder ondersteund door het feit dat ook aan het UWV een vaststellingsovereenkomst is overgelegd met de oorspronkelijke datum van 13 november 2012 (…).”

Fraude

De Commissie velt het oordeel: “(…) dat de antedatering van de overeenkomst, in samenhang bezien met het feit dat de adviseur op het claimformulier als datum
ontslagaanzegging 13 november 2012 heeft opgegeven, dat diezelfde datum ook aan het UWV is doorgegeven, dat bij een ontslagaanzegging op 21 december 2012 – anders dan in de beëindigingsovereenkomst staat – de wettelijke opzegtermijn niet in acht zou zijn genomen en het UWV dat niet zou hebben geaccepteerd en de omstandigheid dat 21 december 2012 precies één dag na de termijn van artikel 35 onder b is gelegen en Consument bovendien op 21 november 2012 nog heeft gevraagd de werkloosheidsdekking maximaal te verhogen, een gegronde verdenking opleveren dat Consument bewust geprobeerd heeft van Verzekeraar een uitkering te verkrijgen waar hij geen recht op had. De conclusie is dan ook dat sprake is van een gegronde verdenking van fraude door Consument.”

De Commissie geeft wel aan dat de registratie in het register dient te worden beperkt tot vijf jaar: “Het EVR is gekoppeld aan het Incidentenregister (artikel 5.1.1 van het Protocol). Dit brengt mee dat zolang registratie in het EVR terecht en proportioneel is, de gegevens ook in het Incidentenregister blijven staan. De Commissie is niet gebleken van omstandigheden die een langere duur van de incidentenregistratie dan de duur van de EVR rechtvaardigen. Hierbij neemt de Commissie in aanmerking dat Consument ook als gevolg van de beperktere externe werking van het Incidentenregister gehinderd wordt bij het (opnieuw) uitoefenen van zijn beroep als verzekeringsadviseur. Dit leidt tot de conclusie dat Verzekeraar de registratie in het Incidentenregister op de hiervoor aangegeven gronden dient te beperken tot vijf jaar.”

Integriteit

De Commissie is ook van oordeel dat de handelswijze van de verzekeringsadviseur een groter risico meebrengt voor de veiligheid en de integriteit van de financiële sector in vergelijking met “(…) frauduleus handelen van een gemiddelde consument”.

 

Reageer op dit artikel